Grammatica A Woordsoorten

Starttaak
Etui, planner, lesboek, leesboek, schrift open en laptop dicht op tafel.
LEES EERST DE HELE OPDRACHT
Maak een mindmap in je schrift. In het midden zet je woordsoorten. 
Schrijf zoveel mogelijk op wat je weet over:
lidwoorden
zelfstandig naamwoorden
bijvoeglijk naamwoorden
werkwoorden
Maak 'zijtakken'. Houd voldoende ruimte over voor evt. aanvullingen.

Klaar? Stillezen
timer
10:00
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 18 slides, met tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Starttaak
Etui, planner, lesboek, leesboek, schrift open en laptop dicht op tafel.
LEES EERST DE HELE OPDRACHT
Maak een mindmap in je schrift. In het midden zet je woordsoorten. 
Schrijf zoveel mogelijk op wat je weet over:
lidwoorden
zelfstandig naamwoorden
bijvoeglijk naamwoorden
werkwoorden
Maak 'zijtakken'. Houd voldoende ruimte over voor evt. aanvullingen.

Klaar? Stillezen
timer
10:00

Slide 1 - Tekstslide

Grammatica A Woordsoorten

Slide 2 - Tekstslide

Deze week
Maandag: Instructie woordsoorten
Dinsdag:  Werkles, grammatica A
Vrijdag:Leesuur

Weektaak 29 01 2024
Leren: handboek blz.160 -163
Maken: Grammatica A 2 t/m 7

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video

Grammatica
Om een taal te begrijpen, is het belangrijk om inzicht in de regels van de taal te hebben. Deze regels noemen we de grammatica. 

Inzicht in deze regels helpen bij het leren van andere talen. 

Er zijn grote verschillen tussen talen: in het Chinees bepaalt de manier waarop je iets uitspreekt de betekenis. In het Turks kun je een boodschap in één woord brengen waar wij een hele zin voor nodig hebben. 

Slide 5 - Tekstslide

Soorten grammatica

- grammatica zinsdelen (redekundig ontleden), waarbij je de functie van elk zinsdeel in de zin benoemt. 

- grammatica woordsoorten (taalkundig ontleden), waarbij je van elk woord in de zin benoemt tot welke woordsoort het behoort. 

Slide 6 - Tekstslide

Zelfstandig naamwoord
  • concreet zelfstandig naamwoord 
  • abstract zelfstandig naamwoord 
  • eigennaam zelfstandig naamwoord (zn-e)

  1. meervoud 
  2. verkleinwoord 
  3. lidwoord ervoor

Slide 7 - Tekstslide

Lidwoorden
Staan voor een zelfstandig naamwoord:
de - het - een

onbepaald lidwoord:
een
bepaald lidwoord:
de - het

Slide 8 - Tekstslide

Lidwoord
Er zijn 3 lidwoorden: de, het en een

Let op bij het!!
Alleen als er een zelfstandig naamwoord bij staat, is het een lidwoord.
Het regent --> geen lidwoord.
Het rode kleedje ligt op de grond --> wel lidwoord.

Slide 9 - Tekstslide

Bijvoeglijke naamwoorden
Welke verschillende soorten bijvoeglijk naamwoorden zijn er?

Slide 10 - Tekstslide

Bijvoeglijke naamwoorden

  1. de 'gewone' bijvoeglijk naamwoorden
  2. stoffelijke bijvoeglijk naamwoorden
  3.  bijvoeglijk naamwoorden die gemaakt zijn van een werkwoord

Slide 11 - Tekstslide

Soorten werkwoorden
- zelfstandig werkwoord
- koppelwerkwoord
- hulpwerkwoord

Slide 12 - Tekstslide

Herkennen van de werkwoorden
  • hoofdwerkwoorden ( zelfstandig werkwoord / koppelwerkwoord.
  • hulpwerkwoorden.

Slide 13 - Tekstslide

Werkwoordsvormen
  • Daar loopt een koe.
  • Daar liep een koe.
  • Daar heeft een koe gelopen.
  • Daar had een koe gelopen.
  • Daar zal een koe lopen.
  • Daar zou een koe lopen.
  • Daar zal een koe gelopen hebben.
  • Daar zou een koe gelopen hebben

Slide 14 - Tekstslide

Werkwoordsvormen
  • Daar loopt een koe.  ott
  • Daar liep een koe.    ovt
  • Daar heeft een koe gelopen.  vtt
  • Daar had een koe gelopen. vvt
  • Daar zal en koe lopen. ottt
  • Daar zou een koe lopen. ovtt
  • Daar zal een koe gelopen hebben. vttt
  • Daar zou een koe gelopen hebben vvtt

Slide 15 - Tekstslide

Scheidbare werkwoorden
Nicole zet koffie voor Herman.
''Koffie zetten'' zijn twee losse woorden.
''Koffie zetten'' is geen scheidbaar werkwoord.
Dus: koffie hoort niet bij het werkwoord/ wg

De agente houdt de dief uiteindelijk toch aan.
''Aanhouden'' schrijf je wel aan elkaar, maar kan gescheiden worden.
Dus: aanhouden is  wel een scheidbaar werkwoord.
Dus: aan hoort bij het werkwoord en het wg

De agente ondervraagt de dief.
''Onder en ''vragen'' kunnen niet los van elkaar.
''Ondervragen'' is geen scheidbaar werkwoord.

Slide 16 - Tekstslide

Nu jij...
Weektaak: 
Leren Grammatica A (blz. 160-163 handboek)
Maken Grammatica A 2t/m 7

Slide 17 - Tekstslide

Starttaak
Etui, planner, lesboek, leesboek, schrift open en laptop dicht op tafel.





Klaar? Stillezen
timer
10:00

Slide 18 - Tekstslide