VDH Over taal

Welkom bij Nederlands!
Pak je boek, schrift & pen.
mobiel & oortjes weg.





1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Welkom bij Nederlands!
Pak je boek, schrift & pen.
mobiel & oortjes weg.





Slide 1 - Tekstslide

Vandaag
  • Info
  • Waar is iedereen gebleven?
  • Uitleg Over taal
  • ZS: eigen opdracht
  • ZF: eigen opdracht
  • Vragen?
  • Afsluiting

Slide 2 - Tekstslide



Info
Denk aan de planning.
Donderdag doen we Vaardigheidstoets 1: Over taal in de les.
Vandaag bereiden we ons daarop voor, door:
- maken van opdrachten
- leren van woordjes
- quiz
Vandaag
  • Info
  • Uitleg
  • ZS
  • ZF
  • Quiz
  • Afsluiting

Slide 3 - Tekstslide



Info
Wat moet je weten voor de toets Over taal?

- Zowel Blok 1 als Blok 2
- Woordjes en uitdrukking
- ...én theorie (synoniem, antoniem, voorvoegsels, pictogrammen, letterlijk en figuurlijk taalgebruik).
Vandaag
  • Info
  • Uitleg
  • ZS
  • ZF
  • Quiz
  • Afsluiting

Slide 4 - Tekstslide

Over taal blok 1 en 2
- Je weet wat synoniemen en antoniemen zijn en je kunt ze herkennen. 
- Je weet wat figuurlijk en letterlijk taalgebruik is.
- Je weet wat pictogrammen zijn.

Slide 5 - Tekstslide

Even kijken....
...wat jullie nog weten!!!

Slide 6 - Tekstslide

Wat is een pictogram?
A
Woorden met meerdere betekenissen.
B
Een stripverhaal.
C
Een plaatje dat een boodschap over moet brengen.
D
Een plaatje op je telefoon.

Slide 7 - Quizvraag

Slide 8 - Tekstslide

Wat betekent dit pictogram?

Slide 9 - Tekstslide

Wat betekent dit?

Slide 10 - Tekstslide

Samenstelling of afleiding?
industriëlen
A
samenstelling
B
afleiding

Slide 11 - Quizvraag

Wat zijn synoniemen?
A
Woorden met meerdere betekenissen.
B
Woorden die ongeveer hetzelfde betekenen.
C
Woorden met maar één betekenis.
D
Tegengestelde woorden.

Slide 12 - Quizvraag

Wat is een voorbeeld van synoniemen?
A
groot en groter
B
viool en trompet
C
stuk en kapot
D
dag en nacht

Slide 13 - Quizvraag

Synoniem voor crimineel is
A
onaardig
B
misdadig
C
agressief
D
enthousiast

Slide 14 - Quizvraag

Synoniem voor mengen is
A
weggooien
B
knoeien
C
mixen
D
regelen

Slide 15 - Quizvraag

Synoniem voor opmerkelijk is
A
normaal
B
gezien
C
bijzonder
D
merkloos

Slide 16 - Quizvraag

Wat is een voorbeeld van synoniemen?
A
groot en groter
B
viool en trompet
C
stuk en kapot
D
dag en nacht

Slide 17 - Quizvraag

Wat betekent
interpreteren
A
goed kijken
B
advies of informatie opzoeken
C
uitleg geven
D
opvatten

Slide 18 - Quizvraag

Wat betekent
observeren
A
goed kijken
B
advies of informatie opzoeken
C
uitleg geven
D
opvatten

Slide 19 - Quizvraag

Wat betekent
toelichten
A
goed kijken
B
advies of informatie opzoeken
C
uitleg geven
D
opvatten

Slide 20 - Quizvraag

Wat betekent
raadplegen
A
goed kijken
B
advies of informatie opzoeken
C
uitleg geven
D
opvatten

Slide 21 - Quizvraag



ZS
  • Je werkt voor jezelf en in stilte.
  • Je weet wat je moet doen.


Je maakt je gekozen opdracht.

Klaar? Je kunt nakijken!

Ook klaar? Kies een nieuwe opdracht.


Huiswerk: Leren voor toets Over taal.


Vandaag
  • Info
  • Uitleg
  • ZS
  • ZF
  • Afsluiting

Slide 22 - Tekstslide

Over taal blok 1 en 2
- Je weet wat synoniemen en antoniemen zijn en je kunt ze herkennen. 
- Je weet wat figuurlijk en letterlijk taalgebruik is.
- Je weet wat pictogrammen zijn.

Slide 23 - Tekstslide

Afsluiting
Succes met leren voor de toets!!

Slide 24 - Tekstslide