cross

wisselvoorzetsels DUITS

1 / 30
volgende
Slide 1: Video
DuitshavoLeerjaar 3

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Video

Lernziel;
*je kent 9 wisselvoorzetsels en de vertaling.
*je kent werkwoorden die de derde en de vierde naamval bepalen bij wisselvoorzetsels.

Slide 2 - Tekstslide

K4 S12 -A
* kijk naar het werkwoord in de zin.
+3=  werkwoord= rust
Ich bin in der Schule (wo ?)
+4= werkwoord=beweging
Ich gehe in die Schule   (wohin?)

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Kijk naar de volgende video nr 5
Let op;
* Het werkwoord in de zin bepaalt de naamval
*De volgende werkwoorden betekenen altijd iets met "gaan"
sich setzen ;Ich setze mich auf= ik ga zitten op +4
sich stellen; du stellst dich hinter= jij gaat staan achter + 4
sich legen; er legt sich in = hij gaat liggen in +4

Slide 5 - Tekstslide

Übung;
Ich gehe in....+4    den Laden.(m)
Ich bin in  .....+3  dem Laden 
Die Frau geht in +4  das Gebäude (o)
Die Frau wohnt in ....+3  dem Gebäude.
in dem= im

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Video

                   Wie war das Video ?

Bekijk nog eens goed  Seite 12 
Maak de oefeningen  7 8 9
let op;  samenvoegen;
in dem=im
in das= ins
zu der= zur
zu dem= zum
AB S 68
Übung 32

Slide 8 - Tekstslide

k4 L2 Übung 11

Slide 9 - Open vraag

oef 11 S14  wo bist du=3 wohin=4  Uitleg.
 Wo bist du? Ich bin in dem(im) Museum 
Wohin gehst du? Ich gehe in das(ins) Kino 
Wo bist du? Ich bin in dem(im) Park
wo bist du ? Ich bin im Theater
wohin gehst du ? Ich gehe ins Kino
Wo bist du ? Ich bin in der Bibliothek(vr)
Wohin gehst du ? Ich gehe in die Bibliothek.

Slide 10 - Tekstslide

vervolg uitleg oef 11 S14
* Dus alleen  WISSELVOORZETSELS
* kijk naar het werkwoord; rust=3 beweging in een richting=4
* herhaal  de verbuiging van der en ein  derde en vierde naamval.

Slide 11 - Tekstslide

K4 Lektion 2       B Seite 19
Tijd = +3  In September= Im September
Je kan vragen wanneer ? 
Vor+3 einem Monat war ich krank; Een maand geleden was ik ziek.
*7wissel- voorzetsels hebben bij "tijd" de derde naamval behalve 2 wissel-voorzetsels niet; auf en über . Zij gebruiken de vierde naamval bij "tijd"  Dit is de 7/2 regel !!

Slide 12 - Tekstslide


sich freuen auf =ik verheug me op
hier 7/2 regel
2=auf en über +4
7= andere wisselvoorzetsels +3

Slide 13 - Tekstslide

regel 7/2 regel

2= auf en über + 4
7= alle andere wisselvoorzetsels +3

l






Ich freue mich auf die Ferien.= ik verheug me op; is niet "ergens komen" en niet "er zijn". Dus dan gebruik je de 7/2 regel.
Er redet über das Wetter (ook situatie 3)

Slide 14 - Tekstslide

voorbeelden;7/2 zinnen 
Sie streiten sich über +4 meinen Bruder(m)
Ich habe ihn vor +3 einer Woche (v) getroffen
Die Ferien werden in +3 einer Woche(v) anfangen

Slide 15 - Tekstslide


Steht auf dein..........Schreibtisch(m) etwas ?
A
dein
B
deinen
C
deinem
D
deine

Slide 16 - Quizvraag

gaan..........+4=ergens komen
sich stellen= gaan staan
sich legen= gaan liggen
sich setzen= gaan zitten
Ich lege mich in +4
du setzt dich auf +4
maar; Er liegt im (=3) Gras



     super

Slide 17 - Tekstslide

Das ist an ein........Sonntag(m) passiert.
A
ein
B
einem
C
einen
D
eine

Slide 18 - Quizvraag

Ich stelle den Teller auf d..........Tisch(m)
A
dem
B
das
C
den
D
dieses

Slide 19 - Quizvraag

Mein Mann sitzt immer in dies..........Stuhl(m)
A
dieses
B
diesen
C
dieser
D
diesem

Slide 20 - Quizvraag

Sie redet immer über ihr.............Freunde.
A
ihrer
B
ihre
C
ihren
D
ihrem

Slide 21 - Quizvraag

Der Bus kommt in ein.......halben Stunde.
A
einer
B
eine
C
einem
D
einen

Slide 22 - Quizvraag

Er setzt sich auf dein.......Sofa(o)
A
deines
B
deinem
C
dein
D
deinen

Slide 23 - Quizvraag

Wie war das ?
Hausaufgaben; machen; oef K4   stencil  in de elo mag)  en uitdagende opdracht..dia 23
* herhalen K4 oef Lktion 1 en 2,
* video Fragment
* "Ubung 11 K4 Lektion 1


Slide 24 - Tekstslide

uitdagende-opdracht ?
1Met https://www.storyboardthat.com/ een eigen comic maken. Gebruik in elk plaatje de wisselvoorzetsels.
Maak een klein verhaaltje
2 Maak een leuke poster met voorbeelden van de wissel- voorzetsels. komen +4/zijn +3 
3 Maak een lied met de wisselvz 20 regels
inleveren; maandag 17 april.

Slide 25 - Tekstslide

Herzlich Willkommen

Dienstag,den 19.März


Slide 26 - Tekstslide


Slide 27 - Open vraag

Jij kan nu de wisselvoorzetsels gebruiken met de juiste naamval
A
ja prima
B
ja maar moet nog oefenen
C
snap het een beetje
D
snap het echt niet.

Slide 28 - Quizvraag

Slide 29 - Video

Slide 30 - Video