Veel gemaakte fouten in de schrijfopdrachten

1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolvmbo k, mavo, havo, vwoLeerjaar 3,4

In deze les zitten 26 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Duits een makkie?
Jazeker! 
Heel veel kun je gewoon begrijpen, ook al heb je nog nooit een les Duits gevolgd. 
Maar juist hierin ligt ook de valkuil.
Niet alles is wat het lijkt en je kunt er behoorlijk de mist in gaan.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

GOED
Das ist schlau!

Du bist taub.

2 Tage gratis mieten.

FOUT
Das ist schlimm!

Du bist doof.

2 Tage gratis Huren!
Dat is erg!
Je bent stom!
2 dagen gratis hoeren!

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

GOED

Das Kind ist niedlich!

Ich habe ein teures Pferd gekauft.

Wer bist du?

FOUT

Das Kind is schattig!

Ich habe ein teures Pferd gekocht.

Wie bist du?
Het kind is schaduwrijk!
Ik heb een duur paard gekookt.
Hoe ben je?

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

GOED
Ich mag Pizza.

Leider habe ich keine Zeit. 

Ich trau mich nicht Feuerwerk anzuzünden . 
FOUT
Ich mache Pizza.

Schade habe ich keine Zeit.

Ich darf nicht Feuerwerk anzünden.

Ik maak pizza.
Jammer heb ik geen tijd.
(hier zeg je ik mag niet, niet dat je niet durft.)

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leer de lijst met False Vrienden
Als je ze geleerd hebt, weet je tijdens het examen dat je bij deze woorden goed in het woordenboek moet kijken.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

GOED
Ich komme aus den Niederlanden.
FOUT
Ich komme aus die Niederlande

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

GOED
Im Augenblick (= op het moment, momenteel)

Ich arbeite 2 Tage 
in der Woche. 

In meiner Freizeit spiele ich Fußball
FOUT
Auf Augenblick


Ich arbeite 2 Tage 
in die Woche.

In meine Freizeit spiele ich Fußball. 

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

GOED
Ich bin 14 Jahre alt.

Leider habe ich keine Zeit. 


FOUT
Ich bin 14 jahren alt.

Schade habe ich keine Zeit.

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

GOED
Mit freundlichen Grüßen
Laura Schwarz
-------------------------------
Mit freundlichem Gruß
Laura
-------------------------------
Liebe Grüße
Laura
Geen leesteken na de groet
en let op de uitgangen!
FOUT
Mit freundliche Gruß,
 Laura
-------------------------------
Freundlich Gruß,
Laura
-------------------------------
Herzliche Grüße,
Laura

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Tijdsaanduidingen 

in september, in januari, in de zomer = maanden & seizoenen

op maandag, op dinsdag
= dagen, dagdelen

om half 5, om 1 uur = tijd


im September, im Januar, im Sommer

am Montag, am Dienstag


um halb 5, um 1 Uhr

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoofdlettergebruik
  • Begin van de zin
  • Namen (personen, regio’s, landen, talen, merken...)
  • Beleefdheidsvorm van persoonlijke voornaamwoorden (Sie-vorm)
  • Zelfstandige naamwoorden (woorden waar een lidwoord – der, die, das – voor kan staan)

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vertaling van het voorzetsel "naar": nach, zu of in
nach
3e naamval
zu
3e naamval
in
3e of 4e naamval
vertaling: naar (of na)
vertaling: naar
vertaling: naar
'nach' gebruik je bij steden en landen (zonder een vast lidwoord)
Ich fahre nach Hamburg. 
Je gebruikt 'zu' als je ergens naartoe gaat. Dat kan de school zijn of de supermarkt. (bij dingen)
Ich fahre zur Schule.
Je gebruikt 'in' bij landen met een lidwoord.
Wir fliegen in die Schweiz.
Wir fliegen in die USA.

Ook gebruiken bij vaste uitdrukkingen als: Ich gehe nach Hause.

Ook bij richtingen :
nach links/rechts, nach oben/unten
Ook gebruik je het als je naar iemand toe gaat, dus bij personen.
Ich gehe zu Sylvia.

Ook gebruik je in bij vaste combinaties
in die Schule / in die Kirche / in die Disko gehen
ins Theater / ins Konzert / ins Museum / ins Bett gehen

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gebruik van 'wann', 'wenn' & 'als'
wann
wenn
als
vertaling: wanneer (in tijdstippen, hoe laat)
vertaling: wanneer, als, indien
(voorwaarde)
vertaling: 
toen (drukt een gebeurtenis in het verleden uit)
dan (vergelijking)
Wann sehen wir uns wieder?

Ich weiß nicht, wann sie kommt.
Wenn die Sonne scheint, ist es wärmer. 
Wenn ich hunger habe, esse ich etwas. 
Als ich in Berlin war, habe ich Currywurst gegessen. 

Ich bin kleiner als du.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verschil tussen 'nach Hause' & 'zu Hause'
nach Hause
zu Hause
naar huis
thuis
Ich gehe nach Hause. 
Ich bin zu Hause. 

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gebruik van 'lecker' 
In het Nederlands gebruiken we het woord 'lekker' erg vaak. 
Bijvoorbeeld: Het is lekker weer! Of 'Gelukkig hebben we nu lekker vrij'. 
In het Duits gebruik je 'lecker' allen in combinatie met eten of drinken. 

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zoek de fout 

Waar ontbreekt de komma?

Wat doet dit met de betekenis van de zin?
Het belang van een leesteken...

Slide 18 - Tekstslide

De komma ontbreekt in de volgende zin:
'Ben je minimaal 15 jaar beschikbaar op twee avonden en op zaterdag.'
 
De komma moet achter '15 jaar'. Zo dus: Ben je minimaal 15 jaar, beschikbaar op twee avonden en op zaterdag?

 In de huidige vorm (zonder komma) betekent de zin eigenlijk dat je 15 jaar lang beschikbaar zou moeten zijn.


Interpunctie - komma
In het Duits staat tussen een hoofdzin en een bijzin altijd een komma - voor het voegwoord.
Bijvoorbeeld: 
  • Sie blieb zu Hause, weil sie krank ist. 
  • Sie waren arm, aber glücklich. 

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Interpunctie - komma
Als de zinnen worden verbonden met 'und' of 'oder' staat er geen komma

Bijvoorbeeld: 
  • Bald gibt es Ferien und dann fahren wir nach Mallorca.
  • Gehst du schon schlafen oder liest du noch ein paar Seiten?

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Interpunctie - komma
Het is gebruikelijk om tussen twee naast elkaar staande persoonsvormen een komma te zetten.

Bijvoorbeeld: 
  • Was sie präsentiert hat, ist sehr interessant. 

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Interpunctie - komma
Na de aanhef boven een e-mail of een brief volgt een komma.
 
Bijvoorbeeld: 
  • Sehr geehrter Herr Schwarz,
  • Liebe Lisa,
hierna begin je de brief met een kleine letter!
NA DE AFSLUITING VOLGT GEEN KOMMA!!!!

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Onbepaald voornaamwoord 'man' (aanduiding voor een niet nader bepaald persoon)
Het komt overeen met het Nederlandse men maar ook met je en ze in algemene, onbepaalde betekenis. Het Nederlandse men is nogal stijf: dat is bij het Duitse man niet het geval. 

Bijvoorbeeld:
Dazu bracht man schon eine Menge Geld. - Daarvoor heb je wel een boel geld nodig. 
Gestern hat man schon wieder in unserem Viertel eingebrochen. - Gisteren hebben ze alweer in onze wijk ingebroken. 

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gebruik van 'es gibt' 
es gibt betekent er is/er zijn. Na es gibt volgt de 4e naamval. 
Es gibt gebruik je in algemene uitspraken. 

Bijvoorbeeld:
Es gibt viele Sehenswürdigkeiten in dieser Stadt. 
Es gibt leckeres Essen. 

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 26 - Video

Deze slide heeft geen instructies