Lesson 9 Present simple affirmative

1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo t, mavoLeerjaar 1

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Goals
I can use the present simple in affirmative sentences
I revise the vocabulary related to food and drinks

Grab your notebook and write down the following important information! 

Slide 2 - Tekstslide

Present simple
=
Tegenwoordige tijd

Slide 3 - Tekstslide

Voorbeelden:

I play hockey every Friday.
My sister never walks to school.

Slide 4 - Tekstslide

Je gebruikt de present simple, bij:

een feit:   My father works at a bank.

                   You live close to the school.

een gewoonte:   I never eat pizza.
                               She always plays tennis on Friday.

Slide 5 - Tekstslide

never
always
sometimes
usually
often
nooit
always
soms
meestal, gewoonlijk
vaak

Slide 6 - Sleepvraag

Present simple (+)
Gebruik: 
  • tegenwoordige tijd
  •  - feiten
  •  - blijvende situaties of iets wat in het algemeen waar is.
  •  - gewoontes  (Signaal woorden: always, never, sometimes, often, usually)

Vorm: 
  • hele werkwoord
  • > LET OP DE SHIT REGEL (She, He, IT)
  • > he, she, it = hele werkwoord +s (sing-sings)
  • > he, she, it = hele werkwoord +es bij s-klank (watch-watches)
  • > he, she , it = hele werkwoord +es bij o op het eind (go-goes)

Slide 7 - Tekstslide

Hoe maak je de Present Simple? 
I work
You work
He/She/It works
We work
You work
They work
Hoe maak je de Present Simple?
Onderwerp + werkwoord

Slide 8 - Tekstslide

We always.......... a film together.
(kijken)

Slide 9 - Open vraag

We always watch a film together.

Slide 10 - Tekstslide

My brother never .............computer games. (spelen)

Slide 11 - Open vraag

My brother never plays computer games.
Let dus op!

Bij she, he, it komt er een -s achter het werkwoord!

Slide 12 - Tekstslide

Paul sometimes ............his dad's car.
A
wash
B
washes
C
washs
D
washing

Slide 13 - Quizvraag

Why do you always ............. my books?
A
steals
B
stealing
C
steal
D
steales

Slide 14 - Quizvraag

My mother never ............ the dishes on Sunday.
A
does
B
doing
C
do
D
dos

Slide 15 - Quizvraag

Ik kan de Present Simple gebruiken.
😒🙁😐🙂😃

Slide 16 - Poll

What to do next? 
Individueel: Maak opdr 3, 4, 5 (les 2.4)

 


Together: Quizlet for revision of the words related to food/ drinks (last 10 minutes of this lesson) 

Slide 17 - Tekstslide