LES Open dagen Monica Silva 2026 economie

De sectie Economie en Bedrijfseconomie heet u van harte welkom!


Sectie: Orhan, Henk, Susie, Tarik, Monica
Open Dag 2026

Doe je mee aan een mini-lesje?
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieBasisschoolGroep 8

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

De sectie Economie en Bedrijfseconomie heet u van harte welkom!


Sectie: Orhan, Henk, Susie, Tarik, Monica
Open Dag 2026

Doe je mee aan een mini-lesje?

Slide 1 - Tekstslide

Waar denk je aan bij Economie?

Slide 2 - Woordweb

Wat is economie?
Economie gaat over keuzes maken met geld.
Je wilt vaak meer dan je kunt kopen, dus je moet kiezen. Bedrijven maken spullen en diensten, en jij beslist wat je koopt.

Voorbeeld: In de supermarkt zijn chips en frisdrank duurder geworden. Koop je dan nog steeds je favoriete merk, of kies je het huismerk omdat dat goedkoper is?

Slide 3 - Tekstslide

PRODUCEREN, CONSUMEREN, GOEDEREN & DIENSTEN

Slide 4 - Tekstslide

Behoeften (wat heb je nodig) 
Basisbehoeften
Overige behoeften (wensen)

Slide 5 - Tekstslide

Basisbehoeften
Overige behoeften

Slide 6 - Sleepvraag

Voorzien in behoeften 
Economie draait om:
  • Behoeften: mensen willen dingen (eten, kleding, ontspanning, vervoer).
  • Goederen en diensten: dat zijn de manieren waarop we die behoeften vervullen (spullen kopen of iets laten doen).

Schaarste: omdat geld, tijd en middelen beperkt zijn, kun je niet alles nemen → je moet kiezen..
  1. Geld is schaars: je hebt niet oneindig veel.
  2. Tijd is schaars: je hebt maar 24 uur per dag.
  3. Woningen zijn schaars: er zijn minder huizen dan mensen die een huis zoeken.
  4. Iets kan ook schaars zijn als het veel kost om het te maken (bijv iPhones, concertkaartjes).


Slide 7 - Tekstslide

Wat is het verschil tussen een
goed en een dienst?
A
Een goed is tastbaar en een dienst is niet tastbaar.
B
Een goed is altijd duurder dan een dienst.
C
Een dienst kun je alleen online kopen, een goed alleen in een winkel.
D
Een goed is voor bedrijven en een dienst is voor consumenten.

Slide 8 - Quizvraag

Produceren
  • Produceren = het maken van goederen en het leveren van diensten





Op welke vd twee plaatjes wordt iets geproduceerd?

Slide 9 - Tekstslide

Arbeidsproductiviteit
De arbeidsproductiviteit is de hoeveelheid producten die een werknemer kan maken in een bepaalde tijd 


Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Video

Maak binnen 1 minuut zoveel mogelijk vliegtuigjes. Gebruik het papier naast je.
timer
1:00

Slide 12 - Tekstslide

Arbeidsproductiviteit: dit kan toenemen door?
  • als je slimmer materiaal gebruikt: papier met vouwlijntjes helpt
  • als je samenwerkt en verdeelt: ik vouw, jij buigt de neus → sneller klaar
  • als je het trucje kent: weten hoe je moet vouwen = minder fouten
  • als je een beloning krijgt: per vliegtuig een chocolaatje → extra motivatie
  • als je lekker werkt: stoel aangeschoven, genoeg ruimte… zit je goed?

Slide 13 - Tekstslide

In een winkel worden MacBooks verkocht en gerepareerd. Wat is de juiste combinatie?
A
MacBook = dienst, reparatie = goed, en met betere tools daalt de arbeidsproductiviteit.
B
MacBook = goed, reparatie = dienst, en met betere tools kunnen medewerkers per uur meer reparaties doen (arbeidsproductiviteit stijgt).
C
MacBook = goed, reparatie = goed, en arbeidsproductiviteit stijgt als je de middag vrij neemt.
D
MacBook = dienst, reparatie = dienst, en arbeidsproductiviteit stijgt door minder te leren.

Slide 14 - Quizvraag

Gaat het hier om een goed of een dienst?
GOEDEREN
DIENSTEN
Inschrijving sportschool
Sportschoenen
Trainingspak
Sporttas
Huur squashracket
Huur kluisje

Slide 15 - Sleepvraag

Welk van volgende manieren verhoogt de arbeidsproductiviteit?
A
Met een snelle laptop kun je per uur meer werk afkrijgen, dus de arbeidsproductiviteit stijgt.
B
Een auto van de zaak verhoogt altijd de arbeidsproductiviteit, ook als je hem niet voor je werk nodig hebt.
C
Later beginnen verhoogt altijd de arbeidsproductiviteit, voor iedereen en in elke baan.
D
Gratis snacks en een pingpongtafel zorgen automatisch voor hogere arbeidsproductiviteit.

Slide 16 - Quizvraag

De winkels zijn in december elke avond open. Wordt hierdoor de arbeidsproductiviteit groter?
A
ja
B
nee

Slide 17 - Quizvraag

Als de arbeidsproductiviteit toeneemt, kunnen de productiekosten ...
A
dalen.
B
stijgen.
C
gelijk blijven.
D
verdwijnen.

Slide 18 - Quizvraag

https://quiz.ntr.nl/quiz/273/start

Slide 19 - Tekstslide

Bedankt dat je er was!
Tot de volgende keer op het Baken Park Lyceum!
Nieuwsgierig? 
Vraag het gerust.
Zin in een chocolaatje? 
Doe de quiz (1 min) op de laptop: 80% + = iets lekkers!

Slide 20 - Tekstslide