les 3 samenleven

1 / 59
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 59 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

              Startopdracht 
Startopdracht Biologie – 3 vwo

Onderwerp: Biologisch evenwicht en afhankelijkheid tussen soorten 
Opdracht: Kijk naar het plaatje (bijv. een vijver met vissen, waterplanten, insecten, vogels, kikkers). Voedselrelaties: Schrijf drie voorbeelden op van wie wie eet in dit systeem. Afhankelijkheid: Noem twee manieren waarop soorten elkaar nodig hebben (denk aan voedsel, schuilplaats of voortplanting). Evenwicht: Wat zou er kunnen gebeuren met het hele systeem als alle kikkers verdwijnen? Leg kort uit.

Doelen:

Je kunt uitleggen wat een biologisch evenwicht is. Je kunt uitleggen hoe soorten afhankelijk zijn van elkaar voor voedsel, een schuilplaats en voortplanting.
timer
3:00

Slide 2 - Tekstslide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
samenleven 

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

JdW-kijkwijzer
Lesopbouw:

  1. Vooraf:
    Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen

  2. Instructie:
    Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen

  3. Toepassing:
    Actieve verwerking, Formatief handelen 

  4. Evaluatie:
    Afsluiting

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Overzicht Periode #

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in het Zakkie 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 7 - Tekstslide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Checklist:
  • Bepaal welke voorkennis relevant is voor de nieuwe lesstof.
  • Ontwerp een terugblik-opdracht die deze voorkennis activeert.
  • Overweeg of en hoe thuistalen ingezet kunnen worden om voorkennis te activeren.
Terugblik opdracht

Slide 8 - Woordweb

2. Voorkennis activeren
De docent activeert relevante voorkennis aan de hand van een terugblik-opdracht, waarbij eventueel een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof en richting te geven aan het verdere verloop van de les. Tegelijkertijd worden hiermee misconcepties van leerlingen zichtbaar gemaakt, waar de docent vervolgens gericht op in kan spelen. 
           Leerdoelen
  1. Je kunt uitleggen wat een biologisch evenwicht is. 
  2. Je kunt uitleggen hoe soorten afhankelijk zijn van elkaar voor voedsel, een schuilplaats en voortplanting.


Slide 9 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.      
Evenwicht
Populatiegrootte beinvloed door (a)biotische factoren
Gunstige factoren: groei
Ongunstige factoren: krimp

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Populatiegrootte
Populaties blijven in balans
Als biotische en/of abiotische
factoren veranderen, verandert
de populatiegrootte mee

biologisch evenwicht -
balans in populatie

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Optimumkromme

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Samenleven 
Relaties met soortgenoten:
 uit eigen populatie of andere populatie (samenwerking of concurrentie)

Elk individu relatie met andere soorten

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Relaties binnen een populatie
Rangorde - een de baas, minder gevechten
Territorium - eigen gebied met duidelijke 
grenzen

Paarvorming - eenmalig of blijvend

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Relaties tussen soorten: Symbiose

Soorten leven samen - langdurige relatie tussen organismen van verschillende soorten

Wie heeft er voordeel van? 
Heeft de ander voordeel, nadeel of geen effect?

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Mutualisme
+/+
Het samenleven van twee soorten levert beide soorten een voordeel op

vb: Bladluizen/mieren: 
- bladluizen zuigen voedingsstoffen uit planten, poepen restanten uit voor de mier
- Mieren houden bladluizen schoon en beschermen ze tegen predatoren

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Commensalisme
+/o
Het samenleven van twee soorten levert een soort een voordeel en heeft op de ander geen effect
vb: zuigvis en haai
- Zuigvis heeft geen energie nodig om te zwemmen (zuigt zich vast aan de haai)
- Haai heeft geen last van deze 'passagier'

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Parasitisme
+/-
Het samenleven van twee soorten levert een soort een voordeel op, en de ander een nadeel
vb: Klavervreter (parasiet) en klaver (gastheer)
- De klavervreter (plant) groeit bij de klaver en onttrekt voedingsstoffen van de klaver
- De klaver heeft hierdoor minder voedingsstoffen voor zichzelf

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Deze symbiose is...
A
Mutualisme
B
Parasitisme
C
Commensalisme

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Deze symbiose is...
A
Mutualisme
B
Parasitisme
C
Commensalisme

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Deze symbiose is...
A
Mutualisme
B
Parasitisme
C
Commensalisme

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Samenleven

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke twee stoffen heeft een plant nodig om de stoffen te maken waaruit hij zelf bestaat?

Slide 23 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn afvaleters?
A
consumenten
B
producenten
C
reducenten

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

In plastic zit koolstof, leg uit dat plastic toch geen deel uitmaakt van de koolstofkringloop.

Slide 25 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke organismen zijn reducenten?
A
mier en regenworm
B
bacteriën en paddenstoel
C
mier, regenworm, paddenstoel en bacteriën
D
schimmel, virus, pissebed, regenworm

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 27 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 29 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Waarom werden de herten afgeschoten?

Slide 30 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Populatiegrootte
Beïnvloed door: 
abiotische en biotische factoren

Alle factoren gunstig?
De populatie groeit!


Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Biologisch evenwicht
Omstandigheden gunstig?
De populatiegrootte neemt toe!

Omstandigheden minder gunstig?
De populatiegrootte neemt af

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Optimumkromme
minimum-, optimum- en maximumtemperatuur

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat zou een andere oplossing kunnen zijn voor de oostvaardersplassen?

Slide 34 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

relaties binnen een populatie
- concurrentie of samenwerking
- rangorde
- territorium
- paarvorming
- kuddevorming


Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Relaties tussen soorten
Individuen van verschillende soorten kunnen langdurige relaties met elkaar onderhouden

Symbiose: 3 vormen

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 37 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Tussen welke 2 soorten zag je een relatie?

Slide 38 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Anemoon en  Clownvis
De anemoon zorgt voor beschutting voor de clownvis

De clownvis eet parasieten van anemoon op en verjaagt vijanden

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Mutualisme
Beide soorten hebben voordeel van de symbiose (samenlevingsvorm)
+      + 
Korstmos: Schimmel + algen
Kunnen niet zonder elkaar leven

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Commensalisme
het ene individu heeft voordeel 
de ander geen voordeel of nadeel

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Commensalisme

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Parasitisme
Ene individu heeft nadeel en de ander een voordeel
-       +

De parasiet leeft op of in de gastheer

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

2

Slide 44 - Video

Deze slide heeft geen instructies

01:04
Welke soort(en) organismen hebben baat bij de terugkeer van de wolven?

Slide 45 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

01:48
Wat gebeurde er met de kloven en valleien?

Slide 46 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

           Instructie
Checklist:
  • Interactieve uitleg (responsief): wisbordjes, LessonUp check-vragen, Cornell-methode.
  • Een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren.
  • Meertaligheid functioneel inzetten.
  • Iedereen bij de les betrekken.

Slide 47 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.

Controle vragen
A
a.
B
b.
C
c.
D
d.

Slide 48 - Quizvraag

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.

Controle vragen

Slide 49 - Open vraag

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.
       Voorbeelden
Checklist:
  • Dual Coding (woord en beeld combineren)
  • Concrete voorbeelden
  • Herkenbare voorbeelden gerelateerd aan de leefwereld van de leerlingen

Slide 50 - Tekstslide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven. 
Aan de slag
Checklist:
  • Expliciete instructie voor toepassingsopdracht: wat, hoe, hoe lang, klaar?
  • Afwisseling in oefentypes (herkneden van de lesstof)
  • Eerst voordoen, daarna begeleidt inoefenen, vervolgens zelfstanding en weer samen (ik--wij-jij/jullie-wij)
  • Het leren zichtbaar maken (zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode )
  • Differentiëren waar nodig: heterogeen en flexibel.

Slide 51 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen.

Controle vragen
A
a.
B
b.
C
c.
D
d.

Slide 52 - Quizvraag

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.

Controle vragen

Slide 53 - Open vraag

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.

Controle vragen

Slide 54 - Open vraag

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.
Terugkijken 
op de leerdoelen
  1. Je kunt uitleggen wat een biologisch evenwicht is.
  2. Je kunt uitleggen hoe soorten afhankelijk zijn van elkaar voor voedsel, een schuilplaats en voortplanting.


Checklist:
  • Zijn de leerdoelen behaald?
  • Les in context plaatsen van de periode 
  • Het leren en het gedrag samen evalueren
  • Vooruitblikken adhv JdW-planner  

Slide 55 - Tekstslide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.

           Begrippen
           uit deze les
  • optimale omstandigheden
  • populatiegrootte 
  • biologisch evenwicht
  • optimumkromme
  • concurrentie
  • samenwerking
  • rangorde
  • territorium
  • paarvorming
  • niche
  • symbiose

Slide 56 - Tekstslide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.

           Begrippen
           uit deze les
  • mutualisme
  • commensalisme
  • parasitisme
  • parasiet
  • gastheer
  •  

Slide 57 - Tekstslide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.


Exit ticket

Slide 58 - Open vraag

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.

Eindslide

Ruimte voor een afsluitend woord.

Slide 59 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies