Hoofdstuk 8.2

De haven van Rotterdam, het middelpunt van de handel binnen europa.
Eerlijke handel?   
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvmbo gLeerjaar 2

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

De haven van Rotterdam, het middelpunt van de handel binnen europa.
Eerlijke handel?   

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we vandaag doen?

  • Terugblik vorige les
  • Theorie behandelen overbuitenlandse     
      producten en het WTO
  • Maken van de bijbehorende opgaven




    Slide 2 - Tekstslide

    Doel(en) van de les
    1. Terugblik vorige les
    2. paragraaf 2 bespreken
    3. aan het werk


    Slide 3 - Tekstslide

    De natuur:

    Regen, zon, wind, schaduw, een bevroren sloot. Van de natuur kun je op veel manieren plezier hebben. 

    Dan consumeer je door en met gebruik van de natuur. 

    De natuur levert ook de grondstoffen waarvan producten worden gemaakt.  

    Slide 4 - Tekstslide

    Om te produceren zijn productiefactoren nodig:


    Kapitaal (machines, productiemiddelen)

    Arbeid (het product moet gemaakt worden)

    Natuur (grondstoffen)

    Ondernemerschap (een ondernemer/oprichter -> de combinatie van natuur, arbeid en kapitaal moet leiden tot winst)


    Slide 5 - Tekstslide

    Kies het juiste antwoord
    A
    Grondstoffen komen alleen in arme landen voor.
    B
    Grondstoffen komen alleen in rijke landen voor.
    C
    Grondstoffen komen in de hele wereld voor
    D
    In mijnen worden grondstoffen uit de grond gehaald.

    Slide 6 - Quizvraag

    In Nederland kun je producten uit de hele wereld kopen.
     
    Waar komt dit door?


    In Nederland kun je producten uit de hele wereld kopen.
     
    Waar komt dit door?


    Massaproductie
    Toename van de welvaart
    Goede infrastructuur

    Slide 7 - Tekstslide

    Hieronder staan een uitspraak. Geef aan of de uitspraak juist of onjuist is en waarom.

    Massaproductie zorgt voor een groter aanbod van producten.
    A
    juist, wat meer producten betekent meer aanbod
    B
    juist, want als er geen vraag is, is er toch aanbod
    C
    onjuist, wat als er vraag is, is er toch aanbod
    D
    onjuist, doordat er geen vraag is, is er ook geen aanbod

    Slide 8 - Quizvraag

    Sleep de plaatjes naar de juiste tekst
    Massaproductie
    Stijgende welvaart
    Goede infrastructuur

    Slide 9 - Sleepvraag

    Logistiek
    Waar goederen naartoe moeten en hoe dat gaat heet LOGISTIEK. Dit is het verplaatsen en opslaan van producten om ze op de juiste tijd in de juiste hoeveelheid, op de juiste plaats te krijgen. 

    EZELSBRUG: LOGISTIEK = THP

    Slide 10 - Tekstslide

    Soorten transport
    Soorten transport binnen de logistiek
    vrachtvliegtuig
    vrachtschip
    vrachtauto
    Voordelen
    snel en betrouwbaar

    Nadelen
    Container moet van en naar vliegveld gebracht worden

    Slide 11 - Tekstslide

    Slide 12 - Tekstslide

    Sleep de passende onderdelen naar elkaar toe.

    Soort vervoer
    Voordeel
    Nadeel
    Wegvervoer
    Railvervoer
    Vervoer over water
    Luchtvervoer
    Snel, flexibel, van deur tot deur
    Niet geschikt hele lange afstanden, files
    Goedkoop
    Vracht moet van en naar de trein worden gebracht met vrachtauto
    Vracht moet van en naar het vliegveld gebracht worden met de vrachtauto
    Snel en overbrugt grote afstanden
    Goedkoop, grote afstanden, containers makkelijk overladen
    Langzaam, vrachtauto nodig om containers op bestemming te brengen

    Slide 13 - Sleepvraag

    Sleep de woorden op de juiste plaats:
    Het verplaatsen en opslaan van producten heet 
    De producten moeten op de juiste
    en in de juiste 
    op de juiste
    zijn.
    logistiek
    tijd
    hoeveelheid
    plaats

    Slide 14 - Sleepvraag

    Slide 15 - Video

    Slide 16 - Kaart

    Handelsland
    Behalve goederen voert Nederland ook veel diensten in en uit.

    Slide 17 - Tekstslide

    Handelsland

    we zijn ook afhankelijk van de producten die wij hier inkopen

    veel kunnen we zelf niet maken namelijk

    hiermee verdienen we veel geld

    Slide 18 - Tekstslide

    exportproducten

    Bloemen,

    Vlees,
    Groente

    Fruit

    daarnaast veel chemische producten

    Slide 19 - Tekstslide

    Voorbeelden van Nederlandse dienstenuitvoer zijn:
    A
    natte aannemerij
    B
    een Nederlandse bank in Amerika
    C
    bloembollen verkopen aan Rusland
    D
    Amerikaanse toeristen vliegen per KLM terug naar Amerika

    Slide 20 - Quizvraag

    Slide 21 - Tekstslide

    Evaluatie

    Slide 22 - Tekstslide

    Slide 23 - Link

    Maa paragraaf 8.2
    Klaar? herhalingsopgave par 2

    Slide 24 - Tekstslide