Wat weet je al over organen en cellen?
Je kunt:
- organen benoemen in orgaanstelsels van mensen;
-delen benoemen van dierlijke en plantaardige cellen met hun kenmerken en hun functies;
-de ontwikkeling van een zaadplant beschrijven;
- de kenmerken van chromosomen beschrijven;
- de stappen van een celdeling noemen.