PLB Vingerprik, gluc + Hb controle

Capillairpunctie
Glucose en Hb controle 






Medisch technisch handelen hfst: 5.11, 5.13 en 5.14
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Capillairpunctie
Glucose en Hb controle 






Medisch technisch handelen hfst: 5.11, 5.13 en 5.14

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat gaan we doen vandaag.
- Wat is een capillairpunctie?
- Glucose-controle en referentiewaarden
- Hb-controle en referentiewaarden
- SOEP registratie

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een capillairpunctie?

Slide 3 - Woordweb

Een capillaire punctie is een bloedafname uit een haarvaatje, meestal wordt capillair bloed afgenomen aan de zijkant van het topje van de vinger. Hielprik is ook capillair bloed. Soms ook wel oorlel bij ouderen bijvoorbeeld met verminderde doorbloeding. Iemand ervaring met vingerprik? Of al een uitgevoerd? 
Capillairpunctie
  • Vingerprik 
  • Waar voer je de vingerprik uit?
  • 1e druppel weg
  • Je mag niet stuwen/melken
  • Let op: Handen wassen, patiënt in juiste houding zitten of liggen. 

Slide 4 - Tekstslide

middelvinger of ringvinger aan de pinkzijde van de niet dominante hand. 

De eerste druppel kan wat meer weefselvocht bevatten, waardoor de uitslag ten onrechte aan de lage kant kan zijn. Bij veel onderzoeken wordt daarom aanbevolen de eerste druppel(s) weg te vegen.

1e druppel weg, bij alle onderzoeken, niet noodzakelijk bij gluc, maar mag wel. m.u.v. INR controle = om bloedstolling te meten. Dan direct de 1e druppel gebruiken. 

Niet stuwen, hierdoor kan er teveel weefselvocht komen en kunnen cellen kapot gaan. 
Wanneer prik je niet? Contra-indicaties.
  • Na verwijderen oksellymfeklieren, bijv. na borstamputatie
  • Shunt
  • Infuus
  • Verlamming
  • Wond
  • Oedeem (vochtophoping)

Slide 5 - Tekstslide

Een shunt is een operatief aangelegde verbinding tussen een ader en een slagader, die gebruikt wordt bij nierdialyse. 
Glucose-controle
  • Bloedsuiker heet officieel bloedglucose
  • Komt uit koolhydraten in de voeding
  • Let op nuchter of niet nuchter

Slide 6 - Tekstslide

nuchter te prikken. Dat houdt in dat er vóór het prikken ten minste acht uur geen calorieën gebruikt mogen zijn. Water drinken is wel toegestaan.
Wat zijn redenen om een glucose te prikken?

Slide 7 - Woordweb

Dit onderzoek wordt gedaan bij: keuringen
om diabetes mellitus (DM) aan te tonen of uit te sluiten, en om de instelling van patiënten met DM te controleren.
Adviezen bij een te hoge bloedsuiker:
Stoppen met roken.
Gezond eten.
Genoeg bewegen. 
Zo nodig afvallen. 
Meedoen aan een leefstijl-programma.  
Liever geen alcohol drinken. 

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Referentiewaarden 
Normaal: 3.5 mmol/l en 6.1 mmol/l (nuchter)
Normaal: <7,8 mmol/l (niet nuchter)

Voor het controleren van de instelling van een patiënt met diabetes:


 

Bekijk goed je boek voor de referentiewaarden en betekenis van de uitslag 

Slide 9 - Tekstslide

Lees de waarde af en noteer deze (in mmol/l)

Bij een bloedglucosegehalte lager dan 3,5 mmol/l wordt gesproken van een hypoglykemie. Bij een waarde hoger dan 9,0 mmol/l spreekt met van een hyperglykemie.

Diagnose diabetes
De diagnose DM mag door een arts gesteld worden als op twee verschillende dagen een nuchter bloedglucosegehalte ≥ 7,0 mmol/l gemeten is. Deze diagnose mag echter ook gesteld worden bij een combinatie van een eenmalig nuchter bloedglucosegehalte ≥ 7,0 mmol/l met op een andere dag een niet-nuchter bloedglucosegehalte ≥ 11,1 mmol/l tezamen met klachten passend bij een hyperglykemie.
Foutebronnen:
  • Teveel gestuwd
  • Vieze handen ( Jam, vruchtensap )
  • Houdbaarheidsdatum teststrip is verlopen
  • Te weinig bloed op de teststrip
  • Temperatuur <15 graden of > 30 graden kan de werking van de strip verminderen.

De uitslag van het bloedglucosegehalte kan beïnvloed worden door stress, koorts en alcoholinname.

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hb-meting
  • HB = hemoglobine
  • IJzerhoudend eiwit
  • Rode bloedcellen
  • Kan zuurstof vasthouden (binden) en loslaten
  • zwangerschapscontroles en verdenking op bloedarmoede (anemie)

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hemoglobine(Hb)
Rode bloedcellen bevatten hemoglobine. 
Hemoglobine is opgebouwd uit diverse eiwit en ijzerstructuren
Hemoglobine zorgt voor de rode kleur in ons bloed.

Belangrijkste functie is transport zuurstof en kooldioxide
Een te laag HB kan duiden op een anemie (bloedarmoede)

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe worden rode bloedcellen aangemaakt?

Slide 13 - Tekstslide

kort doornemen. Wordt later bij AFP dieper op ingegaan
De aanmaak van rode bloedcellen in het beenmerg wordt gestimuleerd door een hormoon uit de nieren: erytropoëtine (EPO).
Hb
- Zit in een rode bloedcel
- Kan zuurstof vasthouden (binden) en loslaten . Is verantwoordelijk voor het transport van zuurstof en koolstofdioxide in het bloed.
- Is de rode kleurstof voor bloed
- We maken Hb aan door o.a. ijzer op te nemen uit voeding > welke voedingsmiddelen bevatten veel ijzer? Vlees, volkorenproducten, groente
- Hb kan te laag worden bij bloedverlies (in- of uitwendig) of omdat het lichaam niet voldoende ijzer opneemt.

Referentiewaarden
Wat zijn referentiewaarden?
Wat zijn eenheden?

♀ Hb: 7,5-10 mmol/l
♂ Hb: 8,1-11 mmol/l

Zie boek MTH: hfst 5.13


Slide 14 - Tekstslide

kinderen jonger dan een ½ jaar
< 6,2 mmol/l
kinderen tussen een ½ en 6 jaar
< 6,8 mmol/l
kinderen tussen 6 en 14 jaar
< 7,5 mmol/l
vrouwen ouder dan 14 jaar
< 7,5 mmol/
mannen ouder dan 14 jaar
< 8,1 mmol/l
zwangeren
< 6,8 mmol/l
Anemie
  • Er zijn te weinig erytrocyten in het bloed. 
  •  Er zit te weinig Hb in de cellen.
  • Milde anemie geeft bijna geen klachten: (Hb ♂6,5-8,1 en ♀6,0-7,5) 

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

SOEP registratie
S = subjectief: Mw. komt voor een nuchtere glucose controle i.v.m. prednison gebruik. Mw. heeft niet gegeten.

O = objectief: Gluc. N > 5,1 mmol/l

E = evaluatie/episode: Glucose controle

P = plan: Uitslag wordt doorgegeven aan huisarts, mw. belt na 14.00uur voor verder beleid. 

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

We gaan aan de slag!!
Vingerprik, verschillende meters, casus opdrachten op CANVAS. 

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies