Parlementaire democratie 2 - politieke partijen

Politieke partijen
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijleerMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Politieke partijen

Slide 1 - Tekstslide

Politieke partij

Een politieke partij bestaat uit een groep mensen met dezelfde ideeën over de manier waarop onze samenleving het beste bestuurd en ingericht kan worden

Slide 2 - Tekstslide

Politieke Partij
  • Ideeën over de samenleving als geheel
  • Wegen belangen van groepen af 
  • Willen politieke én bestuurlijke verantwoordelijkheid
  • Doen mee aan verkiezingen
  • Zijn vertegenwoordigd in politieke organen 
 

Belangen/actiegroep
  • Hebben ideeën op 1 terrein
  • Komen op voor één groep
  • Willen politieke invloed, maar geen bestuurlijke verantwoordelijkheid
  • Doen niet mee aan verkiezingen
  • Zijn hooguit vertegenwoordigd in adviesorganen


Slide 3 - Tekstslide

Soorten partijen

Slide 4 - Tekstslide

Partijen op basis van een ideologie
De meeste partijen komen voort uit een van de drie grote stromingen: Socialisme, Confessionalisme en Liberalisme
Bijna alle politieke partijen ontstaan vanuit een politieke stroming of ideologieën.
Een ideologie is een samenhangend geheel van ideeën over de mens en de gewenste inrichting van de samenleving.

Slide 5 - Tekstslide

Ideologieën
Iedere ideologie heeft ideeën op het gebied van:
Normen en waarden: bijv. hoeveel persoonlijke vrijheid en feesten
Sociaaleconomische verhoudingen: bijv. verdeling van welvaart
Machtsverdeling in de samenleving: bijv. mogen burgers de ministers kiezen

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

One-issuepartij
Richten zich op één aspect uit de samenleving
Vaak zijn er wel andere punten, maar het hoofdpunt is het belangrijkste
Voorbeeld: Partij voor de Dieren - dierenwelzijn

Slide 8 - Tekstslide

Protestpartijen
Partijen die ontstaan uit onvrede over de bestaande politiek
Voorbeeld: D66 - burgers hadden te weinig invloed. Willen burgers direct burgemeesters, ministers, etc. laten kiezen
Voorbeeld: FvD - Nederlanders hun vrijheid en stem teruggeven. Grondwet uit 1848 aanpassen aan het nu

Slide 9 - Tekstslide

Populistische partijen
Ontstaan deels uit protest
Vooral de bedoeling de vox populi (stem van het volk) te laten horen
Om het 'gewone volk' te bereiken worden politieke kwesties vaak versimpeld en daadkrachtige oplossingen gegeven
Populistische partijen kunnen links, rechts, conservatief en/of progressief zijn
Zijn vaak zeer nationalistisch
Komen vaak op in tijdens van economische en/of sociale crisis
Vaak wantrouwen tegen de media
Willen veelal terug naar het 'goede vroeger'

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Functies politieke partijen
  1. Integratiefunctie
  2.  Informatiefunctie
  3. Participatiefunctie
  4. Selectiefunctie

Slide 12 - Tekstslide

Integratiefunctie
Politieke partijen maken een samenhangend geheel van hun partijpunten (=partijprogramma)
Het partijprogramma kan in beleid worden omgezet
Vaak met ondersteuning van een eigen wetenschappelijk bureau om maatschappelijke vraagstukken te analyseren
Het partijprogramma bindt mensen aan de partij

Slide 13 - Tekstslide

Informatiefunctie
Politieke partijen informeren de burgers, ook buiten verkiezingstijden over hun standpunten
Daarmee helpen ze burgers een mening te vormen

Slide 14 - Tekstslide

Participatiefunctie
 Politieke partijen stimuleren burgers actief mee te doen aan de politiek

Slide 15 - Tekstslide

Selectiefunctie
Mensen die in de politiek willen, doen dat meestal via een bestaande partij
Zonder politieke partij is het moeilijk om gekozen te worden
De lokale politieke en jongerenorganisaties van partijen zijn opleidingsscholen voor de latere landelijke politiek

Slide 16 - Tekstslide

Praktische opdracht
Deel 1 - stap 1 t/m 3 - 12 mei af

Mailen als PFD/Word vóór 23:59

Slide 17 - Tekstslide

Gastles
Uit de StemWijzer zijn onderwerpen gekomen die jij belangrijk vindt --> Gezamenlijk kiezen we er 4 uit 
We maken 4 stellingen + ten minste 1 nieuw onderwerp in een stelling
Per duo (van de PO, of twee individuen) kan je ten minste 1 goede inhoudelijke vraag per stelling stellen
Tip: bedenk inhoudelijke vragen waarmee je antwoord krijgt op de onderwerpen van de PO!
De 5 inhoudelijke vragen heb je bij de hand tijdens de gastles en stel je!

Slide 18 - Tekstslide

Onderwerpen
Handhaving/boa’s
Cameratoezicht
Jeugdzorg
Coffeeshop 
Nieuwbouw 

Slide 19 - Tekstslide

Onderwerp Gemeente

Slide 20 - Woordweb