5.4 Zouten: Toepassingen Neerslagreacties

Toepassingen Neerslagreacties
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Toepassingen Neerslagreacties

Slide 1 - Tekstslide

Neerslagreacties
  • In een zoutoplossing bevinden zich losse ionen.
  • Bij samenvoegen van zoutoplossingen, ontstaat er soms een slecht oplosbaar zout.
  • Je ziet een suspensie ontstaan (troebel mengsel).
  • Er is sprake van een neerslagreactie.
  • Hier kunnen we ook gebruik van maken met BINAS 45A!

Slide 2 - Tekstslide

Het verwijderen van een ionsoort uit een oplossing

Een bak met afvalwater bevat een hoeveelheid lood(II)-ionen ( = Pb2+ ). 
Deze lood(II)-ionen zijn slecht voor de gezondheid en moeten dus uit dit afvalwater verwijderd worden.

Hoe doe je dat?


Slide 3 - Tekstslide

Het verwijderen van een ionsoort uit een oplossing

Lood(II)-ionen kun je uit het afvalwater verwijderen door een zoutoplossing aan het afvalwater toe te voegen, waarvan de negatieve ionen een neerslagreactie vormen met de lood(II)-ionen.

Gebruik bijvoorbeeld een oplossing van natriumjodide.

(Er zijn meerdere mogelijkheden natuurlijk)

Slide 4 - Tekstslide

Het verwijderen van een ionsoort uit een oplossing
Een oplossing van natriumjodide:       Na+ + I- 

Mini-oplosbaarheidstabel: Pb2+ en I- geven een s

Reactievergelijking: Pb2+ (aq) + 2 I- (aq) ----> PbI2 (s)

Na filtreren zijn de lood(II)-ionen verwijderd uit het afvalwater!

I-
Na+
g
Pb2+
s

Slide 5 - Tekstslide


Met welke zoutoplossing kun je sulfaat-ionen
verwijderen uit afvalwater? Gebruik BINAS 45A
A
oplossing van natriumchloride
B
oplossing van kaliumbromide
C
oplossing van bariumchloride
D
oplossing van zinkbromide

Slide 6 - Quizvraag

Welke neerslagreactie vindt er plaats als een oplossing met sulfaat-ionen in contact komt met een bariumchloride-oplossing?

Slide 7 - Open vraag

Antwoord


Ba2+  (aq)  +    SO42-   (aq)  --->     BaSO4 (s)

Slide 8 - Tekstslide

Het maken van een zout

In de voorraadkast blijkt geen calciumcarbonaat meer te staan
Voor een proef heeft de TOA deze stof echt nodig, dus hij besluit het zout calciumcarbonaat zelf te maken.

Hoe doe je dat?

Slide 9 - Tekstslide

Het maken van een zout
We voegen twee zoutoplossingen samen, waarvan in de ene oplossing het ion Ca2+ zit en in de andere oplossing het ion CO32-

De andere twee ionsoorten moeten als tribune-ionen optreden.

Neem dus bijvoorbeeld een oplossing van calciumchloride en een oplossing van natriumcarbonaat

Slide 10 - Tekstslide

Het maken van een zout

Een oplossing van calciumchloride:       Ca2+ + 2 Cl- 

Een oplossing van natriumcarbonaat:   2 Na+ + CO32-

Slide 11 - Tekstslide

Na filtratie heb je het zout calciumcarbonaat in het residu!
Een oplossing natriumcarbonaat wordt bij een oplossing calciumchloride gevoegd.

Slide 12 - Tekstslide


Met welke twee zoutoplossingen zou jij het zout aluminiumfosfaat maken? Gebruik BINAS 45A en 66B
A
oplossingen van aluminiumhydroxide en natriumfosfaat
B
oplossingen van aluminiumchloride en natriumfosfaat
C
oplossingen van aluminiumhydroxide en bariumfosfaat
D
oplossingen van aluminiumnitraat en bariumfosfaat

Slide 13 - Quizvraag

Welke neerslagreactie vindt er plaats als een oplossing van aluminiumnitraat in contact komt met oplossing van natriumfosfaat?

Slide 14 - Open vraag

Antwoord


Al3+  (aq)  +    PO43-  (aq)  --->     AlPO4 (s)

Slide 15 - Tekstslide

Welke zout maak je als vaste stof als je een oplossing van kopersulfaat samenvoegt met een oplossing van natronloog? BINAS 45A en 66A.
A
CuOH
B
Cu(OH)2
C
NaSO4
D
Na2SO4

Slide 16 - Quizvraag

Het aantonen van een ionsoort in een oplossing

Het etiket van een potje met een wit zout is niet meer goed leesbaar.
Op het etiket staat natriumchloride óf natriumfluoride. 

Hoe kom je er achter welk zout in het potje zit?


Slide 17 - Tekstslide

Het aantonen van een ionsoort in een oplossing

Los in een buisje een klein beetje van het witte zout op in water.

Voeg nu een zoutoplossing toe, waarvan het positieve ionsoort met chloride een s geeft en met fluoride een g in BINAS 45A.

Gebruik bijvoorbeeld een oplossing van zilvernitraat.


Slide 18 - Tekstslide

Het aantonen van een ionsoort in een oplossing
Een oplossing van zilvernitraat: Ag+ + NO3- 

Mini-oplosbaarheidstabel: Ag+ en Cl- geven een s

Reactievergelijking: Ag+ (aq) + Cl- (aq) ----> AgCl (s)

Wordt het troebel in de buis? Dan was het witte zout natriumchloride.
Blijft het helder in de buis? Dan was het witte zout natriumfluoride.

Cl-
F-
Ag+
s
g

Slide 19 - Tekstslide


Welke zoutoplossing zou jij gebruiken om te achterhalen of een zout kaliumcarbonaat of kaliumsulfaat is? Gebruik BINAS 45A
A
oplossing van natriumchloride
B
oplossing van kaliumnitraat
C
oplossing van bariumchloride
D
oplossing van ijzer(II)nitraat

Slide 20 - Quizvraag

Zit in de reageerbuis een oplossing van kaliumcarbonaat of kaliumsulfaat?
Noteer je waarnemingen, je conclusie en eventueel de vergelijking van de neerslagreactie.

Slide 21 - Open vraag

Je kunt twee dingen waarnemen; wel of geen neerslag.

GEEN NEERSLAG; in de reageerbuis zit kaliumsulfaat.

WEL EEN NEERSLAG; in de reageerbuis zit kaliumcarbonaat.
Fe2+ (aq) + CO32- (aq) --> FeCO3 (s)

Slide 22 - Tekstslide

Succes!

Slide 23 - Tekstslide