Hoofdstuk 9.2 deel 1

Hoofdstuk 9.2 deel 1

Massacultuur

VWO 5 periode 4

1 / 37
volgende
Slide 1: Slide
newEditorArtSecondary Education

In deze les zitten 37 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 9.2 deel 1

Massacultuur

VWO 5 periode 4

Wat weet je nog van vorige week?

Slide titel

Vragen 8 t/m 14

Vraag 1 – Filmgenres

Welke combinatie is juist?

A

The Searchers = melodrama; veel close-ups en binnenopnames

B

Written on the Wind = western; veel landschapsshots

C

The Searchers = western; veel totaalshots en buitenopnames

D

Written on the Wind = actiefilm; nadruk op actie en stunts

Vraag 2 – Filmkenmerken

Welke uitspraak is onjuist?

A

Westerns gebruiken vaak totaalshots om het landschap te tonen

B

Melodrama’s gebruiken vaak close-ups voor emotie

C

Westerns spelen zich voornamelijk binnen af

D

Melodrama’s leggen nadruk op relaties en emoties

Vraag 3 – Soapseries

Welke combinatie bevat alleen juiste kenmerken?

A

Veel actie – weinig dialogen – korte verhaallijnen

B

Meerdere personages – veel dialogen – cliffhangers

C

Eén hoofdpersoon – veel buitenopnames – weinig herhaling

D

Realistische actie – weinig herhaling – afgesloten afleveringen

Vraag 4 – Male gaze

Welke uitspraak beschrijft de ‘male gaze’ het best?

A

De film laat vrouwen zien vanuit een mannelijk, vaak seksualiserend perspectief

B

De camera toont alleen objectieve werkelijkheid

C

De kijker ziet de wereld door de ogen van een vrouwelijk personage

D

De film richt zich uitsluitend op actie en spanning

Vraag 5 – Elvis en rock-’n-roll

Waarom werd Elvis zo populair bij een breed publiek?

A

Hij was de eerste die rock-’n-roll speelde

B

Hij combineerde klassieke muziek met jazz

C

Hij speelde alleen voor een jong publiek

D

Hij sloeg een brug tussen wit en zwart publiek

Vraag 6 – Jongerencultuur

Welke uitspraak is onjuist?

A

Jongeren zetten zich af door nieuwe muziek te luisteren

B

Jongeren vormen soms eigen groepen of bendes

C

Jongeren volgen volledig de normen van oudere generaties

D

Muziek en gedrag verwijzen soms naar seksualiteit

Vraag 7 – Marisol vs popart

Welke uitspraak is juist?

A

Marisol gebruikt geen beelden uit populaire cultuur

B

Popartkunstenaars werken altijd volledig handmatig

C

Marisol gebruikt ambachtelijke technieken en een persoonlijk handschrift

D

Popartkunstenaars vermijden massamedia

Vraag 8 – Popart

Hoe kan popart zowel verheerlijken als bekritiseren?

A

Door alleen traditionele kunst te gebruiken

B

Door massaproducten te negeren

C

Door uitsluitend unieke kunstwerken te maken

D

Door populaire beelden tot kunst te maken én hun invloed te overdrijven

Overgang vanuit 9.1

  • Massacultuur → groot publiek

  • Film, muziek, popart

  • Cultuur wordt commercieel en toegankelijk


Wat doen kunstenaars die zich hiertegen afzetten?

Ze zoeken nieuwe vormen en betekenis


Waar 9.1 draait om massa en commercie, gaat 9.2 juist over kunstenaars die daartegenin gaan.”

Absurdisme & existentialisme

Absurdistisch theater

  • Geen logisch verhaal

  • Dialoog vaak zinloos of herhalend

  • Geen duidelijke betekenis

Existentialisme

  • Leven heeft geen vaste betekenis

  • Mens moet zelf zin geven


Theater laat zien:

  • leegte

  • wachten

  • zinloosheid

Wachten op Godot

Samuel Beckett

  • Personages wachten…

  • Maar er gebeurt niets

  • Geen plotontwikkeling

Kenmerken

  • herhaling

  • stilstand

  • absurd taalgebruik

Wachten = metafoor voor het leven


Het voelt misschien saai — maar dat is precies de bedoeling.

Grotowski & sober theater

Jerzy Grotowski

  • “Sober theater” (poor theatre)

  • Geen decor, kostuums of techniek


Kenmerken

  • focus op acteur

  • lichaam en spel centraal

  • directe relatie met publiek


Alles wat niet nodig is → weg

Aktie Tomaat & Notenkraker

Aktie Tomaat (1969)

  • Protest tegen elitair theater

  • Meer inspraak voor makers


Notenkrakersactie

  • Protest tegen traditionele muziek

  • Meer ruimte voor vernieuwing


Kunst moet:

  • democratischer

  • actueler

Kunst als concept

Conceptuele kunst

  • Idee belangrijker dan eindproduct

  • Kunst = gedachte


Voorbeelden

  • Robert Rauschenberg

  • John Cage


Kunst hoeft niet zichtbaar of hoorbaar te zijn

Performance & Yoko Ono

Yoko Ono

  • Performance → kunst als actie

  • Publiek doet mee


Kenmerken

  • proces belangrijker dan resultaat

  • participatie


Kunst gebeurt in het moment

Dans: Cunningham & Judson

Merce Cunningham

  • Dans los van muziek

  • Geen verhaal


Judson Dance Theatre

  • alledaagse bewegingen

  • geen interpretatie


Dans = wat het is

Pop wordt volwassen

Popmuziek verandert

  • The Beatles

  • The Rolling Stones


Kenmerken

  • complexere muziek

  • experiment

  • studio-effecten


Pop → kunstvorm

Protest & Dylan

Protestcultuur

  • Martin Luther King Jr.

  • Bob Dylan


  • muziek als protest

  • politieke betrokkenheid

Hippies, Hendrix & Bowie

Tegencultuur

  • Jimi Hendrix

  • David Bowie


Kenmerken

  • vrijheid

  • experiment

  • identiteit

Less is more (minimal art)

Donald Judd

  • eenvoudige vormen

  • herhaling

  • geen emotie


minder = meer

Minimal music

Steve Reich

  • herhaling

  • kleine variaties

  • eenvoud


focus op structuur

Minimal dance & opera

Jiří Kylián

Lucinda Childs

  • herhaling

  • eenvoudige bewegingen

  • minimale middelen


Kunst draait om structuur en herhaling

Afsluiting

Samenvatting

  • Absurd → zinloosheid

  • Conceptueel → idee centraal

  • Pop → wordt kunst

  • Minimal → eenvoud