Lektion 2H1 28. Nov.

Krampus, der Helfer vom Nikolaus
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 7 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Krampus, der Helfer vom Nikolaus

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

Slide 3 - Video

Slide 4 - Video

Slide 5 - Video

Slide 6 - Video

Slide 7 - Video

Krampus wordt omschreven als 'Halb Ziege, halb Dämon'. Wat betekent dat?
A
Half geit, half demon
B
half tuig, half demon
C
half gestoord, half demon
D
half duivel, half demon

Slide 8 - Quizvraag

Wat doet Krampus volgens de legende met stoute kinderen?
A
Hij neemt ze mee naar Spanje.
B
Hij neemt ze mee, kwelt ze en eet ze op.
C
Hij stopt ze in een mand en verstopt de mand in het bos.
D
Hij straft ze met de roe.

Slide 9 - Quizvraag

Nikolaus in den Niederlanden und in Deutschland.
Diese Woche wird der Geburtstag von Sankt Nikolaus gefeiert. Am 5. Dezember findet jedes Jahr in den Niederlanden die Nikolausfeier statt. Auch in Deutschland wird Nikolaus gefeiert. 
In Deutschland feiert man aber nicht am 5. sondern am 6. Dezember. Es gibt viele Ähnlichkeiten (=overeenkomsten) zwischen den Traditionen in den Niederlanden und Deutschland. Kinder halten Ausschau nach(=uitkijken naar) dem Nikolaus. Sie stellen ihre Schuhe vor das Haus und singen, um Geschenke zu bekommen. 
Es gibt aber auch einen großen Unterschied! In den Niederlanden hilft Peter dem Nikolaus. In Deutschland und Österreich spielen teuflische (duivelse) Wesen die Rolle des Helfers.

Slide 10 - Tekstslide

Nikolaus wird in Deutschland gefeiert am
A
4.Dezember
B
5. Dezember
C
6.Dezember
D
7. Dezember

Slide 11 - Quizvraag

Es gibt wenig Ähnlichkeiten (=overeenkomsten) zwischen den Traditionen in den Niederlanden und Deutschland.
A
richtig
B
falsch

Slide 12 - Quizvraag

In Deutschland stellen Kinder auch ihre Schuhe um Geschenken zu bekommen.
A
richtig
B
falsch

Slide 13 - Quizvraag

In Deutschland und Österreich helfen teuflische (=duivelse)Wesen dem Nikolaus.
A
richtig
B
falsch

Slide 14 - Quizvraag

2

Slide 15 - Video

00:56
Waar komt de Nikolaus-Stiefel (schoen) vandaan?
A
Mensen zetten vroeger hun schoenen buiten en dat leek Nikolaus een mooie gelegenheid om er wat in te doen.
B
Een arme man moest op een gegeven moment zijn dochters prostitueren omdat ze geen geld hadden, daarom stopte Nikolaus goud in de schoen
C
Nikolaus had zelf een paar grote schoenen waar heel veel in pastte. Hij zette dan zijn schoen gevuld met goud aan de deuren.

Slide 16 - Quizvraag

01:09
Wat heeft Ruprecht met het verhaal van Nikolaus te maken?
A
Niets, hij werd er bijgehaald om boos en goed te vertolken.
B
Veel, Ruprecht was de vriend van Nikolaus
C
Niets, Ruprecht stal het geld uit de schoenen

Slide 17 - Quizvraag

Nikolausgeschenke für Kinder
Am Vorabend des 6. Dezember, dem Festtag des heiligen Nikolaus, sollen Kinder ihre Schuhe und Stiefel vor die Türe stellen, damit sie der Heilige auf seinem Weg von Haus zu Haus mit Leckereien wie Erdnüsse, Schokolade, Mandarinen oder Lebkuchen füllen. 

Slide 18 - Tekstslide

Vertaal het woord "Geschenke"
A
geesten
B
schapenvacht
C
hoorns
D
cadeaus

Slide 19 - Quizvraag

Wat moeten de kinderen voor de deur zetten?
A
een wortel
B
schoenen
C
een bakje water
D
een steen

Slide 20 - Quizvraag

Hoe heet sinterklaas in Duitsland en Oostenrijk?
A
Schampli
B
Krampus
C
Stiefel
D
Nikolaus

Slide 21 - Quizvraag

Wat voor lekkers krijgen de kinderen?

Slide 22 - Open vraag

Lied
Een Duits liedje over de Krampus. Bekijk de video.

Die Pagger Buam:
 Kramperl, Kramperl, Besenstiel

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide