Thema 4: Onderzoek van een biotoop

Ecologie
1 / 23
volgende
Slide 1: Woordweb
BiologieSecundair onderwijs

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Ecologie

Slide 1 - Woordweb

Ecologie is:
"De leer van..
A
de relaties in de natuur
B
De levende organismen in de natuur
C
verscheidenheid in de natuur
D
de manier van voortbewegen van de organismen

Slide 2 - Quizvraag

Ecologie
Oikos: huishouding/relaties

Logos: De leer van

De leer van de huishouding van de natuur. 

Slide 3 - Tekstslide

Belangrijke woorden
Biodiversiteit = Verscheidenheid aan organismen.

Biotoop
= plaats waar bepaalde organismen kunnen overleven  
                      en kunnen voortplanten

Habitat = De verblijfplaats waar een bepaald organisme voorkomt en die voldoet aan de eisen om te overleven.

Slide 4 - Tekstslide

Het bos
A
Biotoop
B
Habitat

Slide 5 - Quizvraag

De humusrijke, vochtige bodem voor de pissebed
A
Biotoop
B
Habitat

Slide 6 - Quizvraag

Belangrijke woorden
Biotoop = plaats waar bepaalde organismen kunnen overleven  
                      en kunnen voortplanten

Habitat = De verblijfplaats waar een bepaald organisme 
                     voorkomt en die voldoet aan de eisen om te
                     overleven.
vb.: het bos
vb.: humusrijke bodem --> pissebed

Slide 7 - Tekstslide

Biotoop
Habitat
Moeras
Ondergronds in een bos 
Vijver
In de bomen
Aan het wateroppervlak

Slide 8 - Sleepvraag

Deel 1
Deel 2
Deel 3

Slide 9 - Tekstslide

Belangrijke woorden
Biosfeer = Ruimte waar al het leven aanwezig is.
 
Bioom = Vegetatiegordel, waar er meerdere ecosystemen die 
                    gelijkend zijn bij elkaar horen. 

Ecosysteem = Systeem dat zichzelf in evenwicht houdt bij de 
                                 abiotische en biotische factoren. 

Slide 10 - Tekstslide

Geef een voorbeeld van een ecosysteem.

Slide 11 - Open vraag

Slide 12 - Tekstslide

Biotische factoren 

= Levende organismen


Abiotische factoren

= Niet-levende componenten

Slide 13 - Tekstslide

Abiotische factoren

Slide 14 - Woordweb

Biotische factoren 

= Levende organismen

voorbeelden: 
- mieren + bladluizen
- vlinders + bloemen

Abiotische factoren

= Niet-levende componenten

voorbeelden: 
- Licht
- Temperatuur
- ...

Slide 15 - Tekstslide

Wat is een terrestrisch biotoop?
A
Bos
B
Vijver
C
Lucht

Slide 16 - Quizvraag

Biotopen
Aquatische biotopen: bv.: vijvers, beken, meren, zeeën
--> Aqua = water

Terrestrische biotopen: bv.: Heide, gransland, woestijn,..
--> Terra = grond

LEES: p. 136 t.e.m. 140 : duid belangrijke zaken aan!

Slide 17 - Tekstslide

Monster /
Staal

Slide 18 - Tekstslide

Determineren 

Slide 19 - Tekstslide

2.1.2 Levende organismen verzamelen
  • Verrekijker
  • Handvangsten
  • Boomschudden
  • Slagtechniek (vlindernet)
  • Insectenzuiger
  • ...
Je kan enkele voorbeelden geven.

Slide 20 - Tekstslide

Beschrijf hoe je deze manier van leskrijgen vindt.

Slide 21 - Open vraag

Geef met behulp van de sterren aan hoe goed je de les begrepen hebt.
A
1 ster
B
2 sterren
C
3 sterren
D
4 sterren

Slide 22 - Quizvraag

Waar zou je graag nog wat extra uitleg bij krijgen?

Slide 23 - Open vraag