Samengestelde zinnen en de beknopte bijzin.

Zinsdelen

Wwg of nwg: gezegde van de zin (stappenplan op de volgende dia)

Ond = wie/wat + wwg?
Lv = wie/wat + wwg + ond?

Mv = aan wie of voor wie?

Vzv = zinsdeel dat begint met een voorzetsel, hoort bij het belangrijkste werkwoord in de zin en heeft een figuurlijke betekenis

Bwb = prullenbak (waar, wanneer, hoe etc.)

1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Zinsdelen

Wwg of nwg: gezegde van de zin (stappenplan op de volgende dia)

Ond = wie/wat + wwg?
Lv = wie/wat + wwg + ond?

Mv = aan wie of voor wie?

Vzv = zinsdeel dat begint met een voorzetsel, hoort bij het belangrijkste werkwoord in de zin en heeft een figuurlijke betekenis

Bwb = prullenbak (waar, wanneer, hoe etc.)

Slide 1 - Tekstslide

Stappenplan naamwoordelijk gezegde 
1 Zoek het onderwerp van de zin op.
2 Zoek het belangrijkste werkwoord van de zin op.
3 Staat het werkwoord in het rijtje van de kww?
                                                           4  Doet of is het onderwerp iets?

Nee = wwg                                      Doet = wwg                       Is = nwg

Slide 2 - Tekstslide

Zinsdeelstukken

Bvb = zegt iets over het kernwoord in een zinsdeel.

Het lieve kind op school | heeft | strafwerk | gekregen.


Bijstelling = zegt hetzelfde als ervoor staat, maar dan in andere woorden. Staat tussen twee komma's of tussen een komma en een punt.

Meneer Visser, docent economie, maakt een rekenfout.

Slide 3 - Tekstslide

Oefenzinnen

H: Vanwege een kapotte bovenleiding rijden er vanavond geen treinen tussen Arkel en Hardinxveld.

V: Vanwege de slechte weersomstandigheden is de laatste etappe van de wielerronde flink ingekort.


1. Neem de zin over.

2. Benoem de zinsdelen: wwg/nwg, ond, lv, mv, bwb.

3. Kijk of je nog een bijvoeglijke bepaling of bijstelling kunt vinden.

Slide 4 - Tekstslide

Korte herhaling hoofd- en bijzinnen

Alleen bij samengestelde zinnen kun je hoofd- en bijzinnen benoemen:

- Hoofdzin: de persoonsvorm staat op de 1e of 2e plaats in de zin

- Bijzin: de persoonsvorm staat op een andere plaats in de zin


Hoofdzin + hoofdzin = gelijk = nevenschikking (en/want/maar/of)

Hoofdzin + bijzin = ongelijk = onderschikking 

Bijzin + hoofdzin = ongelijk = onderschikking

Slide 5 - Tekstslide

Oefenen hoofd- en bijzinnen
- Verdeel de zin in tweeën.
- Omcirkel het voegwoord.
- Benoem de hoofd- en bijzinnen.

V: Het enige wat ik nog moet leren voor de toets Engels, zijn de onregelmatige werkwoorden.

Slide 6 - Tekstslide

Antwoorden oefenen hoofd- en bijzinnen
- Verdeel de zin in tweeën.
- Omcirkel het voegwoord.
- Benoem de hoofd- en bijzinnen.


V: Het enige wat ik nog moet leren voor de toets Engels| zijn de onregelmatige werkwoorden.
                                  b-zin                                                                                         h-zin

H-zin + H-zin = nevenschikking
H-zin + B-zin = onderschikking
B-zin + H-zin = onderschikking

Slide 7 - Tekstslide

bijvoeglijke bijzin (aantekening)

Een bijvoeglijke bijzin (bvbzin):

geeft onmisbare of extra informatie over het woord dat ervoor staat (lijkt op de bijvoeglijke bepaling, maar dan in zinsvorm)

- begint meestal met een betrekkelijk voornaamwoord (woord dat terugwijst naar een woord dat ervoor staat, zoals die, dat, wat etc.)


De leerlingen die hun werkstuk al hadden ingeleverd, mochten naar huis.

Het leukste wat ik in het weekend heb gedaan, is lezen.








Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Onderschikking is een combinatie van
A
Allemaal hoofdzinnen
B
Hoofdzin(nen) en minstens één bijzin
C
Minstens één hoofdzin en meerdere bijzinnen
D
Alleen maar bijzinnen

Slide 15 - Quizvraag

Heeft de volgende zin een bijvoeglijke bepaling of een bijvoeglijke bijzin?

De bioscoop in Leidsche Rijn is in 2015 geopend.
A
bijvoeglijke bijzin
B
bijvoeglijke bepaling

Slide 16 - Quizvraag

Heeft de volgende zin een bijvoeglijke bepaling of een bijvoeglijke bijzin?

De wandelaars die de vierdaagse hadden uitgelopen, kregen een medaille.
A
bijvoeglijke bepaling
B
bijvoeglijke bijzin

Slide 17 - Quizvraag

Hoofd- en bijzinnen plak je aan elkaar met
A
voorzetsels
B
bijwoorden
C
voegwoorden
D
komma's

Slide 18 - Quizvraag

Welke bijzinnen bevat deze zin:

Toen Bartje de schaal met bonen zag, zei hij, dat hij niet voor bruine bonen bad.
A
Twee bijwoordelijke bijzinnen
B
Bijwoordelijke bijzin en lijdend voorwerpzin
C
Bijwoordelijke bijzin en onderwerpzin
D
Bijwoordelijke bijzin en meewerkend voorwerpzin

Slide 19 - Quizvraag

Tot de onderhandelaars een akkoord gesloten hadden, wilden ze de pers niet vertellen wat ze aan het bespreken waren.
A
1 bijzin
B
geen bijzin
C
2 bijzinnen
D
3 bijzinnen

Slide 20 - Quizvraag

Beknopte bijzin
Er zijn drie soorten beknopte bijzinnen:

Met een voltooid deelwoord:
Naar de deur toegedraaid, biechtte Martijn alles op. 
Met een onvoltooid deelwoord:
Dromend van zijn vriendin, liep hij tegen een lantaarnpaal.
Met te + hele werkwoord:
Na het gat ontdekt te hebben, waarschuwde hij de dijkbewaking.

Slide 21 - Tekstslide