5.2 Reactievergelijkingen opstellen

§5.2 Reactievergelijkingen opstellen
1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

§5.2 Reactievergelijkingen opstellen

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Je kunt de systematische naamgeving gebruiken om een naam of molecuulformule van een stof te noteren.
  • Je kunt de reactievergelijking van een verbrandingsreactie opstellen.
  • Je kunt een reactievergelijking opstellen op basis van een omschrijving.

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Link

Reactievergelijkingen kloppend maken

Slide 4 - Tekstslide

Het periodiek systeem

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

Systematische naamgeving
  • Waarom hebben we een systematische naamgeving bedacht voor atomen en moleculen?
  • Chemici gebruiken afspraken om met elkaar te communiceren. 
  • Ze willen ingewikkelde zaken zoals reacties en stoffen kort kunnen beschrijven. 

Slide 7 - Tekstslide

We kennen verschillende uitgangen
Laatste element in de formule
uitgang
O
oxide
Cl
chloride
S
sulfide
F
fluoride
I
jodide
P
fosfide

Slide 8 - Tekstslide

Vul vraag 5 in

Slide 9 - Tekstslide

Er zijn verschillende telwoorden
getal
telwoord
1
mono
2
di
3
tri
4
tetra
5
penta

Slide 10 - Tekstslide

MONOrail, MONOpoly
TRIangel
TETRis


Slide 11 - Tekstslide

Welke regels gelden er?
  • Het telwoord komt voor de naam van het element
  • Het telwoord mono laten we weg voor het eerste element
  • Bij metaaloxiden geef je een naam zonder telwoorden  
  • Bijvoorbeeld  Na2O = natriumoxide
  • Bij een verbinding tussen Cl, S, F, I en P hoef je geen telwoord te gebruiken, maar het mag wel. 
  • Als de naam van een stof eindigt met 1 O dan schrijf je monoxide ipv mono-oxide


Slide 12 - Tekstslide

maak vraag 3

Slide 13 - Tekstslide

Triviale namen
-water (diwaterstofmonoxide)
-keukenzout (natriumchloride)
-natroloog (natriumhydroxide)

Slide 14 - Tekstslide

maak vraag 4 en 5

Slide 15 - Tekstslide

Stappenplan systematische naamgeving (b.v S2F5)
  1.  Noteer de cijfers uit de formule met daarbij het juiste telwoord
  2. Noteer de symbolen en de juiste naam erachter
  3.  Zet de telwoorden en namen in de juiste volgorde achter elkaar

Slide 16 - Tekstslide

Geef de systematische naam van P2Cl5

Slide 17 - Open vraag

Geef de sytematische naam van N2O5

Slide 18 - Open vraag

Stappenplan molecuulformule (b.v. trizwavelpentachloride)
  1. Noteer de naam van de elementen met het symbool erachter
  2. Zet het bijbehorende cijfer achter het telwoord 
  3. Zet de symbolen met de juiste index in de goede volgorde achter elkaar

Slide 19 - Tekstslide

Geef de molecuulformule van distikstofmonoxide

Slide 20 - Open vraag

Geef de molecuulformule van fosforpentabromide

Slide 21 - Open vraag

Wat nu doen
- Maak de verdere opgaven bij paragraaf 4.2 

Slide 22 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Je kunt de systematische naamgeving gebruiken om een naam of molecuulformule van een stof te noteren.
  • Je kunt de reactievergelijking van een verbrandingsreactie opstellen.
  • Je kunt een reactievergelijking opstellen op basis van een omschrijving.

Slide 23 - Tekstslide

LES 2 VAN 5.2. 

Slide 24 - Tekstslide

Verbrandingsreacties

Slide 25 - Tekstslide

Verbrandingsreactie opstellen
-voor een verbrandingsreactie is altijd zuurstof (O2) nodig
Eindproducten vormen een oxide:

element
naam van het oxide
formule
koolstof
waterstof
zwavel

Slide 26 - Tekstslide

Verbrandingsreactie opstellen
-voor een verbrandingsreactie is altijd zuurstof (O2) nodig
Eindproducten:

element
naam van het oxide
formule
koolstof
koolstofdioxide
CO2
waterstof
water
H2O
zwavel
zwaveldioxide
SO2

Slide 27 - Tekstslide

Stappenplan verbrandingsreactie
Stap 1: Noteer de beginstoffen voor de pijl
Stap 2: Noteer O2 voor de pijl
Stap 3: Noteer de eindstoffen (oxiden) na de pijl
Stap 4: maak de reactievergelijking kloppend

Slide 28 - Tekstslide

Geef de verbrandingsreactie van CS2

Slide 29 - Open vraag

Geef de verbrandingsreactie van C3H8

Slide 30 - Open vraag

stappenplan reactievergelijking opstellen
Stap 1: Lees de beschrijving van de reactie en noteer de reactieproducten
Stap 2: Noteer de beginstoffen en noteer de reactieprodcuten
Stap 3: Zet de beginstoffen en reactieproducten in een reactieschema
Stap 4: Vervang de stofnamen door molecuulformules
Stap 5: Maak de reactievergelijking kloppend

Slide 31 - Tekstslide

Voorbeeldopdracht 
Bij de productie van ijzer in een hoogoven reageert ijzeroxide (Fe2O3) met koolstof. De reactieproducten zijn ijzer en koolstofmonoxide.

Slide 32 - Tekstslide

Wat nu doen
- Maak de verdere opgaven bij paragraaf 4.2 

Slide 33 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Je kunt de systematische naamgeving gebruiken om een naam of molecuulformule van een stof te noteren.
  • Je kunt de reactievergelijking van een verbrandingsreactie opstellen.
  • Je kunt een reactievergelijking opstellen op basis van een omschrijving.

Slide 34 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Je kunt de systematische naamgeving gebruiken om een naam of molecuulformule van een stof te noteren.
  • Je kunt de reactievergelijking van een verbrandingsreactie opstellen.
  • Je kunt een reactievergelijking opstellen op basis van een omschrijving.

Slide 35 - Tekstslide