H5 goederen en diensten

H5 goederen en diensten
1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
MAVOSecundair onderwijs

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 150 min

Onderdelen in deze les

H5 goederen en diensten

Slide 1 - Tekstslide

Wat is het verschil tussen goederen en diensten?

Slide 2 - Open vraag

Een goed is een .....
A
Niet-tastbare zaak.
B
een tastbare zaak dat je kan aanraken.
C
Ik weet het niet.
D
Een goed is geen woord.

Slide 3 - Quizvraag

Slide 4 - Tekstslide

Een dienst is ....
A
een niet-tastbare zaak. Je kan dit niet aanraken.
B
een tastbare zaak. je kan dit aanraken.
C
Ik weet het niet.
D
Dat is geen woord.

Slide 5 - Quizvraag

Slide 6 - Tekstslide

Goed
Dienst

Slide 7 - Sleepvraag

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Een onderneming die goederen maakt, is een ...
A
handelsonderneming
B
dienstverlenende onderneming
C
productieonderneming

Slide 10 - Quizvraag

Een onderneming die producten aankoopt en weer verkoopt, is een ..
A
handelsonderneming
B
dienstverlenende onderneming
C
productieonderneming

Slide 11 - Quizvraag

Een onderneming dat diensten verleent, is een ...
A
handelsonderneming
B
dienstverlenende onderneming
C
productieonderneming

Slide 12 - Quizvraag

een productieonderneming
een handelsonderneming
een dienstenonderneming
Die onderneming levert voornamelijk diensten waarbij
er door de werknemers in het bedrijf of op verplaatsing
een prestatie geleverd wordt.
Dat is een onderneming die volledig afgewerkte producten (zoals een smartphone) of halfafgewerkte
producten (zoals houten planken of stalen platen) produceert.
Die onderneming koopt producten aan om ze daarna weer te verkopen.

Slide 13 - Sleepvraag

onderwijs
A
goed
B
dienst

Slide 14 - Quizvraag

boodschappen
A
goed
B
dienst

Slide 15 - Quizvraag

cola die je drinkt
A
goed
B
dienst

Slide 16 - Quizvraag

De barman die jou een cola aanbiedt.
A
dienst
B
goed

Slide 17 - Quizvraag

Jouw fiets die voor jou wordt gemaakt.
A
goed
B
dienst

Slide 18 - Quizvraag

Bedrijf dat keukens maakt.
A
productieonderneming
B
handelsonderneming
C
dienstenonderneming

Slide 19 - Quizvraag

busmaatschappij
A
productieonderneming
B
handelsonderneming
C
dienstenonderneming

Slide 20 - Quizvraag

winkel dat fietsen verkoopt
A
productieonderneming
B
handelsonderneming
C
dienstenonderneming

Slide 21 - Quizvraag

Aldi
A
productieonderneming
B
handelsonderneming
C
dienstenonderneming

Slide 22 - Quizvraag

telecombedrijf
bv. Proximus
A
productieonderneming
B
handelsonderneming
C
dienstenonderneming

Slide 23 - Quizvraag

Schoenenwinkel
A
productieonderneming
B
handelsonderneming
C
dienstenonderneming

Slide 24 - Quizvraag

kippenkwekerij
A
productieonderneming
B
handelsonderneming
C
dienstenonderneming

Slide 25 - Quizvraag

werkboek p 109 - 110 en p 113 - 115 

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

gericht op winst
A
profit
B
non-profit

Slide 29 - Quizvraag

gericht op het welzijn en solidariteit
A
profit
B
non-profit

Slide 30 - Quizvraag

Aldi
A
profit
B
non-profit

Slide 31 - Quizvraag

Rode kruis
A
profit
B
non-profit

Slide 32 - Quizvraag

Unicef
A
profit
B
non-profit

Slide 33 - Quizvraag

Rode kruis
A
profit
B
non-profit

Slide 34 - Quizvraag

Apple
A
profit
B
non-profit

Slide 35 - Quizvraag