Carmen 016

De dichter en zijn werk
(Carmen 16)

1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
newEditorLatijnMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

De dichter en zijn werk
(Carmen 16)

recitatio?

pedicabo

A

praesens

B

imperfectum

C

perfectum

D

futurum (exactum)

pedicabo ego vos

A

ego is onderwerp en vos is lijdend voorwerp

B

ego is lijdend voorwerp en vos is onderwerp

C

Beide woorden zijn onderwerp.

D

Beide woorden zijn lijdend voorwerp.

Pedicabo ego vos et irrumabo,

Aureli pathice et cinaede Furi,

Alle woorden in regel 2 staan in de:

A

nominativus

B

dativus

C

accusativus

D

een andere naamval

Dit gedicht is gericht aan Furius en Aurelius. In carmen 11 prijst Catullus hen als zijn beste vrienden vanwege hun steun: wat Catullus ook van plan zou zijn, zij helpen hem altijd. En dan vraagt hij hen één klein dingetje te doen: tegen Lesbia zeggen, dat Catullus haar niet meer hoeft en dat ze zijn liefde niet waard is.

Pedicabo ego vos et irrumabo,
Aureli pathice et cinaede Furi,


Ik zal jullie naaien en oraal penetreren,
‘nicht’ Aurelius en mietje Furius,

Net als in het Nederlands hebben de woorden pedicare en irrumare ook een figuurlijke, neerbuigende betekenis: 'Ik zal jullie te pakken nemen’.

ex versiculis meis

A

nominativus

B

dativus

C

accusativus

D

een andere naamval

qui me ex versiculis meis putastis,
quod sunt molliculi, parum pudicum.

qui me ex versiculis meis putastis,
quod sunt molliculi, parum pudicum.

(jullie) die mij op grond van mijn gedichtjes, omdat ze schunnig zijn, hebben beschouwd als te weinig eerbaar.

Wat was kennelijk de kritiek van F&A

op Catullus?

pium poetam

A

nominativus

B

dativus

C

accusativus

D

een andere naamval

Nam castum esse decet pium poetam
ipsum, versiculos nihil necesse est,

Wat zijn de persoonsvormen in deze zinnen? Zie volgende dia!




Wat zijn de persoonsvormen in deze regels?

Nam castum esse decet pium poetam
ipsum, versiculos nihil necesse est,

Nam castum esse decet pium poetam
ipsum, versiculos nihil necesse est;


Want het is gepast dat een rechtschapen dichter zelf fatsoenlijk is, (xxx) het is helemaal niet noodzakelijk dat zijn versjes (fatsoenlijk zijn).

asyndeton

adversatief asyndeton

het weglaten van een voegwoord

het weglaten van het voegwoord 'maar'

qui tum denique habent salem ac leporem,
si sunt molliculi ac parum pudici
et quod pruriat incitare possunt,

qui tum denique habent salem ac leporem,
si sunt molliculi ac parum pudici
et quod pruriat incitare possunt,


want die hebben dan pas zout en charme,

als ze schunnig zijn en te weinig kuis

en geilheid kunnen opwekken


his pilosis

A

nominativus

B

dativus

C

accusativus

D

een andere naamval

non dico pueris, sed his pilosis,
qui duros nequeunt movere lumbos.


ik bedoel niet (alleen) bij jongens, maar (ook) bij deze behaarde mannen, die hun stijve ledematen niet kunnen bewegen.

Wat staat hier?

non dico pueris, sed his pilosis,
qui duros nequeunt movere lumbos.


ik bedoel niet (alleen) bij jongens, maar (ook) bij deze behaarde mannen, die hun stijve ledematen niet kunnen bewegen.

his – hierbij wijst Catullus waarschijnlijk naar alle mannen die aanwezig zijn bij het voorlezen van het gedicht: dit zijn echte mannen (en Furius en Aurelius niet).


Tieners reageren natuurlijk op Catullus’ gedichtjes, maar oudere mannen ook, zegt hij (die te stijf zijn om nog seks te hebben).

Vos quod milia multa basiorum
legistis, male me marem putatis?
Pedicabo ego vos et irrumabo.

Omdat jullie over vele duizenden kussen gelezen
hebben, beschouwen jullie mij als een mietje?
Ik zal jullie naaien en oraal penetreren.

Wat is het verwijt van Catullus aan Furius en Aurelius?

Wat houdt in dit gedicht pedicare en irrumare in?