11.4 Bloedplasma en bloedcellen 5H 2021

H11: Transport
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

H11: Transport

Slide 1 - Tekstslide

Paragraaf 1 Dierenwelzijn
Paragraaf 11.4 Bloedplasma en bloedcellen

Slide 2 - Tekstslide

Doel en begrippen 11.4
Je leert wat de samenstelling is van het bloed (bloedstolling doen we volgende keer).

bloedplasma, rode bloedcellen, witte bloedcellen, stamcellen, hemoglobine, afweer, bloedplaatjes, bloedstolling, bloedarmoede, epo, diffusie, waterstofcarbonaat, waterstofion


Slide 3 - Tekstslide

Bloed


60% bloedplasma 


40% vaste bestanddelen
 

Slide 4 - Tekstslide

Bloedplasma
Water met opgeloste stoffen:
  • voedingsstoffen (glucose, aminozuren, enz)
  • zouten (natrium, calcium, chloride, enz)
  • afvalstoffen (ureum, enz)
  • antistoffen (afweerstoffen)
  • plasmaeiwitten (waaronder fibrinogeen)

Slide 5 - Tekstslide

Bloedcellen
Rode bloedcellen: zuurstoftransport
Witte bloedcellen: afweer
Bloedplaatjes: bloedstolling

Elke dag ontstaan in het rode beenmerg (ribben, heupbeenderen) 2x1011 bloedcellen uit stamcellen
Elke dag wordt een zelfde aantal afgebroken in milt en lever.



Slide 6 - Tekstslide

Rode bloedcellen
Bevatten hemoglobine (eiwit) voor het vervoer van zuurstof en koolstofdioxide (CO2). Hemoglobine bevat ijzer, hierdoor is bloed rood. Zuurstofrijk bloed is iets feller rood dan zuurstofarm bloed.
Rode bloedcellen hebben geen celkern.

5.000.000 rode bloedcellen per ml (mm3)

Slide 7 - Tekstslide

Een mens heeft 5 liter bloed. Hoeveel rode bloedcellen heeft een mens?

Slide 8 - Open vraag

Witte bloedcellen
Hebben een celkern
Hebben geen vaste vorm (kunnen tussen cellen door kruipen)

Witte bloedcellen spelen een rol in de afweer, de bescherming tegen ziekteverwekkers.

Je hebt 7.000 witte bloedcellen per ml (mm3)


Slide 9 - Tekstslide

0

Slide 10 - Video

Waarom is het handig dat witte bloedcellen tussen cellen door kunnen kruipen?

Slide 11 - Open vraag

Witte bloedcellen
Verschillende typen witte bloedcellen met ieder een eigen taak in de afweer.

Sommige witte bloedcellen produceren antistoffen.




Slide 12 - Tekstslide

Bloedplaatjes
Zijn geen cellen maar delen van kapotte cellen (dus ook geen celkern)
Zijn betrokken bij de bloedstolling

300.000 per ml (mm3) 

Slide 13 - Tekstslide

Aanmaak bloedcellen
Rode bloedcellen leven plm 3-4 maanden. Daarna worden ze afgebroken in de milt/ lever en worden de bouwstoffen opnieuw gebruikt.
Een klein deel van het ijzer (de ijzerzouten) raak je kwijt (nieren, zweet, bloedverlies).

Slide 14 - Tekstslide

Aanmaak bloedcellen
De aanmaak van nieuwe rode bloedcellen vindt plaats in het rode beenmerg. 
Staat onder invloed van het hormoon epo (wordt in de nieren gemaakt). 
Hoe meer epo hoe meer aanmaak rode bloedcellen. 
Als er zuurstoftekort is in het bloed maken de nieren meer epo aan. -> Bloeddoping/ hoogtetraining.


Slide 15 - Tekstslide

Bloedarmoede
Te weinig rode bloedcellen. Dan kan het bloed onvoldoende zuurstof vervoeren. 
Oorzaak vaak ijzertekort (dus hemoglobine).
Soms: te weinig aanmaak bloedcellen/ tekort aan epo.

Slide 16 - Tekstslide

Waarom hebben mensen met een verminderde hartwerking vaak meer rode bloedcellen?

Slide 17 - Open vraag

Zuurstoftransport
Zuurstof diffundeert in de longen richting de bloedsomloop (haarvaten in de longen).
Daarna in de rode bloed-
cellen, bindt dan aan
hemoglobine.

Slide 18 - Tekstslide

Zuurstoftransport
In de weefsels (spieren en andere weefsels) laat zuurstof los en diffundeert richting de 
weefselvloeistof en kan de 
cellen in om zuurstof te 
dissimileren (verbranden) 
voor energie.
Hierbij komt CO2 vrij.

Slide 19 - Tekstslide

CO2 afgifte (weefsel) BINAS 83E
Stap 1 
De CO2 die in de weefsels wordt geproduceert diffundeert naar het bloed. Daarna in de rode bloedcellen.
1

Slide 20 - Tekstslide

CO2 afgifte (weefsel)
Stap 2 
Deel van het CO2 bindt aan hemoglobine (Hb).

2

Slide 21 - Tekstslide

CO2 afgifte (weefsel)
Stap 3 
Deel van het CO2 reagaeert met H2O met behulp van een enzym tot HCO3- (waterstofcarbonaat) en H+.
HCO3- diffundeert de rode bloedcel uit en wordt verder via het plasma vervoerd.
3

Slide 22 - Tekstslide

CO2 afgifte (weefsel)
Stap 4
H+ bindt aan hemoglobine tot HbH.
Dit voorkomt dat het bloed te zuur wordt.

De eventueel gebonden zuurstof laat los en diffundeert de rode bloedcel uit.



4

Slide 23 - Tekstslide

CO2 afgifte (longen)
1. HCO3- diffundeert de rode bloedcel in.
2. H+ en CO2 komen vrij.
3. H+ en HCO3- vormen uiteen in H2O en CO2
5. CO2 diffundeert de cel uit, het bloedplasma in en richting het longblaasje.

Slide 24 - Tekstslide

Zet in de juiste volgorde
I bloed vervoert HCO3- naar de longen
II diffusie CO2 uit de weefsels naar de rode bloedcellen
III enzym in rode bloedcellen zet CO2 om in H+ en HCO3-
IV hemoglobine bindt H+ en HCO3- lost op in het bloedplasma

Slide 25 - Tekstslide

Doel en begrippen 11.4
Je leert wat de samenstelling is van het bloed (bloedstolling doen we volgende keer).

bloedplasma, rode bloedcellen, witte bloedcellen, stamcellen, hemoglobine, afweer, bloedplaatjes, bloedstolling, bloedarmoede, epo, diffusie, waterstofcarbonaat, waterstofion, 


Slide 26 - Tekstslide

HUISWERK
11.4 maak opdrachten 8, 10, 13

Slide 27 - Tekstslide