martes, 25 de marzo
martes, 25 de marzo
¿Qué vamos a hacer?
REPASO
Imperativo afirmativo/negativo
Moeten
De nabije toekomende tijd
De wederkerende werkwoorden
De voornaamwoorden (lijdend/meewerkend voorwerp)
El imperativo
Wat is de gebiedende wijs?
Wanneer gebruik je het?
LEERDOEL: gebiedende wijs
Wanneer gebruik je de gebiedende wijs?
Gebiedende wijs
tú
vosotros
usted
ustedes
hablar
habla
hablad
hable
hablen
escribir
escribe
escribid
escriba
escriban
comer
come
comed
coma
coman
LEERDOEL: gebiedende wijs
Gebiedende wijs meervoud?
In het Nederlands hoor je geen verschil.
Ik kan tegen 1 persoon zeggen: Schrijf dat op.
Ik kan tegen een hele groep zeggen: Schrijf dat op.
In het Spaans heb je wel een speciale meervoudsvorm.
Escribe. = Schrijf dat op (tegen 1 persoon)
Escribid. = Schrijf dat op (tegen meerdere personen)
LEERDOEL: gebiedende wijs
Jij <--> U
Wanneer ik in het Spaans iemand met u aanspreek heb je weer 2 aparte vormen.
Escriba. = Schrijft u dat op. (tegen 1 persoon)
Escriban. = Schrijft u dat op. (tegen meerdere personen)
Onregelmatigheden
Let op! Bij werkwoorden met klinkerwisseling moet je niet vergeten om deze door te voeren (behalve bij vosotros)
Tú pensar = piensa
U (ev) empezar = empiece
U (mv) dormir = duerma
El imperativo negativo
Wat is de ontkennende gebiedende wijs?
LEERDOEL: ontkennende geb. wijs
Ontkennende gebiedende wijs
tú
vosotros
usted
ustedes
hablar
no hables
no habléis
no hable
no hablen
escribir
no escribas
no escribáis
no escriba
no escriban
comer
no comas
no comáis
no coma
no coman
LEERDOEL: ontkennende geb. wijs
(llevar, vosotros) mejor el azul marino
lleváis
llevad
lleved
llevéis
(cerrar, usted) la puerta por favor
cerre
cerra
cierran
cierre
No (jugar, tú) más a los videojuegos
juega
juga
juegas
juegues
No (echar, vosotros) más ingredientes en la olla
echen
echéis
echáis
echad
Moeten
Wat voor werkwoordsvorm gebruiken we om
in het Spaans ''moeten'' uit te drukken?
LEERDOEL: Moeten
Hoe vorm je in het Spaans de werkwoordsvorm ''moeten''? ....+ .... + ....
TENER + QUE + infinitivo
Wanneer gebruik je deze werkwoordsvorm?
Ken je het rijtje nog van tener?
Vervoeg het laatste werkwoord nooit!
Grootste verschillen: Tener / Tener que
Geef het rijtje van TENER (alle personen)
De toekomende tijd
LEERDOEL: toekomende tijd
Hoe vorm je in het Spaans de nabije toekomende tijd? ....+ .... + ....
IR + A + infinitivo
Wanneer gebruik je de nabije toekomende tijd?
Het uitdrukken van een actie dat binnenkort gaat gebeuren.
Ken je het rijtje nog van ir?
Geef het rijtje van IR (alle personen)
Los verbos reflexivos
Hoe herken je deze werkwoorden ook alweer?
Onderwerp van de zin voert en ontvangt de
actie uit...
LEERDOEL: wederkerende ww.
De verbos reflexivos
Geen ww. zonder vnw.
Stam...
Klinkerwisseling
Let op met se <-> le
Vul de juiste vervoeging in: Yo siempre____(ducharse) a las ocho.
ducho
se ducho
me ducho
duchas
Vul de juiste vervoeging in: Nosotros____(levantarse) a las siete y media.
levantamos
nos levantamos
levantáis
os levantamos
Vul de juiste vervoeging in: ¿Cómo_________(llamarse) vosotros?
Vul de juiste vervoeging in: ¿A qué hora____(despertarse) Juan?
Los pronombres de objeto (in)directo
Waarom gebruiken we deze voornaanwoorden?
Kennen we de voornaamwoorden nog?
LEERDOEL: voornaamwoorden
De voornaamwoorden:
He visto ________ en la fiesta
A María
lo
la
le
los
Voy a dar un regalo
a Juan
lo
la
le
se
Contamos ____________ a nuestros amigos
la historia
lo
la
le
se
Voy a comprar
un libro a mi hermano
le lo
le la
se lo
se la