1.17 Spreken

Vak: Nederlands
Hoofdstuk: 1.17 
1.
Lesopening
2.
Lesdoel 
3.
Arrangementen + mini-check
4. 
Instructie
5.
Begeleid inoefenen
6. 
Zelfstandig werken
7.
Evaluatie
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 1

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Vak: Nederlands
Hoofdstuk: 1.17 
1.
Lesopening
2.
Lesdoel 
3.
Arrangementen + mini-check
4. 
Instructie
5.
Begeleid inoefenen
6. 
Zelfstandig werken
7.
Evaluatie

Slide 1 - Tekstslide

1. Lesopening
Pak je boek van Nederlands op tafel op bladzijde 54. 
 


Slide 2 - Tekstslide

2. Lesdoel
Aan het eind van deze les:
- weet je wat wordt bedoeld met directe rede
- weet je welke leestekens er zijn, wat de functie van zo'n leesteken is en wat je doet met je stem als je een leesteken leest. 



Slide 3 - Tekstslide

3. Arrangementen + mini-check
Verdiept arrangement (8 gemiddeld of hoger): Niemand


Iedereen doet mee met de mini-check. 

Slide 4 - Tekstslide



Dave zei: "Ik ben verliefd!"
A
directe rede
B
indirecte rede

Slide 5 - Quizvraag

In welke zin is de DIRECTE rede correct gebruikt?
A
De meester vroeg: "Of ik mijn spullen wilde opruimen."
B
De meester vroeg of ik mijn spullen wilde opruimen.
C
De meester vroeg wil je je spullen opruimen?
D
De meester vroeg: "Wil je je spullen opruimen?"

Slide 6 - Quizvraag

Zet de zin in de directe rede:
Ik vroeg hem of hij mijn tas wilde dragen.

Slide 7 - Open vraag

Wie maakt wat? 
Had je de vragen van de mini-check goed? Dan mag je zelfstandig aan het werk. 
Je maakt opdracht 67 en 71 op bladzijde 55/56


De rest doet mee met de instructie. 

Slide 8 - Tekstslide


Directe rede: precies zoals iemand het zegt.
Directe rede en Indirecte rede
4. Instructie

Slide 9 - Tekstslide

Als je vertelt of opschrijft wat iemand heeft gezegd, kun je dat op twee manieren doen.
Manier 1:  Mijn oma vroeg of ik weer eens langskwam. (indirecte rede)

Manier 2: Mijn oma vroeg: "Kom je weer eens langs?" (directe rede)

Slide 10 - Tekstslide

Gerrit zei dat hij wel weer eens naar school zou willen. (indirecte rede) 

Gerrit zei: " Ik wil wel weer eens naar school." (directe rede)

Slide 11 - Tekstslide

Waar moet je op letten?
1. wie zegt iets....... zet dat vooraan.

2. MIJN MOEDER ZEGT   

3. Dan :  en '  ....................'

4. wat zegt ze letterlijk? ...... zet dat na de dubbele punt en tussen de aanhalingstekens. 
Mijn moeder zegt dat ik mij kamer moet opruimen.

Slide 12 - Tekstslide

wie?
:   '    '     en hoofdletter
wat? 
Mijn beste vriendin vroeg wanneer we samen naar de bioscoop kunnen gaan. 

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Link

leestekens
Lees de theorie mee op bladzijde 55 

Slide 15 - Tekstslide

5. Begeleid inoefenen
Had je geen of 1 vraag goed bij de mini-check:
Dan maken we samen opdracht 67.

Slide 16 - Tekstslide

6. Zelfstandig werken 
Je maakt zelfstandig opdracht 67 en 71 op bladzijde 55/56.



Ben je klaar?
Dan kijk je de opdrachten na.
Daarna pak je een boek en ga je in stilte lezen.
timer
1:00

Slide 17 - Tekstslide

7. Evaluatie 
Hoe ging de les?
Zijn er nog dingen die je lastig vindt?


- weet je wat wordt bedoeld met directe rede?
- weet je welke leestekens er zijn, wat de functie van zo'n leesteken is en wat je doet met je stem als je een leesteken leest?

Slide 18 - Tekstslide

Huiswerk & Toetsen
Huiswerk LJ1: 
Dinsdag 24 oktober
1.17 opdracht 67 en 71


Toetsen LJ1: 
Dinsdag 24 oktober
Toets blok 1


Slide 19 - Tekstslide