Grammatiktrainer der-Gruppe

Grammatiktrainer der-Gruppe
(Seite 137 im Buch)
In deze trainer oefen je de der-Gruppe (bepaalde lidwoorden)
Bij het maken van de oefeningen is het handig om de theorie uit het boek bij de hand te hebben.

Benodigde voorkennis: je weet hoe je het geslacht van het zelfstandig naamwoord bepaalt. 
Je weet hoe de nominativ / dativ en akkusativ bij de ein-Gruppe werken.
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Grammatiktrainer der-Gruppe
(Seite 137 im Buch)
In deze trainer oefen je de der-Gruppe (bepaalde lidwoorden)
Bij het maken van de oefeningen is het handig om de theorie uit het boek bij de hand te hebben.

Benodigde voorkennis: je weet hoe je het geslacht van het zelfstandig naamwoord bepaalt. 
Je weet hoe de nominativ / dativ en akkusativ bij de ein-Gruppe werken.

Slide 1 - Tekstslide

Grammatiktrainer der-Gruppe
(Seite 137 im Buch)
Alle Menschen (die) werden Brüder.                               
Dieser Kuchen (der) schmeckt gut!
Jedes Zimmer (das) hat eine Klimaanlage. (airco)
Welche Zeitung (die) liest du?
Solche Schuhe (die) will ich auch haben!
Manche Hotels (die) sind schon vollgebucht.
Kennst du diesen Film (der)?





alle
deze
elk
welk
zulk
sommige

Slide 2 - Tekstslide

Grammatiktrainer der-Gruppe
uitgangen
Alle Menschen (die)                       meervoud = e
Dieser Kuchen (der)                       mannelijk nom. = er
Jedes Zimmer (das)                       onzijdig = es
Welche Zeitung (die)                     vrouwelijk = e
Solche Schuhe (die)
Manche Hotels (die
Kennst du diesen Film (der)?      mannelijk akk. = en

Slide 3 - Tekstslide

(Deze)______ Jacke gehört mir.
A
Dieser
B
Diese
C
Dieses
D
Diesen

Slide 4 - Quizvraag

(Welke)____ Musik magst du?
A
Welcher
B
Welches
C
Welche
D
Welchen

Slide 5 - Quizvraag

(Welke)_____ Buch suchst du?
A
Welcher
B
Welches
C
Welche
D
Welchen

Slide 6 - Quizvraag

(Elk) ____ Kind weiß das doch!
A
Jeder
B
Jedes
C
Jede
D
Jeden

Slide 7 - Quizvraag

(Zulke) ____ Essen mag ich nicht.
A
Solcher
B
Solches
C
Solche
D
Solchen

Slide 8 - Quizvraag

der-Gruppe uitgangen
Voor de juiste uitgangen van de
der-Gruppe kijk je links van de
schuine streep (klik afbeelding voor vergroting)



Slide 9 - Tekstslide

Gebruik het naamvalschema in het boek
om deze zinnen te vertalen.

Deze laptop(der) is goed.

Slide 10 - Open vraag

Gebruik het naamvalschema in het boek
om deze zinnen te vertalen.

Welke kamer (das Zimmer) hebben jullie?

Slide 11 - Open vraag

Gebruik het naamvalschema in het boek
om deze zinnen te vertalen.

Alle scholieren hebben Duits.

Slide 12 - Open vraag

Gebruik het naamvalschema in het boek
om deze zinnen te vertalen.

Deze fiets is kapot.

Slide 13 - Open vraag

Gebruik het naamvalschema in het boek
om deze zinnen te vertalen.

Ik houd van dit weer.

Slide 14 - Open vraag

Gebruik het naamvalschema in het boek
om deze zinnen te vertalen.

Hij heeft zulke mooie ogen (Augen).

Slide 15 - Open vraag

Gebruik het naamvalschema in het boek
om deze zinnen te vertalen.

Hij heeft zulke mooie ogen (Augen).

Slide 16 - Open vraag

Gebruik het naamvalschema in het boek
om deze zinnen te vertalen.

Jullie slapen in deze kamer.

Slide 17 - Open vraag

Slide 18 - Tekstslide

Tijdsbepalingen zonder voorzetsel
jed = elk
jedes Jahr (das)
jeden Monat (der)
jede Woche (die)
jedes Wochenende (das)
jeden Tag (der)
jede Stunde (die)





Tijdsbepalingen zonder voorzetsel staan altijd in Akkusativ.

Slide 19 - Tekstslide

Tijdsbepalingen zonder voorzetsels
NL>D: Ik train elke week.
NL>D: Elk weekend heb ik een wedstrijd.
NL>D: We gaan (fahren) elk jaar naar Berlijn.

Slide 20 - Open vraag