2. sinterklaasgedichten

Sinterklaasgedichten
1 / 10
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2Middelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

In deze les zitten 10 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Sinterklaasgedichten

Slide 1 - Tekstslide

Voorbeelden


Een cadeautje en een gedichtje op rijm
Op school gezellig samen zijn
Samen Nederlands leren, met een vrolijke lach
Het is 6 december, een perfecte dag 
 
 

Slide 2 - Tekstslide



Beste Jalal,

Zeg eens even, beste vriend,
heb jij dit jaar een cadeau verdiend?
We zullen zien wat Sint je biedt.
Is het een lege doos..., of niet?

De Sint

Beste Kyra,

Ik trek een lootje en val bijna flauw.
Weet je wie ik heb? Ik heb jou!
Wat moet ik daar nou mee beginnen?
Geen woorden komen bij mij binnen.
In paniek begin ik met huilen
Misschien wil iemand met me ruilen.
Maar dan zie ik het licht.
Ik schrijf in één keer dit gedicht.
Er hoort zelfs een cadeautje bij.
Ben je nu niet blij met mij?
Sinterklaas

Slide 3 - Tekstslide

Soorten rijm
slapen … schapen
lopen  … knopen
 pak … zak
kraan … gaan
woningen … koningen

Klinkers: 
Morgen maak ik opnieuw troep
En overmorgen is alles weer goed

Medeklinkers:
 Stevig staat de sterke man  op de stoep.

Slide 4 - Tekstslide

Stap 1: rustig nadenken
 Schrijf eerst de antwoorden op onderstaande vragen op een papier:

Mijn gedicht is voor:
Dit weet ik over zijn/haar hobby’s:
Zijn/haar eigenschappen zijn:
Echt opvallend aan hem/haar is:
Dit is grappig aan hem/haar:
Dit is leuk aan hem/haar:


Slide 5 - Tekstslide

Stap 2: houd het simpel
 De meeste sinterklaasgedichten hebben het rijmschema AABB: 
regel 2 rijmt op regel 1 en regel 4 rijmt op regel 3. 

Zeg eens even, beste vriend, [A]
heb jij dit jaar een cadeau verdiend? [A]
We zullen zien wat Sint je biedt. [B]
Is het een lege doos..., of niet? [B]

Slide 6 - Tekstslide

Stap 3: rijmwoorden vinden
Zoek rijmwoorden op de woorden uit stap 1

Lukt het niet om een rijmwoord te vinden? 
Dan kun je ook een (online) rijmwoordenboek gebruiken: www.rijmwoordenboek.nl 

Een andere oplossing is de zin  anders te schrijven. Je kunt bijvoorbeeld een vraagzin gebruiken:

Wat een herrie! Hoor ik een raket?
Nee, het is Marcel op zijn trompet!


Slide 7 - Tekstslide

Stap 4: maak het leuk!
Het is leuk als er humor in het gedicht zit. Humor is om te lachen. 
Een beetje plagen mag in een sinterklaasgedicht en hoort bij de traditie. Maar zorg wel dat vriendelijk is. 

Adjectieven maken een gedicht persoonlijk.  
Gebruik de woorden als / net als /  / lijkt op. Deze woorden maken het een vergelijking: 

Je bent als een mooie, gekleurde boom
Vol met taartjes met slagroom.
Alles aan jou is gezellig en fijn 
Daarom wil ik altijd bij jou zijn!



Slide 8 - Tekstslide

Stap 5: maak het mooi! 
 
Schrijf je gedicht op mooi papier!
Met de hand geschreven op jouw manier.
Geef het nog een beetje fleur,
met een tekening of wat kleur.

 

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide