Hoe wonen mensen in de stad?

Hoe wonen mensen in de stad?
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvmbo, mavoLeerjaar 1

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Hoe wonen mensen in de stad?

Slide 1 - Tekstslide

In wat voor wijk woon jij?
A
Nieuwbouw
B
Oud huis
C
Flat
D
Bungalow

Slide 2 - Quizvraag

Lesdoelen
Op het einde van deze les zien jullie hoe wijken en inwoners kunnen verschillen in de stad.

Slide 3 - Tekstslide

Geschiedenis (1)
Tegenwoordig worden huizen aan de hand van bepaalde eisen gebouwd: dubbel glas is verplicht, veel ramen en isolatie gewenst.Tot 1870 echter anders: elk huis was anders!
Dit zie je nog terug in de binnenstad

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Geschiedenis (2)
Na 1870 werden wijken vaak in één keer, in één stijl aangelegd. 
Doordat er fabrieken kwamen bij de stad, moest de stad snel kunnen groeien. 
Hele wijken in één keer bouwen is sneller.
Zo kon men snel én goedkoop huizen neerzetten. Deze huizen noemen we vooroorlogse huizen. 

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Geschiedenis (3)
Na de Wereldoorlog waren veel huizen kapot. Wel was er al snel weer vraag naar nieuwe huizen in de stad. Mensen bleven naar de stad verhuizen.
Het verhuizen van het platteland naar de stad noemen we Urbanisatie.

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Geschiedenis (4)
Vanaf 1970 wilde mensen in grotere huizen wonen. Ook steeg de welvaart (mensen werden rijken). Hierdoor ging men in nieuwe wijken aan de rand van een stad wonen. Dat heet suburbanisatie.

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Waar zou jij het liefst wonen?
A
Een huis van voor 1870
B
Een vooroorlogs huis
C
Een naoorlogs huis
D
een huis in een moderne buitenwijk

Slide 12 - Quizvraag

Wie woont waar?
Welke mensen in welke wijk wonen wordt grotendeels bepaald door de huizenprijs. 
Oude, kleine huizen zijn goedkoper dan moderne, grotere huizen. 
Ook bepaalt de ligging de prijs: dicht bij scholen, winkels en werk?

Slide 13 - Tekstslide

Flats zijn vaak goedkoper. Waarom?
A
Het is klein
B
Er zijn weinig voorzieningen
C
Flats zijn verouderd
D
Het ligt te ver van het centrum

Slide 14 - Quizvraag

Jonge mensen wonen graag in de binnenstad. Waarom?
A
Sfeervol
B
Goedkoop
C
Dicht bij voorzieningen
D
Rustig

Slide 15 - Quizvraag

Waarom is het in de binnenstad moeilijk parkeren?
A
Omdat het volgebouwd met huizen is.
B
Omdat er vroeger geen auto's waren.
C
Omdat er te veel parkjes zijn.

Slide 16 - Quizvraag

Welke voorziening is bij jou in de buurt die nog niet bestond toen je opa en oma jouw leeftijd had?

Slide 17 - Open vraag

Waarom zijn oude huizen vaak goedkoper dan nieuwe huizen?

Slide 18 - Open vraag

Slide 19 - Tekstslide

Is een appartement in dit gebouw duur denk je?
A
Ja
B
Nee

Slide 20 - Quizvraag

Slide 21 - Tekstslide

Is dit een duur huis?
A
ja
B
nee

Slide 22 - Quizvraag

Welk woord hoort niet in dit rijtje thuis:
tot 1870-verschillende huizen-flats-binnenstad
A
Tot 1870
B
Verschillende huizen
C
Flats
D
Binnenstad

Slide 23 - Quizvraag

Welk woord hoort niet in dit rijtje thuis:
Suburbanisatie-auto-kromme straten-fabrieken
A
Suburbanisatie
B
Auto
C
Kromme straten
D
Fabrieken

Slide 24 - Quizvraag

Welk woord hoort niet in dit rijtje thuis:
Oude wijken-Turkse bakker-Ouderen-Werklozen
A
Oude wijken
B
Turkse bakker
C
Ouderen
D
Werklozen

Slide 25 - Quizvraag

Waarom wonen in oude wijken vaak armere mensen en in nieuwere wijken vaak rijkere mensen?

Slide 26 - Open vraag

Stelling: Mensen in goedkope huizen hebben vaak een slechtere gezondheid. Waarom zou dit zijn?

Slide 27 - Open vraag