H5 Período 2 repaso unidad 3

Exámenes Período 2
  • Examen de gramática 5%
      (Unidad 3 y 4 + woordenschat)
  • Examen de lectura  5%
  • Luister/kijk toets, 70 min 20%
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2,3

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Exámenes Período 2
  • Examen de gramática 5%
      (Unidad 3 y 4 + woordenschat)
  • Examen de lectura  5%
  • Luister/kijk toets, 70 min 20%

Slide 1 - Tekstslide

Unidad 3
  • Voorkeur uitdrukken
  • Materiaal
  • Zeggen waar iets is
  • SIN/CON/D PARA
  • vergelijkingen

Slide 2 - Tekstslide

Unidad 4
  • Estar + gerundio (regelmatig en onregelmatig)
  • Om dingen of om een gunst vragen ( iets te geven/iets te doen)
  • Toesteming vragen en geven
  • Een excuus of verklaring geven
  • begroeten en afscheid

Slide 3 - Tekstslide

Gustar en Encantar
In plaats van gusta(n) kun je ook encanta(n) gebruiken. Dat is nog sterker!

ik vind ... leuk : Me gusta / encanta ...
jij vindt ... leuk : Te gusta  / encanta ...
hij/zij/hen/u vindt ... leuk : Le gusta / encanta ...

Achter 'gusta' komt wat er dan leuk gevonden wordt: 
> Me gusta / encanta dormir. Ik houd van slapen.
> ¿Te gusta / encanta el español? Vind jij Spaans leuk?

> Me gusta / encanta el cómic. Ik vind het stripboek leuk.
> Me gustan / encantan los cómics. Ik vind (de) stripboeken leuk.
!
Me encanta la verdura
Ik vind groente héél lekker
Me encantan las albondigas
Ik vind gehaktballetjes geweldig!

Slide 4 - Tekstslide

Gustar
Gustar + infinitivo
Me gusta jugar al tenis
Me gusta mucho jugar al tenis
Me gusta bastante jugar al tenis
Me gusta un poco jugar al tenis
Me gusta el tenis
Me encanta el tenis
Me encanta jugar al tenis
ir al parque

Slide 5 - Tekstslide

Ejercicios (gustar/encantar
  1.  ¿............ las casas grandes? (Jij)
  2. ¡A mí también.. .. este sofa, es muy bonito! .(ik)
  3. ¿ ............las sillas de madera? (zij) (a Maria)
  4.  (no) ....... la mesas de metal.  (wij)
  5. A mí ............... esta casa en la playa

Slide 6 - Tekstslide

Preposiciones

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Respuestas

Slide 9 - Open vraag

Hacer comparaciones
adj, adjetivo

Slide 10 - Tekstslide

Comparaciones

Slide 11 - Tekstslide

Comparaciones (1.3)

Slide 12 - Tekstslide

Comparaciones

Slide 13 - Tekstslide

Respuestas de las comparaciones de las casas

Slide 14 - Open vraag

Ik begrijp de grammatica van Unidad 3
😒🙁😐🙂😃

Slide 15 - Poll