Dag 6

Woorden
Thema 13:  Muziek
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2Middelbare schoolvmbo lwoo, mavoLeerjaar 1

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Woorden
Thema 13:  Muziek

Slide 1 - Tekstslide

schijnen
  • licht geven
  • werkwoord
  • Zin: De zon schijnt de hele dag.
  • Zin: De lampen schijnen naar beneden.  
32

Slide 2 - Tekstslide

snel
  • in heel korte tijd 
  • snel > < langzaam
  • Zin: Ik ga snel naar huis.
  • Zin: Bij sport rent de jongen altijd heel snel.
33

Slide 3 - Tekstslide

de soort
  • dingen of dieren die bij elkaar horen 
  • lijken wel op elkaar maar zijn toch iets anders
  • de soort - de soorten
  • Zin: Ik hou van veel soorten fruit: appels, bananen, peren.
34

Slide 4 - Tekstslide

het tijdje
  •  het duurt heel even
  • een moment
  • de tijd - de tijden
  • Zin: Wij wachten al een tijdje op de docent.
  • Zin: Het duurt een tijdje voordat je het antwoord ziet.
35

Slide 5 - Tekstslide

uitgaan (ww)
  •  naar een café of discotheek gaan
  •  werkwoord (2 delen)
  • Zin: Ik ga zaterdagavond uit.
  • Zin: Mijn broer en zus houden van uitgaan.
36

Slide 6 - Tekstslide

verplicht
  • iets wat je moet doen anders krijg je straf
  • Zin: Een dokter is verplicht een mondkapje te dragen.
  • Zin: Het is verplicht om rechts te rijden op straat.
37

Slide 7 - Tekstslide

Het duurt even bij de dokter voordat we aan de beurt zijn =
We moeten een ..................... wachten.
35

Slide 8 - Open vraag

Wat is verplicht?
37
A
Daar moet je je aan houden anders krijg je een boete.
B
Het moet echt.
C
Iets wat heel leuk is.
D
Een regel.

Slide 9 - Quizvraag

Het is ........... om rechts te rijden op straat.
37
A
verplicht
B
het resultaat
C
waar
D
bijzonder

Slide 10 - Quizvraag

Het is al een ....... ........ om bij het ...... je legitimatiebewijs te laten zien.
35/36/37
A
soort - verplicht - uitgaan
B
verplicht - uitgaan - voorbeeld
C
tijdje - verplicht - uitgaan
D
tijdje - uitgaan - soort

Slide 11 - Quizvraag

Wat is een resultaat?
31
A
Een einde van iets.
B
Iets wat gelukt is.
C
Van de trap vallen.
D
Mijn cijfer wat ik haal.

Slide 12 - Quizvraag

32
Wat kan er allemaal schijnen?

Slide 13 - Woordweb

Ik sta ..... het ...... een ...... te halen.
30/31/32
A
op - punt - resultaat
B
punt - resultaat - per
C
resultaat - punt - schijnen
D
op - punt - schijnen

Slide 14 - Quizvraag

Maak een zin.
Gebruik: snel
33

Slide 15 - Open vraag

We moeten opschieten.... We moeten ______ naar huis
33

Slide 16 - Open vraag

34
Wat is een soort?

Slide 17 - Sleepvraag

34
Geef een voorbeeld van een soort muziek.

Slide 18 - Woordweb

het resultaat
  • wat je krijgt als je iets doet of maakt
  • het resultaat - de resultaten
  • zin: Ik heb met lego een huis gemaakt. Het resultaat is heel mooi geworden.
31

Slide 19 - Tekstslide