Les 003

Welkom! Programma
Opwarmer
Nulmeting werkwoordspelling
Kijkopdracht
Tekstverbanden

1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsEnseignement Secondaire

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Welkom! Programma
Opwarmer
Nulmeting werkwoordspelling
Kijkopdracht
Tekstverbanden

Slide 1 - Tekstslide

Wat zie je?
Kies 3 dingen die je ziet en zet ze in de chat.

Slide 2 - Tekstslide

Wat zie je?
Kies 3 dingen die je ziet en zet ze in de chat.
Maak een logische zin waarin alle 3 de woorden voorkomen.

Slide 3 - Tekstslide

Wat zie je?
Kies 3 dingen die je ziet en zet ze in de chat.
Maak een logische zin waarin alle 3 de woorden voorkomen.
 Zet nu voor elk zelfstandig naamwoord een bijvoeglijk naamwoord.

Slide 4 - Tekstslide

Nulmeting
https://docs.google.com/document/d/1yfM0UbeWEMnkH1D4RGQUig0j6hH-Qwpu9KO8JXaT-iM/edit?usp=sharing





Slide 5 - Tekstslide

Stelling:

Als je beroemd bent, horen negatieve reacties en weinig privacy er gewoon bij.


Slide 6 - Tekstslide

Kijk en luisteropdracht
https://jeugdjournaal.nl/artikel/2629882-uitgezocht-de-vervelende-kant-van-beroemd-zijn


Slide 7 - Tekstslide

Schrijf:

één voordeel van beroemd zijn:
één nadeel van beroemd zijn:

Slide 8 - Open vraag

Tijdens het kijken
Wat is de hoofdvraag van de video?
A. Hoe word je beroemd?
B. Waarom is beroemd zijn soms zwaar?
C. Hoeveel geld verdienen beroemdheden?
D. Waarom willen mensen beroemd worden?

Noteer tijdens het kijken minimaal drie nadelen van beroemd zijn die worden genoemd.

Slide 9 - Tekstslide

Oorzaak → gevolg


Vul aan met informatie uit de video.

Oorzaak: Een beroemdheid krijgt heel veel aandacht.
Gevolg: __________________________________________________

Oorzaak: Er wordt veel van een beroemdheid verwacht.
Gevolg: __________________________________________________

Slide 10 - Tekstslide

Hoofdzaak of bijzaak?
Wat is volgens jou de belangrijkste boodschap van de video? Schrijf deze in één zin.

Slide 11 - Open vraag

Opdrachten in google drive
en nakijken huiswerk:
Voor 10/09
Talent 2A blz. 24-25 maken opdracht 4 en 6

Slide 12 - Tekstslide

We bespreken drie onderstaande vragen:
1. Wat wordt bedoeld met een tekstverband?
2. Waarom gebruik je tekstverbanden?
3. Hoe herken je tekstverbanden?

Slide 13 - Tekstslide

samenvattend tekstverband= je doet dat vaak in het slot
kortom, samengevat, met andere woorden, al met al
redengevend tekstverband= waarom iemand iets doet of vindt
dus, daarom, omdat, want, de reden is, hiervoor, dankzij
oorzakelijk tekstverband= waardoor is iets gebeurd/ gekomen
doordat, daardoor, als gevolg van, het gevolg is, dus, dankzij
1. Zij heeft jarenlang gitaar gespeeld dus ze wil nu naar het conservatorium.

2. Er is vanavond een wedstrijd in de Johan Cruyffarena, daardoor kan het drukker zijn op de weg.

3. Johan heeft ruimte gemaakt in de schuur want hij gaat hem opknappen.
Tekstverbanden
vergelijkend tekstverband= welke overeenkomst hebben dingen wel of niet.
zoals, net als, in vergelijking net, evenals, meer.... dan

Slide 14 - Tekstslide

Hoeveel signaalwoorden zie je?
Om te beginnen zit Joël in groep 3 met rekenen en in groep 4 met schrijven. Al met al is dat fijner dan eerst groep 3 volgen en vervolgens groep 4.

Slide 15 - Open vraag

Mijn broertje eet graag pannenkoeken, pizza's en hamburgers. Tekstverband?
A
middel/doel
B
tegenstelling
C
voorwaarde
D
opsomming

Slide 16 - Quizvraag

Welk signaalwoord hoort bij het chronologisch tekstverband?
A
ten eerste
B
toen
C
al met al
D
om te beginnen

Slide 17 - Quizvraag

Welk signaalwoord hoort NIET bij het tekstverband vergelijking?
A
zoals
B
zodat
C
evenals
D
net als

Slide 18 - Quizvraag

Welk signaalwoord hoort bij het tekstverband redengevend?
A
omdat
B
eerst
C
toch
D
waarmee

Slide 19 - Quizvraag

Welk tekstverband gebruik je om dingen achter elkaar op te noemen?
A
concluderend tekstverband
B
toelichtend tekstverband
C
opsommend tekstverband
D
chronologisch tekstverband

Slide 20 - Quizvraag

Hij is even groot als ik.
tekstverband?
A
signaalwoord: even...als tekstverband: toelichtend
B
signaalwoord: even...als tekstverband: vergelijking
C
signaalwoord: even...als tekstverband: doel - middel
D
signaalwoord: even...als tekstverband: samenvattend

Slide 21 - Quizvraag

Omdat het glad is, ga ik lopend naar school. Tekstverband?
A
doel-middel
B
tegenstelling
C
opsomming
D
redengevend

Slide 22 - Quizvraag

Werkwoordspelling
https://www.cambiumned.nl/werkwoordspelling/test-jezelf/




Slide 23 - Tekstslide

Les 003

Slide 24 - Tekstslide