1.3 Observatieschema's in de Kinderopvang: MemoQ, Kijk ik

1. Observeren:

1.1. Observeren: wat, hoe, waarom?

1.2. Observeren in de kinderopvang

1.3. Observatieschema's KOV

1 / 58
volgende
Slide 1: Slide
newEditorPedagogisch handelenSecundair onderwijs

In deze les zitten 58 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

1. Observeren:

1.1. Observeren: wat, hoe, waarom?

1.2. Observeren in de kinderopvang

1.3. Observatieschema's KOV

In de KOV is het feest: elk kind maakt zelf decoratie. Anke (KB) roept Cas die een klein mannetje in een kleine auto aan het zetten is. Cas verlaat met tegenzin de autohoek, knipt snel enkele dikke repen voor de slinger en gaat haastig terug. Anke oordeelt 'fijne motoriek is niet zo goed' en ze voorziet enkele extra knipopdrachten voor Cas. Correct?

A

ja

B

nee

C


D


1.3. Observatieschema's in de KOV

= welke instrumenten gebruiken ze nu?

Welbevinden en betrokkenheid

Wat was dat nu weer?


Welke score geef jij onderstaande kinderen op WB en/of BTH?

Score WB Rayan?

Rayan is doorgaans een vrolijke en energieke jongen. Wanneer hij in de autohoek speelt, gaat hij volledig op in zijn spel. Hij lijkt goed te gedijen in de groep. Van zodra kinderen te dichtbij komen of samen willen spelen, gaat Rayan in de verdediging en bijt of slaat hij anderen. Ook bij overgangsmomenten heeft Rayan het moeilijk en ontstaan geregeld conflicten. De ouders geven aan dat Rayan heel graag komt.

Hoe hoog scoor je het welbevinden van Rayan?

A

1

B

2

C

4

D

5

Score BTH Annie?

Annie staat aan de bouwtafel en stapelt blokken op elkaar. Zonder kijken maakt ze een toren van wel dertig centimeter hoog. Haar aandacht gaat eerder naar twee kinderen die ruziemaken om een pop. Wanneer haar toren omvalt, kijkt ze even naar de blokken die op de grond liggen om vervolgens een kijkje te gaan nemen bij het spel aan de tafel.

Hoe hoog scoor je de betrokkenheid van Annie?

A

1

B

2

C

3

D

4

Score BTH Tor?


Tor loopt als eerste naar de loopfiets. Zodra hij zit, gaat hij van start. Hij duwt de fiets de helling op. Boven aarzelt hij even, maar met enkele bemoedigende woorden van de begeleider laat hij zich van de helling bollen. Hij maakt een kreet van enthousiasme. Meteen onderneemt hij een tweede poging. 

Tijdens de afdaling steekt hij zijn benen vooruit, al snel moet hij naar evenwicht zoeken. Even corrigeren en daar gaat hij verder. 

Hoe hoog scoor je de betrokkenheid van Tor?

A

2

B

3

C

4

D

5

Welk ontwikkelingsdomein hangt samen met WB?

Hoog WB = goede soc.emo ontw.


  • positief zelfbeeld

  • zelfvertrouwen

  • voeling met eigen emoties


Hele dag hoog kan niet maar...

--> komen 'problemen' snel te boven

Laag WB --> werken aan


Vlgh/Cont/Ddlkhd

L BH

erk./bev.

Aff

zz kndg rvrn

Zngvng/mrl wrdn

Welk ontwikkelingsdomein hangt samen met BTH?

Hoge BTH = kind leert..


  • intrinsieke motivatie

  • helemaal opgaan in het spel


Hele dag hoge BTH kan niet

--> hersenen leggen nieuwe verbindingen

MeMoQ

MemoQ - ZEI dim 1 + 2

- Samen

- intensief met 1 dim > alles samen

- Steeds dezelfde werkwijze: 

Oefening dimensie 1

Bekijk het fragment van K&G rond dimensie 1 WB


Vul het observatieblaadje van ZIKO (MemoQ dim 1) aan.

Oefening dimensie 1

1. bekijk de clip 

2. noteer wat je ziet

3. geef een voorlopige score 

ZET JE PER 4

4. Besprek je score

5. Geef een definitieve score

Oefening dimensie 2

Bekijk het fragment van K&G rond dimensie 2 BTH


Vul het observatieblaadje van ZIKO (MemoQ dim 1) aan.

Oefening dimensie 2

1. bekijk de clip 

2. noteer wat je ziet

3. geef een voorlopige score 

ZET JE PER 4

4. Besprek je score

5. Geef een definitieve score

Oefening dim 1 + 2

Bekijk het meisje rechts vooraan in het  fragment aan de zaadjestafel


Scoor haar op WB en BTH

Oefening Dim 1 + 2

1. bekijk de clip 

2. noteer wat je ziet

3. geef een voorlopige score 

ZET JE PER 4

4. Besprek je score

5. Geef een definitieve score

Taak: BTH in de klas

zie ook takenblaadje


Beoordeling: KVH: constructief samenwerken

Opdracht

De klas wordt in 2 groepen verdeeld. Elke groep volgt om de beurt 2 minuten les (over een niet relevant onderwerp). De andere groep observeert de leerlingen.

Tijdens deze observatie wordt het hele ZEI dimensie 2 BTH (MemoQ) doorlopen.

- maak 2 groepen in de klas, groep 1 zet zich in het theorielokaal, groep 2 in het praktijklokaal -


STAP 1: verken

• Lees schaal, bespreek wat onduidelijk is

• Wie observeert wie? (zorg iedereen aan bod)

• Vul voorafgaand alle gegevens in (datum, uur, soort activiteit,…)


• Observeer – maak een inschatting van schaal


STAP 2: Stel vast

• Iedereen bespreekt zijn observatie: welke score + waarom

• Kom tot een algemene score voor BTH in de les – score voor de volledige groep

• Alle hoge scores: zoek verklaring

• Alle lage scores: zoek verklaring

• Vul sterkte/zwaktes in


STAP 3: Onderneem actie

• Bedenk doelstellingen om BTH te verhogen.

Begin met ‘ik wil ervoor zorgen dat…’

• Stel actieplan op (wie doet wat wanneer?)


Voorstelling in de klas



Elke groep geeft weer wat de groep noteerde bij stap 2 en bij stap 4.

Kijk ik!

Kijk ik!

- Pas invullen als je een kind goed kent

- ong om de 5 maanden invullen

- gesprek met ouders  +  acties ondernemen ! 


- Kind is richtinggevend

- Vanuit sterktes

Opdracht

Klassikaal wordt overlopen hoe je een kindportret invult.

Je vult het kindportret in voor jezelf.

Je werkt hieraan met doorzetting en focus.


Er wordt gelet op hoe zelfstandig je kan werken (heb je een leraar nodig om aan het werk te zijn?) + oog voor kwaliteit (probeer je het écht goed te doen? Of snel snel?)



Taak: Mijn eigen kindportret

zie ook takenblaadje


Beoordeling: KVH: oog voor kwaliteit + zelfstandigheid

De zeepbellen: WB/BTH

- WB (kom je problemen snel te boven?)

- BTH (word je vaak en makkelijk aangesproken/geboeid?)


- WB niet ok? - observeren basisbehoeften

- BTH niet ok? - stimuleren vanuit interesses

De trui: dit ben ik nu

- Wat komt er spontaan in je op als je aan dit kind denkt?

- Welk algemeen gevoel heb je bij het kind?


Voorbeeld: hoe gedraagt het kind zich? Met wie of waarmee vooral bezig?  

De struiken: (niet) leuk/relaties

- Links: welke materialen, activiteiten boeien het kind? Waarin erg geïnteresseerd? (hoge BTH)


- Rechts: Opvallende dingen die het kind niet leuk vindt. Waarin opvallend geen interesse? (lage BTH)


- Middelste: Hoe gaat het kind in groep om? Hoe voelt het zich in groep? Met wie graag/niet graag spelen? (hoe is het WB?)

De kaders: ontw in beeld

- Wat valt per ontwikkelingsdomein op? Waar is het mee bezig? 

- Focus op wat kind kan en graag doet - van hieruit vertrekken om te noteren wat kind kan




--> Is onderstaande reactie van de kinderbegeleider correct of niet?

Grote motoriek

Bewegen met heel mijn lijf


  • Is er openheid en interesse voor bewegen?

  • Beweeg ik op vele, verschillende manieren?

  • Kan ik mijn bewegingen aanpassen bij hindernissen?

  • Kan ik snel van richting veranderen (bijv. als er iets in de weg staat)?

  • Kan ik mijn krachten doseren, mijn tempo regelen, evenwicht bewaren?

  • Beweeg ik vloeiend? (sierlijk, lenig of gespannen/krampachtig, houterig/stuntelig/stijf)?

  • Kan ik goed bewegingen nadoen of zelf bedenken?

Kleine motoriek

Kleine, fijne bewegingen met handen en vingers


  • Sta ik open voor en heb ik interesse in kleine motoriek?

  • Beschik ik reeds over een brede waaier aan handelingen of is dit eerder beperkt?

  • Heb ik oog voor detail?

  • Ben ik nauwkeurig in mijn handelingen? Lukt het om een beweging precies uit te voeren (bijv. gieten zonder morsen)?

  • Voer ik een beweging uit met handen en vingers?

  • Kan ik werken met klein materiaal?

  • Wordt de beweging soepel of krampachtig uitgevoerd? Kan ik snel handelingen uitvoeren?

  • Kan ik handelingen nabootsen (handjes draaien, blad dichtvouwen,..)?

Taalontwikkeling

Ik laat van me horen


  • Sta ik open voor en heb ik interesse in taal?

  • Gebruik ik graag taal? Wil ik voortdurend men stem laten horen? (klanken nadoen, woorden nazeggen, in zichzelf praten, liedjes zingen,...)

  • Begrijp ik makkelijk andere mensen?

  • Heb ik een grote woordschat?

  • Is mijn taalgebruik complex (correct gebruik lidwoorden, vervoegingen, ...)

  • Is er expressie in mijn spreken? Veel stemvariatie? Veel gebaren? Veel mimiek?

  • Begrijp ik dat woorden verschillende betekenissen kunnen hebben naargelang de context?

Expressie

Ik uit me op 101 manieren (knutselen, rollenspel, fantasiespel, klank en zang, dans en beweging, muziek,...)


  • Sta ik open en heb ik interesse voor beeldende en muzikale expressie?

  • Heb ik bij expressie oog voor esthetische aspecten (gevoel voor ritme, harmonie, compositie, kleuren)?

  • Heb ik een brede waaier aan technieken om mijn ideeën en ervaringen tot uitdrukking te brengen?

  • Ben ik expressief?

  • Heb ik een persoonlijke stijl? Originele ideeën? Creativiteit?

Ontdekken van de wereld

Ik pluis alles uit


  • Toon ik interesse om de wereld met al mijn zintuigen in me op te nemen? Beleef ik plezier in het kijken, luisteren, ruiken, proeven, voelen?

  • Probeer ik van alles uit?

  • Toon ik interesse om zo de wereld steeds beter te begrijpen? (soorten materialen, gewicht, ruwheid, sterkte, drijven en zinken, ...)

  • Heb ik een steeds groter besef van gevaarsituaties?  (dat de schommel weer terugkomt, glas breekt als het valt,...)

  • Ben ik vindingrijk? Zie ik gemakkelijk oplossingen voor problemen?

  • Heb ik voeling met de natuur? Hoe planten/dieren leven? 

Sociale ontwikkeling

Ik kan voelen wat jij voelt


  • Toon ik interesse voor anderen? Zoek ik spontaan contact?

  • Kan ik me inleven in anderen? Herken ik gevoelens bij mezelf en anderen? In prenten? 

  • Begrijp ik hoe verschillend mensen kunnen zijn? Iedereen andere dingen wil en kan?

  • Begrijp ik sociale regels en dat niet alles zomaar mag? 

  • Ben ik succesvol in de omgang met anderen? Kan ik me afstemmen op de behoeftes en gevoelens van anderen? 

  • Zie ik conflicten aankomen, kan ik ze voorkomen en oplossen?

Verstandelijke ontwikkeling

Zo werkt dat dus!


  • Voel ik me aangetrokken tot activiteiten die aanzetten tot denken?

  • Kan ik situaties opnieuw voorstellen? Kan ik vlot herinneren? Weet ik nog veel details? 

  • Heb ik fantasie en kan ik doen alsof?

  • Kan ik goed zaken ordenen? Heb ik oog voor gelijkenissen en verschillen?

  • Begrijp ik tijd (nu niet, wacht even, straks, morgen, ...), ruimte (in, op, onder,..) en hoeveelheden (meer, minder, meest, hoeveel er van iets is, ...)

  • Heb ik snel iets door? Weten hoe een verhaal eindigt, puzzels, ...

  • Zet ik spontaan redeneringen in om dingen te verklaren?

Zelfvertrouwen

Ik geloof in mezelf!


  • Toon ik over het algemeen zelfvertrouwen?

  • Durf ik contact te maken en op verkenning te gaan? Of reageer ik meestal angstig en onzeker? Pas ik me makkelijk aan?

  • Ben ik weerbaar? Kan ik voor mezelf opkomen of laat ik me altijd doen? Vind ik snel weer mijn evenwicht na conflict of blijf ik me ongelukkig voelen?

  • Kan ik volop genieten van wat de omgeving te bieden heeft? Eten/drinken, tederheid en affectie, positieve aandacht, alles wat het zelf kan, nabijheid van andere,...

  • Ben ik ontspannen? Kom ik makkelijk tot rust? Of ben ik prikkelbaar en heb woedebuien?

  • Vertoon ik geen signalen die erop wijzen dat ik het moeilijk heb? (bijv. constructief gedrag)

Zelfsturing en ondernemingszin

Ik doe het zelf!


  • Begin ik uit mezelf een activiteit? Heb ik veel aanmoediging nodig?

  • Kan ik makkelijk keuzes maken of is dit afhankelijk van anderen?

  • Kan ik uit mezelf opeenvolgende stappen zetten bij routinetaken?

  • Kan ik uit mezelf opeenvolgende stappen zetten bij spel en activiteit?

  • Geef ik snel op of toon ik wilskracht om mijn doel te bereiken?

  • Ben ik ondernemend? Heb ik originele spelideeën?

  • Heb ik invloed op wat anderen doen? Heb ik vaak leiding? Zet ik activiteiten in gang (vragen voor een bepaald muziekje en zorgen dat anderen ook dansen)

Verbondenheid

Ik hoor erbij!


  • Ga ik op een positieve manier om met anderen? (respect, bewust van wat voor de ander belangrijk is) Of eerder negatief (dominerend, manipulerend, kwetsend)?

  • Ga ik zorgzaam om met de materiële wereld: zorg dragen voor speelgoed, dopjes terug op stiften zetten, ...

  • Ga ik zorgzaam om met alles wat leeft: planten, dieren, mensen?

  • Toon ik respect voor diversiteit, ga ik op een positieve manier om met verschillen (tussen mensen, groepen, landen, culturen, ...)

Kroontjes: bijzondere interesses

- domeinen die in vergelijking met anderen uitspringen qua hoge betrokkenheid




--> Is volgende stelling correct?


Imane spreekt de Nederlandse taal niet. Je ziet dat ze graag luistert naar verhalen, zelf in boekjes kijkt, veel vertelt in haar moedertaal, ... Steeds met hele hoge betrokkenheid. Kleur je het kroontje?

A

ja

B

nee

C


D


Vraagtekens: Vragen

- Geen zichtbare vooruitgang, weinig nieuwe dingen in vergelijkbaar met andere domeinen, ... 

- Verdere observatie of bespreking met collega's of ouders noodzakelijk

- !!! In vraag stellen kan, diagnose geven niet !!!



--> Is volgende stelling correct?


KB maakt nieuw portret van Sam (15ma). Grove motoriek: Sam stapt nog niet... Wel gebruikt hij alles wat hij tegenkomt om zich aan op te trekken, hij gebruikt kast en muren om zich te verplaatsen en geniet van aan de hand op wandel gaan. In zijn vorige portret verplaatste hij zich door op zijn billen te schuiven en trok zich nooit recht. kleur je het vraagteken?

A

ja

B

nee

C


D


In de twee vorige portretten noteerde de KB dat Olivia experimenteert met taal door te brabbelen en geluiden te maken. Ook bij het invullen van het nieuwe portret doet ze deze vaststelling. Kleurt ze het vraagteken?

A

ja

B

nee

C


D


- Na het kindportret: gesprek met ouders


- Na het kindportret: overgaan tot actie

Cas (zie vroeger) heeft dus niet zoveel interesse in knutselen voor feestjes, wel in auto's. Welke acties kan je ondernemen om hem te stimuleren?


Per 2/3, kies uit:

  • kleine motoriek, zelfvertrouwen

  • ontdekken wereld, sociale ontwikkeling

  • grote motoriek, zelfsturing/ondernemingszin

  • verstandelijke ontwikkeling, expressie, 

  • taal, verbondenheid


Tip: gebruik de 'inspirerende voorbeelden' en 'inspirerende materialen en activiteiten' per ontwikkelingsdomein ter inspiratie

Cas (zie vroeger) heeft dus niet zoveel interesse in knutselen voor feestjes, wel in auto's. Welke acties kan je ondernemen om hem te stimuleren?