(8 hier niet uitgewerkt, gaan we bespreken) => 75 minuten (helft examen)
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5
In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 50 min
Onderdelen in deze les
Examentraining 2026 -
Texte bespreken
= Teksten 3+ 4; 6, 7, 8 = 25 punten
(8 hier niet uitgewerkt, gaan we bespreken) => 75 minuten (helft examen)
Slide 1 - Tekstslide
8. Geef aan of de onderstaande informatie over Rita Ebel overeenkomt met alinea 1. 1. Ze zoekt nieuwe klanten voor haar rolstoelopritten. 2. Ze staat positief in het leven.
A
wel-wel
B
niet-wel
C
wel-niet
D
niet-niet
Slide 2 - Quizvraag
1. Ze zoekt nieuwe klanten voor haar rolstoelopritten.
Niet => staat nergens.
Alleen: Ze kijkt, of alles okay is
2. Ze staat positief in het leven.
Wel: Ze valt op vanwege haar optimisme
Slide 3 - Tekstslide
9. Welche Aussage über Rita Ebel ist dem 2. Absatz nach richtig?
A
A
B
B
C
C
D
D
Slide 4 - Quizvraag
Welche Aussage über Rita Ebel ist dem 2. Absatz nach richtig?
A Sie arbeitet in einem Laden, wo Gummibärchen verkauft werden. = nee
B Sie bekommt Bestellungen für Rampen aus Lego-Steinen. = vier offene Anfragen
C Sie ist durch einen Unfall vom Rollstuhl abhängig geworden. =staat er niet
D Sie macht Fotos von einzigartigen Bauwerken in Hanau. = nee
Slide 5 - Tekstslide
10. Was wird aus dem 3. Absatz deutlich?
A
A
B
B
C
C
D
D
Slide 6 - Quizvraag
Was wird aus dem 3. Absatz deutlich?
A Das Material für die Rampen bekommt Ebel umsonst (gratis). = gespendet
B Die ersten von Ebel gebauten Rampen bezahlte sie selbst. = staat er niet
C Manche Menschen finden die Rampen aus Lego gefährlich. = staat er niet
D Rampen aus Lego-Steinen werden auch im Ausland gebaut => nee, door haar gebouwd (= Rita Ebels Rampen)
=> gespendet => spenden = doneren
Slide 7 - Tekstslide
11. Op welk punt voldoen de opritten van Lego niet aan de geldende regels voor opritten? (alinea 4)
Slide 8 - Open vraag
=> Steigung das Doppelte oder mehr
= Steigung zu groß => vertalen naar goed Nederlands
Slide 9 - Tekstslide
12. „Aber besser … den Laden.‘“ (Zeile 25-27) Was spricht aus diesen Worten?
A
Angst = angst
B
Ärger = boosheid
C
Enttäuschung = teleurstelling
D
Realitätssinn = realiteitszin
Slide 10 - Quizvraag
= "Maar beter een zware toegang dan helemaal geen toegang."
= "Een rolstoelgebruiker maakt dat helemaal niet uit, hoofdzaak is dat hij de winkel binnen kan komen."
= D: realiteitszin; geen angst/boosheid/teleurstelling
Slide 11 - Tekstslide
13 Welche Ergänzung passt in die Lücke in Absatz 5?
A
Behörden = autoriteiten/overheid
B
Fußgänger = voetgangers
C
Kunden = klanten
D
Rollstuhlfahrer
Slide 12 - Quizvraag
Misschien is het kinderlijk speelse de reden dat de ___ in veel steden de constructie tolereren/toestaan.
=> alleen de autoriteiten/de overheid van een stad gaat hierover ("dulden")
Slide 13 - Tekstslide
niet
wel
Slide 14 - Tekstslide
=3 wel
=4 niet
Slide 15 - Tekstslide
= 5 wel
= 6 niet (staat er niet)
Slide 16 - Tekstslide
18 Was trifft dem 1. Absatz nach auf Mahdi Rahimi zu?
A
A
B
B
C
C
D
D
Slide 17 - Quizvraag
Unterricht= les
Slide 18 - Tekstslide
19. Geef van elk van de volgende beweringen over Rahimi aan of deze overeenkomt met alinea 2. 1 Hij vond het fijn om praktisch bezig te zijn. 2 Hij liet veel doorzettingsvermogen blijken. 3 Hij kreeg extra veel tijd voor zijn verslagen.
A
wel - wel - niet
B
wel - niet - wel
C
niet - wel -niet
D
niet - niet - wel
Slide 19 - Quizvraag
1 Hij vond het fijn om praktisch bezig te zijn => "Arbeit mit den Händen machte ihm Freude" = wel
2 Hij liet veel doorzettingsvermogen blijken. => eigenlijk advies, om nog een jaar te wachten, maar het lukte hem = Er "schaffte es"
3 Hij kreeg extra veel tijd voor zijn verslagen. => nee, hij werkte langer aan de verslagen
Slide 20 - Tekstslide
20 Wie verhält sich der Satz „Zumal er … Muttersprachler seien.“ (Zeile 16-18) zu den vorangehenden Worten „Neben der … sagt Priebe.“ (Zeile 13-16)? Er bildet dazu
A
einen Gegensatz
B
eine Schlussfolgerung
C
eine Verstärkung
Slide 21 - Quizvraag
= tegenstelling
= conclusie
= versterking/benadrukking
=> Passend signaalwoord???
Slide 22 - Tekstslide
De tweede zin versterkt de bewondering uit de eerste zin. Priebe zegt niet alleen dat Mahdi het geweldig deed, maar benadrukt dat dit extra indrukwekkend is omdat Mahdi het veel moeilijker had dan anderen (minder schooljaren, geen moedertaalspreker). Het signaalwoord "zumal" geeft deze versterkende relatie aan.
Slide 23 - Tekstslide
Wähle die richtige Ergänzung. Aus Rahimis Worten über die „Aufgabe“ (Zeile 24) wird deutlich, dass
A
A
B
B
C
C
D
D
Slide 24 - Quizvraag
Slide 25 - Tekstslide
22 Welche Aussage stimmt mit dem 4. Absatz überein?