5h-2026-laatste-blokuur-Truthahnparadies-Konjunktiv II-woordenboek

Lernziele heute:
- wir üben cito lesen:

- Wir erkennen den Konjunktiv I+II
- Wir üben mit wel/niet-Fragen über einen literarischen Text
- Wir üben mit dem Wörterbuch


1 / 47
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

In deze les zitten 47 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Lernziele heute:
- wir üben cito lesen:

- Wir erkennen den Konjunktiv I+II
- Wir üben mit wel/niet-Fragen über einen literarischen Text
- Wir üben mit dem Wörterbuch


Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Heute: Deine letzte Deutsch-Stunde

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Cito lesen:
Das Truthahnparadies
= Literarische tekst 
met Konjunktiv I + II
Vraagsoort: Stellingvragen (wel/niet) 

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Einde Alinea 2:
(Gesprek met ouders eerder wordt weergegeven:)
 Was denn nun werden solle mit mir, mit der Firma von Vater, in dessen Fußstapfen ich doch treten sollte; was denn nun werden solle mit der Familie überhaupt, deren Bande ich zerriß.
Und ausgerechnet Berlin. Dieses gewalttätige Sündenbabel. Wenn ich schon ausbrechen wolle, weil es mich nach Abenteuern dürstete, dann könne ich doch ebensogut eine Weile zu unserer Verwandtschaft nach Dinslaken gehen oder nach Peine in die Zweigstelle von Vaters Firma. 

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Seite 62/63 im Examenbundel:

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Reader, blz. 10: Stellingvragen
1. Lees de stellingen en onderstreep de kernwoorden
2. Zoek in de tekst naar deze kernwoorden, synoniemen of vertalingen
3. Onderstreep het bewijs: ALLE elementen van de stelling moeten kloppen, anders is deze fout
Tip!
- De stellingen staan vaak op alfabetische volgorde of de volgorde waarin ze voorkomen in de tekst
Wat kan een stelling fout maken?
• De stelling staat in de verkeerde alinea
• De stelling staat niet in de tekst
• De stelling is het tegenovergestelde van wat in de tekst staat (let op ontkenningen)
• De stelling klopt deels (dus niet helemaal => dus fout!)

timer
12:00

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1 Maria heeft de eerste nacht in haar nieuwe appartement slecht geslapen
A
wel
B
niet

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

1 Maria heeft de eerste nacht in haar nieuwe appartement slecht geslapen
= staat nergens

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

2 Voordat ze voor Berlijn koos, heeft Maria nog overwogen om eerst een poosje in een andere plaats te gaan wonen
A
wel
B
niet

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

2 Voordat ze voor Berlijn koos, heeft Maria nog overwogen om eerst een poosje in een andere plaats te gaan wonen
Nee, staat nergens, dat Maria dat wilde.

Wat er wel staat:
"Wenn ich schon ausbrechen wolle, weil es mich nach Abenteuern dürstete, dann könne ich doch ebensogut eine Weile zu unserer Verwandtschaft nach Dinslaken gehen oder nach Peine in die Zweigstelle von Vaters Firma."=> idee van vader of moeder, wordt indirect geciteerd


Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3 De ouders van Maria hebben een andere toekomst voor hun dochter voor ogen dan Maria zelf
A
wel
B
niet

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

3 De ouders van Maria hebben een andere toekomst voor hun dochter voor ogen dan Maria zelf
wel:
= Vader wilde dat ze in zijn voetstapten zou treden ("in dessen Fußstapfen ich doch treten sollte")
= Maria kiest voor Berlijn en avontuur, niet voor de familiefirma ("Wenn ich schon ausbrechen wolle, weil es mich nach Abenteuern dürstete...")

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

4 Maria’s ouders hebben geholpen haar spullen naar Berlijn te brengen
A
wel
B
niet

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

4 Maria’s ouders hebben geholpen haar spullen naar Berlijn te brengen
Niet.
"Am Tag meiner Abreise saßen sie auf der Couch, Vater mit versteinerter Miene und Mutter, hemmungslos heulend."
= Op de dag van vertrek zaten ze op de bank, vader met verstijfd gezicht, moeder huilend
= er staat niet, dat ze meehielpen

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

5 Maria denkt dat haar moeder zou schrikken van Maria’s wastafel
A
wel
B
niet

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

5 Maria denkt dat haar moeder zou schrikken van Maria’s wastafel
= wel.
Ich bürstete mir schnell die Zähne und lachte in den halbblinden Spiegel hinein, als ich mir das Gesicht meiner Mutter vorstellte, hätte sie das Waschbecken gesehen. Es war angeschlagen und saumistig.  

= Maria lacht als ze zich het gezicht van haar moeder voorstelt bij het zien van de wastafel
De wastafel is "angeschlagen und saumistig" (beschadigd en smerig)

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

6 Maria heeft alleen maar zomerkleding meegenomen naar haar nieuwe appartement
A
wel
B
niet

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

6 Maria heeft alleen maar zomerkleding meegenomen naar haar nieuwe appartement
= niet.
" Aus dem Kleiderkarton zerrte ich ein weißes Shirt heraus und zog es mir über. Mehr als das und die kurze Hose würde ich für diesen Tag nicht brauchen."
= Ze trekt een wit shirt en korte broek aan voor deze dag
= Haar kleren zitten in een "Kleiderkarton" (kledingdoos), dus ze heeft meer kleding

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

7 Maria vindt de jongeman met zijn rugzak op de trap maar een vreemde gast
A
wel
B
niet

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

7 Maria vindt de jongeman met zijn rugzak op de trap maar een vreemde gast
= wel.
Es dauerte auch nicht lange, bis ich den ersten Verrückten traf. Er kam mir auf der Treppe entgegen, ein Typ mit einem Schulranzen in der Hand. Es war einer dieser modernen, viereckigen Ranzen aus Kunststoff, knallrot und mit Reflexstreifen drauf. 
 
= Ze noemt hem "den ersten Verrückten" (de eerste gek)
= Ze vindt het raar dat hij met een felrode schooltas rondloopt

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

8 De mededeling van de jongeman op de trap heeft met de dikke buurman te maken
A
wel
B
niet

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

8 De mededeling van de jongeman op de trap heeft met de dikke buurman te maken
= niet.
»Ich muß dir etwas Wichtiges mitteilen«, flüsterte er.
Ich war auf dem Treppenabsatz stehengeblieben und beugte mich zu ihm hin, um die geheimnisvolle Nachricht zu empfangen. Doch bevor er sie mir mitteilen konnte, ging eine Tür auf, und ein dicker, schweratmender Mann trat in den Hausflur.
Der Typ mit dem Schulranzen zuckte zurück und tat, als wäre nichts geschehen. 

= De jongeman wil iets belangrijks vertellen, maar wordt onderbroken
= Hij doet alsof er niets is wanneer de dikke man toevallig verschijnt 


Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveel punten heb je?
4
3
2
1
0

Slide 25 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Woordenboekgebruik

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

WORTVERSTÄNDNIS
BETEKENIS HERLEIDEN UIT :
  • bekende taal : steigende = stijgende (NL)
                                      Garten = tuin (EN -garden)
  • deel van het woord is bekend : Jahrespressekonferenz -
       Jahr - Pressekonferenz = jaarlijkse persconferentie
       erleichtern - leicht = makkelijk ------> makkelijker maken
  • let op voorzetsels die de betekenis omdraaien (un-, ab-, gegen-, mis- ,...)
  • uit de context opmaken
                                      

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Samengestelde woorden
In het Duits komen samengestelde woorden veel vaker voor dan in het Nederlands.
Voor de vertaling zal je deze Duitse woorden in het Nederlands moeten omschrijven.
entwerten : ent = ont-     werten =waarden ------> "ontwaarden" bij bv een treinticket -------> afstempelen

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Woordenboek gebruik
  • zelfst. naamwoord + vervoegde werkwoord-vormen => basisvorm zoeken
  • veel woorden hebben meerdere betekenissen; kijk alle betekenissen door om te bepalen welke het beste bij de zin past
  • uitdrukkingen en spreekwoorden zijn te vinden bij het zelfst.naamwoord of wwerkwoord dat centraal staat
  • lange woorden = samenstellingen (zoek de losse delen op)
  • soms is het handig om ook het NL woordenboek bij de hand te hebben (bijv. inkompatibel  = 'incompatibel '): niet kunnen samengaan, niet verenigbaar

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stappenplan woordenboekgebruik
  1. Context
  2. Andere taal?
  3. Deel woord. 

& basisvormen opzoeken!
Bijv. die Schlösser => das Schloss
Bijv. Er hat immer viel gequatscht. => quatschen

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Was bedeutet das Wort Ärmel in:
Die Ärmel sind lang?
timer
1:30

Slide 32 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

bügeln: Ich habe gestern gewaschen und muss die Wäsche jetzt noch bügeln.
timer
1:30

Slide 33 - Open vraag

Gestern; dus niet ophangen/drogen. 
umziehen: Die Hose ist doch zu klein, ich muss mich noch schnell umziehen.
timer
1:30

Slide 34 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

naschten: Die Kinder naschten schon immer gerne Süßigkeiten.
timer
1:30

Slide 35 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

gesiezt und geduzt: Werden Großeltern in den Niederlanden gesiezt oder geduzt?
timer
2:30

Slide 36 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Marke: Du bist mir ja eine Marke!
timer
1:30

Slide 37 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

hinderst: Du hinderst mich nicht daranc, es zu tun.
timer
1:30

Slide 38 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Pak altijd een woordenboek als...
  • het woord in de vraag staat (ook bij citaten!) 
  • het een Signaalwoord of belangrijk woord in de antwoordopties is
  • het woord in het bewijs staat 

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opzoek tips 
Zoek op juiste woordsoort op 
> werkwoord bv Julia klang ganz normal am Telefon
(ww klingen) 
> zelfstanding naamwoord (geschreven met Hoofdletter) 
> bijvoegelijk naamwoord (zegt iets over zelfst. naamwoord) 
> check of de vertaling goed in de context past
> zoek ß op bij ss 

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zoek op in het woordenboek:
gefroren => hoe kan je het vinden?
timer
1:30

Slide 41 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Zoek op in het woordenboek:
Straßenverkehrsordnung => hoe kan je het vinden?
timer
1:30

Slide 42 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Zoek op in het woordenboek:
Anfängerfehler => hoe kan je het vinden?
timer
1:30

Slide 43 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

- ich kann Wörter im Wörterbuch finden
😒🙁😐🙂😃

Slide 44 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Letzte Deutsch-Stunde:
Jetzt:
- Ich trage einen Fragebogen  ein und bekomme Schokolade

Und bis zum Examen am 20. Mai: Üben, üben, üben mit deinen besten Freunden,  Examenbundel & Eindexamensite!



Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 46 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 47 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies