H5 - T5: BS3 De lever

BS3: De lever

H5
Thema 5
Gaswisseling en uitscheiding
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

BS3: De lever

H5
Thema 5
Gaswisseling en uitscheiding

Slide 1 - Tekstslide

Vandaag 
  • Herhalen bss 1 Gaswisseling & bss 2 Longventilatie 
  • Lezen basisstof 3 de lever blz 78 t/m 80
  • uitleg bs 3 de lever 
  • maken opdrachten 23 t/m 26
  • afsluiten 

Slide 2 - Tekstslide

Als je maximaal uitademt, dus zo ver je kan de lucht uit je longen weg te blazen, blijft er altijd een hoeveelheid lucht achter in de luchtwegen.
Hoe wordt deze hoeveelheid lucht genoemd?
Maak eventueel gebruik van BINAS 83-B
A
ademvolume
B
vitale capaciteit
C
restvolume
D
uitademingsreserve- volume

Slide 3 - Quizvraag

Iemand die snorkelt heeft een verlenging van zijn luchtpijp waardoor hij moet ademen. Dat deel van de luchtwegen waar wel lucht stroomt maar GEEN diffusie van O2 naar de longen plaatsvindt wordt de dode ruimte genoemd.
De snorkelaar ademt normaal. Leg uit of deze persoon een hogere of lagere diffusiesnelheid heeft van O2 in de longen in vergelijking met iemand die niet snorkelt.

Slide 4 - Open vraag

Bij borstademhaling gebeurt er van alles. Sleep per orgaan de juiste gebeurtenis naar in- of uitademen
Inademen
uitademen
Tussenripspieren
Borstkas
Longen
Luchtdruk in longen
Trekken samen
ontspannen
Breder
Smaller
Kleiner
Groter
Kleiner
Groter

Slide 5 - Sleepvraag

In de afbeelding zie je links een geopend huidmondje en rechts een gesloten huidmondje.

Wat is waar over deze afbeelding?
A
Het huidmondje is geopend als er sprake is van turgor in de sluitcellen
B
Bij een tekort aan water zal het huidmondje open staan.
C
Osmose speelt geen rol bij het openen en sluiten van huidmondjes.
D
Bij geopende huidmondjes vindt er uitwisseling plaats van O2 en N2

Slide 6 - Quizvraag

Noteer zo veel mogelijk functies van de lever.

Slide 7 - Woordweb

Leerdoelen bs 3 De lever 
  • Je kan omschrijven hoe de bouw van de lever optimaal is aangepast aan de functie van de lever
  • Je kent de verschillende functies van de lever
  • Je kunt beschrijven hoe de lever bijdraagt aan homeostase
  • Je kunt globaal beschrijven hoe de lever sommige functies uitvoert

Slide 8 - Tekstslide

Lezen 
blz 78 t/m 80
Klaar? -> start met opdrachten of maak een samenvatting 
timer
10:00

Slide 9 - Tekstslide

lever

  • Wat weet je nog van de lever en de galblaas?
  • de lever produceert gal.
  • het gemaakte gal wordt tijdelijk opgeslagen in de galblaas. 
  • via de galbuis komt het gal in de twaalfvingerige darm 

Slide 10 - Tekstslide

Doorbloeding van de lever
De lever is een sterk doorbloed orgaan. In tegenstelling tot andere organen is de lever aangesloten op DRIE grote bloedvaten. 

Sleep de naam van het bloedvat naar de juiste plek in de afbeelding
leverader
leverslagader
poortader

Slide 11 - Sleepvraag

Twee stellingen over de bloedvaten van de lever:

1 De poortader voert bloed AF uit de de lever
2 De slagader voert zuurstof AAN naar de lever

Welke opmerking(en) is/zijn juist?
A
1 = juist 2 = juist
B
1 = juist 2 = onjuist
C
1 = onjuist 2 = juist
D
1 = onjuist 2 = onjuist

Slide 12 - Quizvraag

Slide 13 - Tekstslide

De lever zit vol met leverlobjes.
Ze zijn ongeveer 6-hoekig.

Op elk hoekpunt komen 3 takken bij elkaar van
- poortader
- leverslagader
- galgang

De poortader en leverslagader voeren bloed AAN

Het bloed stroomt door holtes tussen levercellen

In het midden zit een tak van de leverader. Deze voert bloed AF.

Slide 14 - Tekstslide

Welke opmerking over leverlobjes is juist?
Maak eventueel gebruik van BINAS 82-D
A
Bloed stroomt van de hoeken naar het midden
B
Bloed stroomt van het midden naar de hoekpunten
C
geproduceerd gal wordt afgegeven aan de leverader
D
Galgangen voeren gal AAN

Slide 15 - Quizvraag

Meindert heeft reuzehonger en werkt in 15 minuten 5 boterhammen met hagelslag weg.
Ongeveer 90 minuten na deze maaltijd wordt de glucoseconcentratie gemeten van de volgende drie bloedvaten:
1 leverader
2 leverslagader
3 poortader

In welk bloedvat wordt de hoogste glucoseconcentratie gemeten?
A
leverader
B
leverslagader
C
poortader

Slide 16 - Quizvraag

Meindert heeft reuzehonger en het is bijna 10 uur geleden dat hij zijn 5 boterhammen had gegeten.
Nu wordt ook de glucoseconcentratie gemeten van de volgende drie bloedvaten:
1 leverader
2 leverslagader
3 poortader

In welk bloedvat wordt de hoogste glucoseconcentratie gemeten?
A
leverader
B
leverslagader
C
poortader

Slide 17 - Quizvraag

Sleep het bloedvat naar de bijbehorende omschrijving
In dit bloedvat wisselen bloedwaarden van glucose, aminozuren en andere stoffen sterk. Dit wordt veroorzaakt door de darmen. Soms verteren ze een maaltijd en zit er veel stoffen in het bloed. Soms doen de darmen niets en zitten er juist weinig stoffen in het bloed
In dit bloedvat is er altijd een hogere zuurstofverzadiging van hemoglobine. De concentratie opgeloste stoffen is ongeacht de situatie stabiel
Het bloed van dit vat is vrij zuurstofarm. Ook de concentraties van opgeloste stoffen is in dit vat erg stabiel
leverslagader
poortader
leverader

Slide 18 - Sleepvraag

Wat weet je van homeostase

Slide 19 - Woordweb

Homeostase door de lever

Slide 20 - Tekstslide

Lever functies
Afbraak
  • RBC --> bilirubine --> met gal naar ontlasting. Ijzer recyclen!
  • Aminozuren --> ammoniak--> ureum --> afvoer via urine
  • Giftige stoffen
Opslag
  • glucose <--> glucogeen

Slide 21 - Tekstslide

GALPRODUCTIE

De lever produceert gal en geeft dit via de galgangen af aan de galblaas.

Gal wordt afgegeven bij elke maaltijd.

Gal bestaat uit twee componenten:
- Galzure zouten
- Bilirubine

Galzure zouten emulgeren vetten

Bilirubine is een groenige stof die ontstaat bij de afbraak van rode bloedcellen. Deze wordt via de gal uit de lever verwijderd.

Slide 22 - Tekstslide

Afvoer
Versleten rode bloedcellen worden afgebroken

  1. afbraak in (milt) en lever 
  2. wordt bilirubine
  3. gaat het bloed in
  4. door lever omgezet naar
  5. gal 

Slide 23 - Tekstslide

homeostase 
Van concentratie van bloedsuiker 

Slide 24 - Tekstslide

De lever en koolhydraatstofwisseling
Glucoseconcentratie in het bloed hoog?
Dan maakt de alvleesklier insuline
De lever slaat dan glucose in de levercellen in de vorm van glycogeen.
Glucoseconcentratie in het bloed laag?
Dan maakt de alvleesklier insuline
De levercellen breken dan glycogeen af en geven ontstane glucose af aan het bloed

Meer glucose nodig?
Dan maken levercellen dat (uit vetzuren of aminozuren)

Slide 25 - Tekstslide

De lever en eiwitstofwisseling
De levercellen slaan GEEN aminozuren op!

Te kort aan bepaalde aminozuren?
NIET-essentiële aminozuren worden opgebouwd uit andere aminozuren: TRANSAMINERING

Te veel aminozuren?
Deze worden dan afgebroken: DEAMINERING
Hierbij ontstaat ureum
Deze stof geeft urine zijn kleur en geur

Slide 26 - Tekstslide

Ontgifting
De lever cellen verwijderen gifstoffen uit het bloed en breken deze af. 
Meestal ontstaan hierbij onschadelijke metabolieten. 
Deze metabolieten worden dan door een ander orgaan uitgescheiden

Voorbeelden zijn:
- ethanol (alcohol)
- medicijnen (paracetamol)

Dit is de belangrijkste reden waarom bepaalde medicijnen uitwerken. 
Het ene medicijn wordt sneller afgebroken dan het andere.

Slide 27 - Tekstslide

Met homeostase wordt bedoeld: Het constant houden van bepaalde waarden in het .

Leg uit hoe de lever een grote bijdrage levert aan de homeostase van de concentraties van veel stoffen in het bloed.

Slide 28 - Open vraag

maken
  • Opdrachten 23 t/m 26
  • klaar? -> maak een samenvatting 
  • klaar ? -> lezen basisstof 4 

Slide 29 - Tekstslide

leerdoelen gehaald? 
  • Kan je omschrijven hoe de bouw van de lever optimaal is aangepast aan de functie van de lever?
  • Kan je de verschillende functies van de lever?
  • Kan je beschrijven hoe de lever bijdraagt aan homeostase?
  • Kan je globaal beschrijven hoe de lever sommige functies uitvoert?

Slide 30 - Tekstslide

Sommige stoffen worden door de lever uitgescheiden. Dat wil zeggen, ze worden uit het bloed gehaald en worden dan via een andere weg dan het bloed uit het lichaam verwijderd.

Leg uit hoe de lever bijdraagt aan de uitscheiding van bilirubine.

Slide 31 - Open vraag

Bij een verstopping van de galwegen kan er onvoldoende of zelfs geen gal worden afgevoerd naar de galblaas.
Een symptoom hiervan is geelzucht. De huid en het harde oogvlies worden dan (veel) geler dan normaal.
Leg uit hoe deze verschijnselen ontstaan.

Slide 32 - Open vraag

Een onderzoeker doet onderzoek naar een medicijn. Uit dierproeven is gebleken dat het nieuwe medicijn een hoge afbraaksnelheid kent in de lever.

- Leg uit of dit medicijn naar waarschijnlijkheid kort- of langwerkend is
- Leg uit of de aanbevolen dosis voor dit medicijn hoog of laag zal zijn.

Slide 33 - Open vraag