cross

Les 2 Multiculturele samenleving

Geschiedenis
Les 2 Multiculturele samenleving
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Geschiedenis
Les 2 Multiculturele samenleving

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Lever je huiswerk in.

Slide 3 - Open vraag

Leerdoel

Aan het eind van deze les kun je:

4 verschillende groepen noemen die immigreerden in Nederland.

Je weet waar de discussie in Nederland met betrekking tot immigratie over gaat.


Slide 4 - Tekstslide

Waarom stegen de lonen in de jaren 60?

Slide 5 - Woordweb


Vanaf de jaren '60

  • Geleide loonpolitiek wordt losgelaten
  • Er komt een loongolf: een stijging van lonen, soms wel met 10%
  • Uitkeringen zijn gekoppeld aan lonen, dus ook deze stijgen mee.
  • Door de ontdekking gasveld in Slochteren (1959) kan de verzorgingsstaat makkelijker worden gefinancierd: het gas wordt aan het buitenland verkocht.
  • Nederland wordt een consumptiemaatschappij


    Slide 6 - Tekstslide

    Tijd van economische problemen
    1970-1980

    Slide 7 - Tekstslide


    Grenzen aan de groei
    Situatie in Nederland (1970-1980):
    Zesdaagse oorlog in 1967
    Israël bezette gebieden, Gazastrook, Sinaï, Westelijke Jordaanoever, Golan.

    Oorlog in 1973
    Oorlog tussen Egypte, Syrië en Israël.
    Arabische landen wilden geen olie verkopen aan landen die Israël steunden, hierdoor ontstaat economische crisis en hoge werkloosheid. Zeker ook in Nederland die tot dan bondgenoot van Israël is. VN maakte eind aan de oorlog. 

    Door oliecrisis gingen Westerse landen naar Arabische landen luisteren.

    Economische problemen 
    (1970-1980)

    Slide 8 - Tekstslide


    Industrie geen banenmotor
    Situatie in Nederland (1970-2013):

    • Aandeel landbouw en industrie in banenmarkt neemt (verder) af.
       1970: 1 miljoen mensen werkzaam in de industrie
       2013: 771.600 mensen werkzaam in de industrie
    • Vier oorzaken hiervoor:
           - Sluiting van de steenkolenmijnen in Zuid-Limburg
           - Verplaatsing textielfabrieken naar lagelonenlanden
           - Verplaatsing scheepsbouw naar het buitenland
           - Productiviteitsstijging in fabrieken (mens vervangen > machines / robots)

    Economische problemen 
    (1970-2013)

    Slide 9 - Tekstslide








    autoloze zondag

    Slide 10 - Tekstslide


    Wat probeert de maker van de bron duidelijk te maken over de oliecrisis van 1973?
    A
    Dat de westerse landen graag wilden onderhandelen met de Arabische landen
    B
    Dat de Arabische landen de olie voor een hoge dollarprijs verkochten aan de westerse landen.
    C
    Dat de Arabische landen de westerse landen door hun olie onder druk zetten om "hun zin" te doen.
    D
    Dat de westerse landen de baas zijn in de Arabische landen als het op olie aankomt.

    Slide 11 - Quizvraag

    Migratie = het verhuizen van de ene woonplaats naar de andere woonplaats.
    Vier redenen/ motieven om te migreren:
    1. Economische redenen
    2. Sociale redenen
    3. Ecologische/ natuurlijke redenen
    4. Politieke redenen
    Volgende dia: website bevolkingsteller Nederland
    Kent Nederland meer emigranten of meer immigranten?

    Slide 12 - Tekstslide

    Slide 13 - Link

    Opkomst multiculturele samenleving
    Volgende dia: 10 pictogrammen.
    • Nederland wordt in de geschiedenis gezien als een gastvrij en tolerant land.

    Twee voorbeelden vluchtelingenstromen: 
    1. In de 17e eeuw komen veel Franse protestanten en joden in Nederland wonen vanwege de godsdienstvrijheid in de republiek Nederland.

    2.In Eerste Wereldoorlog (1914-'18) vluchtten 1 miljoen Belgen naar Nederland.

    Maar in deze les alleen over migratie (= verhuizingen) in tijdvak 10.

    Slide 14 - Tekstslide

    Multiculturele samenleving
    • Direct na de WOII was er in Nederland meer sprake van emigratie dan immigratie. Waarom? 1 op de 20 Nederlanders emigreerden, waarvan de helft weer remigreerde (vaak door heimwee)
    • Daarna (jaren '60) kwamen voor het eerst grote groepen mensen van buiten Europa naar Nederland. Waarom?
    • Zo werd Nederland een multiculturele samenleving (= pluriforme samenleving): een samenleving waarin mensen met verschillende culturen  en geloven samenwonen.

    In deze les leer je vier migrantengroepen:

    Slide 15 - Tekstslide

    Groep 1: Uit voormalige kolonies:
    Indonesiers:
    • Nederlands-Indië was honderden jaren een kolonie van Nederland geweest.
    • Na WO-II werd het onafhankelijk. Daardoor kwamen veel Indiërs naar Nederland toe
    • Vooral uit de Molukken: veel Molukkers hadden gevochten in het Nederlandse leger tegen andere Indonesiërs

    Surinamers:
    In 1974 werd ook Suriname onafhankelijk. Surinamers kregen de mogelijkheid om naar Nederland te komen.
    1/3 deel emigreerden naar Nederland. Ze hoopten hier op een betere toekomst
    De Antillen (ABC-eilanden)
    Ook veel mensen uit de Nederlandse Antillen wonen in Nederland: zij hebben een Nederlands paspoort omdat de Antillen onderdeel zijn van het Nederlands koninkrijk 
    Volgende dia: Google Maps - waar liggen de Antillen?

    Slide 16 - Tekstslide

    Groep 2: Gastarbeiders/ arbeidsmigranten
    Toen in de jaren '60 de welvaart toenam was er veel werk
    .
    De Nederlandse regering haalde gastarbeiders naar Nederland om hier tijdelijk ongeschoold werk in fabrieken te verrichten
    Eerst mensen uit Zuid-Europese landen (Spanjaarden, Italianen), daarna mensen uit Turkije en Marokko.
    Na enkele jaren vond gezinshereniging plaats, een generatie later ook gezinsvorming. In de jaren '70 ging het slechter met de economie, gevolg: veel gastarbeiders werden werkloos.
    Volgende dia: filmpje (3:20). Kijkvraag: Welke criteria worden gehanteerd waarom de ene Marokaan wel en de andere Marokkaan niet naar Nederland mag komen?

    Slide 17 - Tekstslide

    Slide 18 - Video

    Groep 3: Vluchtelingen
    • Vanaf de jaren '80 vragen steeds meer mensen asiel aan in Nederland, vaak vanwege oorlogsgeweld (bv jaren '80 Sri Lanka, jaren '90 Joegoslavië, jaren 2000 Somalië en Afghanistan. 
    • Je mag alleen in Nederland blijven als bewezen is dat je niet veilig bent in je eigen land. Je bent dan officieel vluchteling

    Slide 19 - Tekstslide

    Groep 4: Oost-Europeanen
    Na 2000 zijn veel landen in Oost-Europa bij de EU toegevoegd, een gevolg is vrij reizen zonder grenzen.
    Zo werken bijvoorbeeld Poolse, Roemeense en Bulgaarse seizoensmigranten tijdelijk in Nederland.

    Slide 20 - Tekstslide

    Discussie
    • Vanaf de jaren '90 ontstaat er steeds meer discussie over de multiculturele samenleving. 
    • Er kwam kritiek door:
      - Zorgen over tradities en ideeën van immigranten (bijvoorbeeld de positie van vrouwen)
      - Lage opleidingsniveaus en hoge werkloosheid onder immigranten.                    - Er vond te weinig integratie bij immigranten plaats.

    Slide 21 - Tekstslide

    Strenger
    • Vanaf de jaren '90 laat de regering steeds minder immigranten toe
    • Ook zijn er taal- en inburgeringscursussen gekomen voor asielzoekers
    • Sommige politici willen nog verder gaan: zij willen dat nieuwe Nederlanders zich volledig aanpassen aan de Nederlandse normen en waarden. Sommige van die politici zien de Islam als een grote veroorzaker van deze problemen. Dit gevoel werd erger na gebeurtenis 9/11.
    Volgende dia: filmpje (2:05) Samenvatting groepen immigranten met redenen, daarna 2 quizvragen + sleepvraag)

    Slide 22 - Tekstslide

    De regering heeft 'de inburgeringscursus' ingevoerd.

    Wat wordt geprobeerd hiermee te verbeteren?
    A
    Gezinsvorming
    B
    Emigratie
    C
    Immigratie
    D
    Integratie

    Slide 23 - Quizvraag

    Om wat voor soort reden kwamen volgens het filmpje tussen 1955 en 1973 veel immigranten naar Nederland?
    A
    Om economische redenen
    B
    Om politieke redenen
    C
    Om ecologische redenen
    D
    Om sociale redenen.

    Slide 24 - Quizvraag

    Zet de volgende vier groepen migranten in de juiste tijdsvolgorde door te slepen:
    Migranten uit voormalige kolonies
    Vluchtelingen uit gebieden met oorlogsgeweld
    Gastarbeiders/ arbeidsmigranten uit Zuid-Europese landen
    Seizoensmigranten uit Oost-Europa

    Slide 25 - Sleepvraag

    Slide 26 - Video

    Allochtoon en autochtoon hebben een 'negatieve lading'. Daarom zijn nieuwe namen bedacht, namelijk:
    - Oude naam= autochtoon. Nieuwe naam= inwoner met een Nederlandse achtergrond
    - Oude naam= allochtoon. Nieuwe naam= inwoner met een migratie achtergrond.

    Ben jij het er mee eens of oneens dat er nieuwe namen zijn bedacht voor 'autochtoon' en 'allochtoon'?
    Doe het zo: (on)eens, want.....

    Slide 27 - Open vraag

    Huiswerk (pak je agenda)




                                

                               
                                   
                                       
                                           
           
               
                   
           
       
                   
                       
                       
                           
                               
       
         
           
     
       
       
       
       
       
       
       
         
           
           
         
       
     

       
       

       
       

       
       

       
           
               
                   
     
       
       
       
       
           
               
                    Vragen over de vorige les????
               
           
           
       
       
       
     
     
               
           
       

     
     
     
         
       
       
       
         
       
     
                           
                       
                   
                   
                       
                           
                             Jagers en Verzamelaars
                       
                   
                   
                         
                   
                   
                       
                           
                               
                                 
                               
                           

                       
                   
               
           
       

                                       
                                   
                               

                               
                           
    9.1 De handen uit de mouwen
    Opdrachten 2, 6, 7, 9a-b + 13

    Slide 28 - Tekstslide