Zenuwstelsel VIG

1 / 46
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 46 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Hoe zit je erbij aan het begin van deze les?
ūüėíūüôĀūüėźūüôāūüėÉ

Slide 2 - Poll

Wat weet je al van het zenuwstelsel?

Slide 3 - Woordweb

2

Slide 4 - Video

00:13
Waarvoor heb je je hersenen nodig?
A
Voor alles
B
Om na te denken
C
Om te praten
D
Om te zwaaien

Slide 5 - Quizvraag

00:54
Welke kleur hebben de hersencellen?
A
Grijs
B
Rood
C
Roze
D
Wit

Slide 6 - Quizvraag

Slide 7 - Tekstslide

Hoe heten de hersenen en het ruggenmerg samen?
A
Centraal zenuwstelsel
B
Perifeer zenuwstelsel
C
Willekeurig zenuwstelsel
D
Onwillekeurig zenuwstelsel

Slide 8 - Quizvraag

Wat is een andere naam voor het onwillekeurige zenuwstelsel?
A
Animaal zenuwstelsel
B
Autonoom zenuwstelsel
C
Motorisch zenuwstelsel
D
Sensorisch zenuwstelsel

Slide 9 - Quizvraag

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide


  1. Zintuig vangt prikkels op
  2.  Prikkel wordt omgezet in impuls
  3. Impuls via sensorische zenuwen naar ruggenmerg
  4. Naar hersenen: bewustwording
  5. Impuls via motorische zenuwen naar spier

Slide 14 - Tekstslide

Welk deel van het zenuwstelsel
speelt een rol bij het pakken
van een koekje?
A
Onwillekeurig zenuwstelsel
B
Willekeurig zenuwstelsel
C
Sympatisch zenuwstelsel
D
Parasympatisch zenuwstelsel

Slide 15 - Quizvraag

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Zenuwstelsel

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Hersenen en ruggenmerg behoren tot het perifere zenuwstelsel
A
Waar
B
Niet waar

Slide 21 - Quizvraag

Het autonome zenuwstelsel bestaat uit een sensorisch en een motorisch deel
A
Waar
B
Niet waar

Slide 22 - Quizvraag

Het parasympatisch deel van het autonome zenuwstelsel werkt als je in rust bent
A
Waar
B
Niet waar

Slide 23 - Quizvraag

Welk deel van het autonome zenuwstelsel is actief als iemand nauwe pupillen heeft, een rustige hartslag en ademhaling en een active spijsvertering?
A
Sympatisch
B
Parasympatisch

Slide 24 - Quizvraag

Wat past bij een sympatische werking van het zenuwstelsel?
A
Vernauwde pupillen
B
Vertraagde hartslag
C
Vertraagde ademhaling
D
Vertraagde spijsvertering

Slide 25 - Quizvraag

Welke functies heeft de prefrontale cortex van de hersenen?
A
Ademhaling en hartslag regelen
B
Bewegingen coordineren
C
Langetermijn geheugen
D
Planning en remming

Slide 26 - Quizvraag

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide

1

Slide 31 - Video

01:00
In welk deel van de hersenen zit het langetermijn geheugen?
A
Amygdala
B
Hippocampus
C
Hypothalamus
D
Thalamus

Slide 32 - Quizvraag

Slide 33 - Tekstslide

Slide 34 - Tekstslide

Slide 35 - Tekstslide

Slide 36 - Tekstslide

Slide 37 - Tekstslide

Slide 38 - Tekstslide

Slide 39 - Tekstslide

Slide 40 - Tekstslide

Slide 41 - Tekstslide

Slide 42 - Tekstslide

Slide 43 - Tekstslide

Slide 44 - Tekstslide

Slide 45 - Tekstslide

Welk cijfer geef je deze les?
110

Slide 46 - Poll