§2.3 Religie, wetenschap en filosofie- III

SO 2.1, 2.2 en 2.3 - 14 december
Leren:
- leertekst
- opdrachten
- aantekeningen
- begrippen (begrippenlijst achterin het katern!)
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

SO 2.1, 2.2 en 2.3 - 14 december
Leren:
- leertekst
- opdrachten
- aantekeningen
- begrippen (begrippenlijst achterin het katern!)

Slide 1 - Tekstslide

§2.3 Religie, wetenschap en filosofie

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen
Je kunt uitleggen:
- Hoe de Griekse godenwereld in elkaar zit
- Wat een mythe is
- Wat het verschil is tussen een mythologische en wetenschappelijke verklaring van de wereld
- Wat het verschil is tussen religie en filosofie

Slide 3 - Tekstslide

Waarbij hoort de vraag:
Hoe hebben de goden de wereld gemaakt?
A
Filosofie
B
Religie
C
Wetenschap

Slide 4 - Quizvraag

Waarbij hoort de vraag:
Is de aarde plat of bolvormig?
A
Filosofie
B
Religie
C
Wetenschap

Slide 5 - Quizvraag

Waarbij hoort de vraag:
Kunnen wij de wereld wel echt begrijpen?
A
Filosofie
B
Religie
C
Wetenschap

Slide 6 - Quizvraag

Waarbij hoort de vraag:
Wat is beter: aristocratie of monarchie?
A
Filosofie
B
Religie
C
Wetenschap

Slide 7 - Quizvraag

Waarbij hoort de vraag:
Wat moet ik offeren als ik ben genezen?
A
Filosofie
B
Religie
C
Wetenschap

Slide 8 - Quizvraag

Waarbij hoort de vraag:
Wie begon de oorlog tussen Athene en Sparta?
A
Filosofie
B
Religie
C
Wetenschap

Slide 9 - Quizvraag

Aan de slag!
Maken opdracht 3 t/m 12 van §2.3 (blz. 19 en 20)
Klaar?
Doe de opdracht oefenen met bijschrift en een beeldbron 
( blz. 21 t/m 23)

Slide 10 - Tekstslide

Opdracht 9
Er waren in de Griekse tijd drie manieren om de werkelijkheid te verklaren. De meeste mensen geloofden in de [..............1...............]   : zij dachten dat de goden grote invloed hadden op wat er gebeurde. Anderen probeerden de wereld te begrijpen door over belangrijke vragen logisch na te denken. Zij worden [..............2...............]   genoemd. Ten slotte zijn er de [..............3...............]   , die heel precies onderzoek deden. Politici in Athene vonden de [..............4...............]   soms gevaarlijk, omdat die vraagtekens plaatste bij de [..............5...............]   .
Maak de tekst kloppend (blz 82-83)
Woorden
[..............1...............]
[..............2...............]
[..............3...............]
[..............4...............]
[..............5...............]
Filosofie
Mythen
Wetenschap
Filosofen
Priesters
Wetenschappers
Filosofie
Religie
Wetenschap
Democratie
Godenwereld
Natuurkunde

Slide 11 - Sleepvraag

Heb je vragen over:
2.1 - Het leven in een Griekse stadstaat
2.2 - Politiek in Athene
2.3 - Religie, wetenschap en filosofie
ja, over alle drie of 2 vd 3
ja, over 2.1
ja, over 2.2
ja, over 2.3
nee

Slide 12 - Poll

Over welk onderwerp heb je een vraag

Slide 13 - Woordweb

Oefenen met bronnen en bijschriften

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide