Alles over functiewoorden
Alles over functiewoorden
Wat weet je al over functiewoorden?
Leerdoel van deze les
Aan het einde van deze les kun je verschillende functiewoorden herkennen en benoemen, zoals lidwoorden, persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden, aanwijzende voornaamwoorden, voorzetsels en voegwoorden.
Wat zijn functiewoorden?
Functiewoorden zijn woorden die andere woorden verbinden of ondersteunen. Ze hebben een grammaticale functie en geven structuur aan zinnen.
Lidwoorden
Lidwoorden zijn kleine woordjes zoals 'de', 'het' en 'een'. Ze staan voor zelfstandige naamwoorden.
Persoonlijk voornaamwoord
Persoonlijke voornaamwoorden vervangen namen: ik, jij, hij, wij, jullie, zij en u.
Schrijf alle lidwoorden op die je kent.
Wat is geen persoonlijk voornaamwoord?
ik
bij
jij
wij
Bezittelijk voornaamwoord
Bezittelijke voornaamwoorden geven bezit aan: mijn, jouw, zijn, haar, ons, hun, jullie.
Aanwijzend voornaamwoord
Aanwijzende voornaamwoorden wijzen iets aan: deze, dit, die, dat, zulke, dergelijke.
Wat is het bezittelijk voornaamwoord van 'ik'?
haar
mijn
jouw
zijn
Welke is een bezittelijk voornaamwoord?
hun
deze
die
dat
Wat is het bezittelijk voornaamwoord van 'wij'?
zijn
haar
ons
jouw
Voorzetsel
Voorzetsels geven een relatie aan tussen woorden: op, onder, naast, in, uit, bij, voor, achter.
Voegwoord
Voegwoorden verbinden zinnen of woorden: en, of, want, maar, omdat, hoewel.
Noem een voorbeeld van een voegwoord.
op
een
en
de
Schrijf alle functiewoorden op uit deze zin: Mark heeft een tas want hij gaat naar school.
Wat is een voorbeeld van een voorzetsel?
bellen
lopen
boven
onder
Welke zin bevat een voorzetsel?
De kat loopt snel.
De kat eet vis.
De kat slaapt.
De kat zit op de mat.
Vul de lege plekken uit de zin met een functiewoord:
..... kat loopt ..... de tafel.