2. Stoffen herkennen aan hun eigenschappen

Stoffen en hun eigenschappen
Ga rustig zitten op je plek
Pak je boek en pen op tafel
Ga naar pagina 36.
Pak je device voor in de LessonUp
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Stoffen en hun eigenschappen
Ga rustig zitten op je plek
Pak je boek en pen op tafel
Ga naar pagina 36.
Pak je device voor in de LessonUp

Slide 1 - Tekstslide

Stoffen en hun eigenschappen
Ga rustig zitten op je plek
Pak je boek en pen op tafel
Ga naar pagina 46
Pak je device voor in de LessonUp

Slide 2 - Tekstslide

Lesdoelen
2.2.1 Je kunt uitleggen wat een stofeigenschap is.
2.2.2. Je kunt voorbeelden geven van stofeigenschappen.
2.2.3. Je kunt uitleggen wat je moet doen om stoffen te herkennen.



Slide 3 - Tekstslide

Stoffen en materialen.

Een stof is een bepaald materiaal. Alles om ons heen bestaat uit stoffen.'
Een materiaal  is iets dat de mens gebruikt om voorwerpen te maken.


Slide 4 - Tekstslide

Lesdoelen
2.1.1 Je kunt vier stofeigenschappen benoemen die gebruikt worden om stoffen te herkennen.
2.1.2. Je kunt stoffen herkennen aan hun stofeigenschappen.
2.1.3. Je kunt uitleggen in welke gevallen een stof gevaarlijk kan zijn.

2.2.1. Je kunt het verschil aangeven tussen zuivere stoffen en mengsels.
2.2.3 Je kunt uitleggen wat een molecuul is en uit welke moleculen zuivere stoffen en mengsels bestaan.

Slide 5 - Tekstslide

Laten we gelijk beginnen
We gaan uitzoeken welke eigenschappen een stof kan hebben.

Belangrijke eerste vraag: wat is een eigenschap ?

Slide 6 - Tekstslide

Stofeigenschappen
Een eigenschap is een kenmerk dat niet zomaar verandert.

Je kan zelf bijvoorbeeld de eigenschap 'grappig' of 'slim' hebben.

Iets dat makkelijk verandert is geen eigenschap. 'Boos' is bijvoorbeeld geen eigenschap (maar een emotie).

Stoffen hebben ook allemaal hun eigenschappen.

Slide 7 - Tekstslide

Wat zijn de eigenschappen van deze stof (suiker)
In de vorm van blokjes
Witte kleur
Zoete smaak
Ongeveer 50 gram

Slide 8 - Sleepvraag

Aan de slag
Werk aan de opdrachten in je boek.


Wat? Paragraaf 2.2, opdrachten 1 t/m 8
Hoe? Individueel, in stilte.
Geen boek? Je pakt een leesboek of een boek voor een ander vak.
Hoe lang? Tot 12:20

Slide 9 - Tekstslide

Aan de slag
Werk aan de opdrachten in je boek.


Wat? Paragraaf 2.1, opdrachten 1 t/m 4
Waar?
Hoe? Individueel, in stilte.
Geen boek? meld dat bij mij, online in de methode opdracht maken.
Hoe lang? Tot 13:00

Slide 10 - Tekstslide

Welke eigenschappen kan je
bedenken bij de stof 'suiker'?

Slide 11 - Woordweb

Suiker
Smaak: zoet.
Geur: zoet.
Kleur: wit (of bruin wanneer het vloeibaar is, als karamel).
Brandbaar: ja, maar niet snel.
Oplosbaar: ja, in water

Slide 12 - Tekstslide

In dit pak weegt het suiker 500 gram. Maar die 500 gram is géén eigenschap, want je kan ook meer of minder suiker hebben.

500 gram is hier de massa. De massa geeft aan uit hoeveel stof iets bestaat (meestal zeggen we: hoeveel iets weegt).

Slide 13 - Tekstslide

Een stofeigenschap kan ook aangeven dat een stof gevaarlijk is.

Bijvoorbeeld:
- Brandbaar (ook wel ontvlambaar)
- Giftig
- Bijtend (slecht voor je huid)

Etiketten geven gevaar aan.

Slide 14 - Tekstslide

Voorbeeld: ammonia.
(een schoonmaakmiddel)
Kleur: helder, doorzichtig
Geur: heel sterk, schoonmaakmiddel
Brandbaarheid: ammoniagas is brandbaar

Direct inademen kan je neus en longen beschadigen. Het kan je huid irriteren en je ogen beschadigen.

Slide 15 - Tekstslide

Welk van deze is géén stofeigenschap?
A
De vorm
B
De geur
C
De kleur
D
De brandbaarheid

Slide 16 - Quizvraag

Voor je eigen veiligheid:
- Bij proefjes draag je soms een labjas en bril (ik geef aan wanneer dat moet).

- Met stofjes of apparaten ga je normaal om. Smeren, gooien, laten vallen enz. kan voor verwondingen zorgen.

- Je volgt altijd de uitleg van de docent en de uitleg die op het papier van het proefje staat. Je gaat niet zelf experimenteren.
Gaat er wel wat mis? Gelijk aan mij laten weten!

Slide 17 - Tekstslide

Dit gaan we doen:
Je krijgt 2 stoffen. Jullie moeten bepalen welke stoffen het zijn.

Met wie? In duo's.
Nodig? De spullen op je tafel, het practicumwerkblad.
Hoe? Volg de stappen op je werkblad.

Klaar? Je levert je ingevulde werkblad in.
Je werkt verder aan: paragraaf 2.1, opdrachten 1 t/m 8 (huiswerk)

Slide 18 - Tekstslide

Aan de slag:
Wat: opdrachten 1 t/m 11
Waar te vinden?: vanaf blz. 49
Klaar?: Test jezelf van paragraaf 2.1 online maken.

Slide 19 - Tekstslide

Wat hebben we geleerd?
Als het goed is, kan je nu...

...ten minste vier stofeigenschappen benoemen.

...stoffen herkennen aan hun stofeigenschappen.

...uitleggen in welke gevallen een stof gevaarlijk kan zijn.

Slide 20 - Tekstslide

Moleculen
Stoffen zijn opgebouwd uit moleculen

Slide 21 - Tekstslide

Mengsels / zuivere stof

Slide 22 - Tekstslide

Aan de slag
Werk aan de opdrachten in je boek.


Wat? Paragraaf 2.1, opdrachten 1 t/m 4
Hoe? Individueel, in stilte.
Geen boek? Je pakt een leesboek of een boek voor een ander vak.
Hoe lang? Tot 12:20

Slide 23 - Tekstslide