8.4 Herhaling + 8.5 Duurzaamheid

Vandaag
  • 8.4 Herhaling
  • 8.5 Duurzaamheid
  • 8.5 Opdrachten
  • Herhalen H1 + H3
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Vandaag
  • 8.4 Herhaling
  • 8.5 Duurzaamheid
  • 8.5 Opdrachten
  • Herhalen H1 + H3

Slide 1 - Tekstslide

In welk stadium heb je meer interspecifieke concurrentie?
A
pioniersstadium
B
climaxstadium

Slide 2 - Quizvraag

Pioneer stage (early succession)
Climax stage (late succession)
low biodiversity
high biodiversity
fluctuating abiotic factors
stable abiotic factors
Few layers
Very layered (heights of vegetation)
Closed cycles
Open cycles
Stable biomass
Increasing biomass

Slide 3 - Sleepvraag

Wat zijn tolerantiegrenzen?
A
Een zone waar een organisme kan overleven.
B
De grens waarbij een organisme het best overleefd.
C
Aanpassingen die een soort ondergaat om te kunnnen overleven.
D
Minimum- en maximumgrens van een abiotische factor.

Slide 4 - Quizvraag

Wat is het verschil tussen primaire en secundaire successie?
A
Bij primaire successie zijn alleen producenten betrokken, de consumenten verschijnen pas bij secundaire successie
B
Primaire successie start op kale rots, secundaire successie start met vruchtbare grond
C
Primaire successie gaat door gebrek aan concurrenten veel sneller dan secundaire successie
D
Primaire successie verloopt ongestoord, secundaire successie kent een sub-climax als eindstadium

Slide 5 - Quizvraag

Anorganische stoffen
Organische stoffen
Andere organische stoffen
Dissimilatie
Assimilatie
Voortgezette assimilatie

Slide 6 - Sleepvraag

8.5 Duurzaamheid

Slide 7 - Tekstslide

Herhaling begrippen
  • Habitat: de natuurlijke leefomgeving van een organismen
  • Draagkracht: de hoeveelheid organisme die een ecosysteem kan onderhouden, waarbij de samenstelling van populaties in het ecosysteem gedurende langere tijd onveranderlijk zijn
  • Successie: is een ecologisch proces waarbij een merkbare verandering in de soortensamenstelling binnen een habitat plaatsvindt.

Slide 8 - Tekstslide

Accumulatie

Slide 9 - Tekstslide

Begrippen
Persistente stoffen: Stoffen die niet of slecht biologisch afbreekbaar zijn en blijven in organismen zitten
Accumulatie: Ophoping van bestrijdingsmiddelen in de organismen van de voedselketen. De concentratie van die stoffen neemt elk tropisch niveau toe. 

Slide 10 - Tekstslide

Opdrachten
Lees zelf: pagina 269 Duurzaam
56, 64, 65
Klaar? Verder met eindexamenopdrachten

Slide 11 - Tekstslide

H1 gedrag
Verschillende soorten gedrag
Bijv. Baltsgedrag, dreiggedrag, ambivalent gedrag, omgericht gedrag

Verschillende prikkels en reacties
Bijv. Sleutelprikkel, supernormale prikkel, drempelwaarde

Gedragsonderzoek
Bijv. Ethogram, protocol, gedragselementen

Ontwikkeling van gedrag
Bijv. Gewenning, inprenting, conditioneren

Slide 12 - Tekstslide

H3 Onderzoek doen

3.3 NIET!

Werkplan maken

Grafieken
Bijv. Lijndiagram, staafdiagram, (on)afhankelijk variabele 

Wetenschappelijk onderzoek
Bijv. Placebo

Verschillende onderzoeken
Bijv. Experimenteel of beschrijvend onderzoek

Slide 13 - Tekstslide

Werkplan
1. Beschrijf kort, maar duidelijk, hoe het onderzoek wordt uitgevoerd.
2. Beschrijf de verschillende groepen: benoem één verschil.    
     - Meestal: controlegroep en experimentgroep(en)
     - Soms: meerdere experimentgroepen
     - Zelden: bij beschrijvend onderzoek geen groepen
3. Alle andere omstandigheden zijn gelijk.
4. 1000 individuen per groep (tenzij anders vermeld).
5. Beschrijf hoe je de resultaten verzamelt / vergelijkt.

     - Soms wordt extra gevraagd: Wat zullen de resultaten zijn als hypothese x juist is?
6. Antwoord: als de resultaten juist zijn dan zal te zien zijn dat …

Slide 14 - Tekstslide

Grafiek
Variabele
  • Een experiment en een controle/blanco -> Eén variabele die verschilt tussen experiment en controle​
  • Afhankelijke variabele -> variabele wat de onderzoeker meet als gevolg van wat hij varieert -> bijv. snelheid werking enzym​          ->  y-as​
  • Onafhankelijke variabele -> variabele die de onderzoeker zelf varieert -> bijv. temperatuur​ -> x-as​

Slide 15 - Tekstslide

Wetenschappelijk onderzoek
  • Eenduidige onderzoeksvraag (evt. deelvragen)​
  • Eerste observaties en voorafgaand onderzoek -> voorlopig antwoord op onderzoeksvraag (onderbouwd!) ​-> hypothese​
  • Toetsen van hypothese in een experiment -> materiaal en methode​
  • Je resultaten zet je in een tabel en/of grafiek​
  • Hieruit trek je een conclusie -> antwoord op je ​onderzoeksvraag​
  • Vervolgens kijk je zelf nog eens kritisch naar je​ onderzoek -> verklaring van gevonden resultaten, ​ verbeterpunten, vervolgonderzoek etc. -> discussie 

Slide 16 - Tekstslide

Wat is hier de onafhankelijk variabele?
A
De groepen
B
Jongens
C
Aantal kinderen
D
Meisjes

Slide 17 - Quizvraag

De honden leren het zoeken van overlevenden tijdens een training doordat ze een beloning (eten) krijgen wanneer ze dit goed uitvoeren. Hoe heet deze vorm van leren?
A
Conditionering
B
Inprenting
C
Gewenning
D
Inzicht

Slide 18 - Quizvraag

De definitie van een soort is
A
Organismen die onderling kunnen voortplanten
B
Organismen die onderling kunnen voortplanten en vruchtbare nakomelingen krijgen
C
Dieren die op elkaar lijken
D
Organismen die op elkaar lijken

Slide 19 - Quizvraag

Onderzoeksvraag
Hypothese
Werkplan
Resultaten
Conclusie
Discussie
Uitkomsten van de proef overzichtelijk weergegeven
De vraag waar je een antwoord op zoekt
Verwacht resultaat
-Conclusie vergelijken met hypothese
-Kritische blik
Antwoord op de onderzoeksvraag
Stappenplan + benodigdheden

Slide 20 - Sleepvraag

Wat is autotroof en heterotroof?
A
autotroof: gebruikt CO2 en stoot het niet uit heterotroof: verbruikt geen CO2 en stoot wel uit
B
autotroof: kan uit organische stoffen energie halen heterotroof: kan uit anorganische stoffen organische stoffen maken
C
autotroof: kan uit anorganische stoffen organische stoffen maken (zelf energie produceren) heterotroof: kan dat niet (niet zelf energie produceren)
D
autotroof: heeft geen zuurstof nodig heterotroof: heeft wel zuurstof nodig

Slide 21 - Quizvraag