Werkwoordspelling - lockdown februari les 2 (5 feb)


Hoe gaat het met je?
😒🙁😐🙂😃
1 / 31
volgende
Slide 1: Poll
NederlandsMiddelbare schoolvmbo t, mavoLeerjaar 2-4

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les


Hoe gaat het met je?
😒🙁😐🙂😃

Slide 1 - Poll

Als er geen Corona was...
Zou ik nu omgedraaid in de klas zitten
Zou ik blij zijn dat ik weer naar school zou mogen
Zou ik lekker spijbelen met mijn vrienden
Zou ik nu bedenken wat ik na school zou doen
zou ik nu .... (volgende slide)

Slide 2 - Poll

Als er geen Corona was, zou ik nu....

Slide 3 - Woordweb

Les vandaag
mededeling: leesportfolio
mededeling: slimleren.nl
huiswerkcontrole!
herhalen les 1: pv tt/vt
bespreken huiswerk
uitleg les 2: voltooid deelwoord
opdrachten maken

Slide 4 - Tekstslide

Leesportfolio
Vals spel
54 minuten

Slide 5 - Tekstslide

slimleren.nl

Slide 6 - Tekstslide

huiswerkcontrole

Slide 7 - Tekstslide

Lesdoelen:
- herhalen werkwoordspelling vorige les (pvtt/pvvt)
-Je weet wat een infinitief is;
-Je weet wat een voltooid deelwoord is;
-Je weet wat een onvoltooid deelwoord is.

Slide 8 - Tekstslide

Persoonsvorm
Er zijn twee manieren om de persoonsvorm te vinden:

-Maak een vraagzin. Het eerste werkwoord in de zin is de persoonsvorm.

-Verander de zin van tijd. Het werkwoord dat verandert, is de persoonsvorm.

Slide 9 - Tekstslide

PV tegenwoordige tijd
Werkwoorden in de tegenwoordige tijd (tt), schrijf je altijd met een -t, als je een t-klank hoort.

Stap 1: staat het werkwoord in de tt?
Stap 2: Ja: gebruik dan een -t (behalve bij ik en vóór je/jij)


Slide 10 - Tekstslide

PV verleden tijd

Stap 1: Kijk naar de infinitief (het hele ww)

Stap 2: Haal -en van de infinitief af
Stap 3: Kijk naar de letter waar het ww nu mee eindigt

Stap 4: Staat deze letter in "taxi-kofschip"?

Stap 5: Ja: dan eindigt het ww in de vt op een -t
                Nee: dan eindigt het ww in de vt op een -d

Slide 11 - Tekstslide

Voorbeeld:


Stap 1: lachen                               Stap 1: verven
Stap 2: lach                                    Stap 2: verv
Stap 3: h                                          Stap 3: v
Stap 4: ja                                         Stap 4: nee
Stap 5: lachte                               Stap 5: verfde/geverfd

Slide 12 - Tekstslide

huiswerk
maak opdracht 7, 8 en 9 (blz 32 en verder)

Slide 13 - Tekstslide

Infinitief
De wij-vorm van een werkwoord, wordt ook wel eens anders genoemd. Namelijk:

-hele werkwoord
-infinitief

Slide 14 - Tekstslide

Infinitief
je krijgt de infinitief ook na 'te' (Hij staat zich te vervelen)
of na de werkwoorden gaan, kunnen, willen, zullen

Hij gaat elke zaterdag voetballen/zwemmen/schrijven/
Zij kan goed voetballen/tekenen/vloggen
Mijn vader wil nooit met me voetballen/spelen/koken
De Brazilianen zullen altijd blijven voetballen/dansen/etc

Slide 15 - Tekstslide

Voltooid en onvoltooid deelwoord
Niet alle werkwoorden zijn natuurlijk persoonsvormen. 

Je kunt ook te maken hebben met een voltooid deelwoord (vd) of een onvoltooid deelwoord (od).

Slide 16 - Tekstslide

Voltooid deelwoord
Dit is een vorm van het werkwoord om aan te geven dat iets voltooid (klaar/af) is. Als de pv hebben of zijn is, krijg je daarna bijna altijd een voltooid deelwoord. Je hebt waarschijnlijk geleerd dat deze werkwoordsvorm vaak begint met ge-, be- en ver-.

Kijk maar eens naar de volgende voorbeelden:

Slide 17 - Tekstslide

Voorbeelden Volt dw.
Ik heb gelachen.
Wij hebben een mooi feestje gevierd.
Nadal heeft de wedstrijd gewonnen.
Die professor heeft dat goed bedacht.
Mijn moeder is haar trouwring verloren.
Mijn buren zijn 12 jaar getrouwd.
Ik ben naar een lockdownfeestje gegaan.


Slide 18 - Tekstslide

Onvoltooid deelwoord
Dit is een vorm van het werkwoord om aan te geven dat het nog gaande (bezig) is. Het is onvoltooid. Het geeft antwoord op de vraag HOE het onderwerp iets doet.

OD = infinitief + d(e)
de laatste letters zijn dus altijd -end
Kijk maar eens naar de volgende voorbeelden:

Slide 19 - Tekstslide

Voorbeelden Onvolt. dw

De jongen kwam huilend thuis.
Fluitend fietste ik naar school.
Mijn opa gaat lopend naar de supermarkt.

Slide 20 - Tekstslide

oefenen
Geef aan of het woord dat tussen streepjes staat, een voltooid deelwoord is of een onvoltooid deelwoord. 

begint het met ge-/be-/ver- = VD
eindigt het op -end = OD

Slide 21 - Tekstslide

Een paar maanden geleden heb ik mijn teen -gebroken-.

A
voltooid deelwoord
B
onvoltooid deelwoord

Slide 22 - Quizvraag

De man werd -schreeuwend- op straat gevonden.
A
voltooid deelwoord
B
onvoltooid deelwoord

Slide 23 - Quizvraag

Mijn zusje moest -huilend- van het lachen naar de directeur.
A
voltooid deelwoord
B
onvoltooid deelwoord

Slide 24 - Quizvraag

Gisteren heb ik een tropische fruitsalade -gemaakt-.
A
voltooid deelwoord
B
onvoltooid deelwoord

Slide 25 - Quizvraag

(Huis)werk maken
in de les: 7, 8, 11 (blz 70)
thuis?: 9, 10, 12
timer
10:00

Slide 26 - Tekstslide

Deze les heb je geleerd:
-Hoe je de persoonsvorm vindt;
-Wat een persoonsvorm tt en persoonsvorm vt is;
-Wat een infinitief is;
-Wat een voltooid deelwoord is;
-Wat een onvoltooid deelwoord is.

Slide 27 - Tekstslide

Poll als exit ticket

Slide 28 - Tekstslide


Na deze les, 
wil ik...
de uitleg nog 1 keer horen
meer voorbeelden krijgen
meer oefeningen maken
de leerstof thuis nog even bekijken
overgaan naar nieuwe leerstof
nog iets anders (vul de vraag op de volgende slide in)

Slide 29 - Poll


Nog iets anders, namelijk...

Slide 30 - Open vraag


Hoe vond je 
deze les?
😒🙁😐🙂😃

Slide 31 - Poll