In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.
Lesduur is: 75 min
Onderdelen in deze les
Hoofdstuk 0 t/m 4
voorbereiding op de toets
Slide 1 - Tekstslide
Welke van de onderstaande definities van toegevoegde waarde is het meest juist?
A
Een schakel in de bedrijfskolom die een activiteit uitvoert voor een product zodat de volgende schakel het product kan gebruiken.
B
Een schakel in de bedrijfskolom die een activiteit uitvoert voor een product zodat de vorige schakel het product kan gebruiken.
C
Een schakel in de bedrijfskolom die een product inkoopt, vervolgens aanpast en met winst verkoopt aan de volgende schakel.
D
Een schakel in de bedrijfskolom die een product inkoopt, vervolgens aanpast en met winst verkoopt aan de vorige schakel.
Slide 2 - Quizvraag
Wat is een organogram?
A
Een beschrijving van de missie en visie van een onderneming.
B
Een lijst met namen van de medewerkers van een onderneming.
C
Een overzicht van de doelstellingen van een onderneming.
D
Een schematische weergave van een onderneming.
Slide 3 - Quizvraag
Leg het begrip branche uit.
Slide 4 - Open vraag
Noem minimaal vijf eigenschappen die een commercieel professional moet hebben.
Slide 5 - Open vraag
Een organisatie blijft graag op de hoogte van de marktontwikkelingen. Het gebruikt als onderzoeksmethode een interview van haar doelgroep. Wat voor soort onderzoek is dit?
A
Kwalitatief en desk-research.
B
Kwalitatief en field-research.
C
Kwantitatief en desk-research.
D
Kwantitatief en field-research.
Slide 6 - Quizvraag
De marktpositie van een bedrijf kan uitgedrukt worden in marktaandeel. Hoe wordt dit ook wel genoemd?
A
Kwalitatieve marktpositie
B
Kwantitatieve marktpositie
C
Kwaliteits Positie
D
Concurrentiepositie
Slide 7 - Quizvraag
Wat is het verschil tussen indirecte touchpoints en directe touchpoints?
Slide 8 - Open vraag
Waarom is beleving bepalend voor het met succes maken van een klantreis?
Slide 9 - Open vraag
Van welke ontwikkeling is hier sprake voor de volgende situatie? Augmented reality maakt eigenlijk gebruik van dezelfde technologie als virtual reality, alleen met het verschil dat je de echte omgeving nog wel kan zien.
A
Gedragsontwikkeling
B
Omgevingsontwikkeling
C
Ontwikkelingshulp
D
Technologische ontwikkeling
Slide 10 - Quizvraag
Wat is mindmapping?
Slide 11 - Open vraag
Hoe kunnen bedrijven bijdragen aan het behalen van de Sustainable Development Goals (SDG’s)?
Slide 12 - Open vraag
Voor de waardepropositie wordt de 4-B methode gebruikt. Over welke 4-B’s wordt dan gesproken?
A
Bedrukking, belofte, beprijzing, beweging
B
Behoefte, bewering, bedrukking, beleving
C
Belofte, behandeling, bewijs, belevering
D
Behoefte, belofte, bewijs, beleving
Slide 13 - Quizvraag
Waar staat USP voor?
Slide 14 - Open vraag
Beschrijf een situatie wanneer je kiest voor concurrentie-georiënteerd prijsbeleid.
Slide 15 - Open vraag
(0) Welke drie werkzaamheden worden door de meeste commerciële organisaties uitgevoerd?