1F/2F Thema 1 H4 Spreken

Thema 1 H4 Spreken
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide

In deze les zitten 13 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Thema 1 H4 Spreken

Slide 1 - Tekstslide

Onderwerp
Thema 1 In je vrije tijd

Slide 2 - Tekstslide

Doelstellingen
- spreektempo
- articulatie
- intonatie
- houding, oogcontact en mimiek
- 5w-vragen
- presentatidoelen

Slide 3 - Tekstslide

H4 Spreken
Tijdens de opleiding en in je beroep zul je moeten spreken voor een groep: een presentatie geven, een instructie geven. 

Slide 4 - Tekstslide

Aandachtspunten bij het presenteren
Waar moet je op letten, als je een presentatie houdt?
- Een goed spreektempo: spreektempo is de snelheid waarmee je praat. In het begin mag dit langzaam zijn, zodat je je zenuwen onderdrukt (dan praat je meestal sneller). Wanneer je snel praat, heb je een grote kans dat je uitspraak slordig wordt. Maak gebruik van pauzes. Tip: als je denkt dat je langzaam spreekt, is het tempo meestal goed!

Slide 5 - Tekstslide

Aandachtspunten bij het presenteren
Waar moet je op letten, als je een presentatie houdt?
- Een goede articulatie: articulatie is de manier waarop je klanken uitspreek. Bij spanning heb je grote kans dat je binnensmonds gaat praten. Je bent dan moeilijk verstaanbaar. Tip: spreek altijd voor in je mond. Vermijd het dialect.

Slide 6 - Tekstslide

Aandachtspunten bij het presenteren
Waar moet je op letten, als je een presentatie houdt?
- Een goede intonatie: intonatie is de toonhoogte bij het uitspreken van woorden en zinnen. Als je altijd met dezelfde toonhoogte, hetzelfde tempo en hetzelfde volume praat, is het moeilijk om je te verstaan. Je spreekt dan monotoon. Tip: breng variatie aan in je toonhoogte, snelheid en volume. 

Slide 7 - Tekstslide

Aandachtspunten bij het presenteren
Waar moet je op letten, als je een presentatie houdt?
- houding, oogcontact en mimiek: zorg voor een rechte houding, kom zelfverzekerd over, straal rust uit (houding), kijk je publiek aan tijdens het spreken, blijf vriendelijk kijken, varieer met mensen aankijken (oogcontact), zorg dat je uitstraling en gezichtsuitdrukking passen bij je verhaal (mimiek)

Slide 8 - Tekstslide

Maken
Maak de opdrachten 4.01-4.04
blz. 91-99

Slide 9 - Tekstslide

Voorbereiden presentatie
Presenteren wordt makkelijk, als je goed voorbereid bent. 
Presenteren kun je namelijk leren!
Bereid je voor via het geven van een antwoord op de volgende punten:

Slide 10 - Tekstslide

Voorbereiden presentatie
1) Wat is het doel? En, wie is je publiek?
2) Heb je alle informatie verzameld via de 5W-vragen: wie, wat, waar, wanneer, waarom
3) Staat de informatie in de goede volgorde?
4) Heb je een PowerPoint gemaakt?
5) Heb je voldoende geoefend?

Slide 11 - Tekstslide

1) Wat is het doel? En, wie is je publiek?
Wat wil je bereiken met je presentatie? Wat is je doel?
Redenen om te presenteren zijn: informeren, overtuigen, activeren of vermaken
Wie wil je met jouw presentatie bereiken? Als je weet wie er naar jouw presentatie luistert, moet je met deze mensen rekening houden. Pas je taalgebruik aan aan jouw kijk- en luisterpubliek.

Slide 12 - Tekstslide

Maken
Maak de opdrachten 4.05-4.07
blz. 101-104

Slide 13 - Tekstslide