Herhaling 4e naamval

Persoonlijk voornaamwoord in de derde naamval
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 4

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Persoonlijk voornaamwoord in de derde naamval

Slide 1 - Tekstslide

Was machen wir heute?
Nabespreken Brief mit Fehlern M3K (donderdag)
Grammatik --> Herhaling --> Het persoonlijk voornaamwoord als onderwerp (1e naamval) en lijdend voorwerp (4e naamval)
Uitleg derde naamval

Slide 2 - Tekstslide

Pak je aantekeningen schrift
Ik geef een seintje wanneer je iets op kunt schrijven.

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video

Was weißt ihr noch?
Persoonlijk voornaamwoord met de 4e naamval

Slide 5 - Tekstslide

Persoonlijk voornaamwoord?

Slide 6 - Tekstslide

Ontleden
1e naamval (onderwerp) --> 
Ik ga naar de dokter./Ich gehe zum Arzt.
Wie/wat + gezegde
wie gaat --> ik/ ich = onderwerp
4e naamval (lijdend voorwerp) -->
De dokter opereert mij. /Der Artz operiert mich.
Wie/wat + gezegde + onderwerp
Wie opereert de dokter? > mij> mich

Slide 7 - Tekstslide

🎯 Persoonlijk voornaamwoord (1e & 4e naamval)
1e naamval (nominatief) = onderwerp
→ ich, du, er, sie, wir…
4e naamval (accusatief) = lijdend voorwerp
→ mich, dich, ihn, sie, uns…
Na deze voorzetsels gebruik je altijd de 4e naamval:
→ durch, für, ohne, gegen, um
👉 Voorbeeld:
Ich gehe ohne dich.

Slide 8 - Tekstslide

voorzetsels met de 4e naamval 
durch -    door
für -           voor
ohne -      zonder
gegen -   tegen
um -          om




Slide 9 - Tekstslide

durch
für
ohne
gegen
um
voor
tegen
om
zonder
door

Slide 10 - Sleepvraag

Wat wordt de vorm van het persoonlijk voornaamwoord in de 4e naamval? Sleep het juiste antwoord.
ich
du
er/sie/es
wir
ihr
sie/Sie
euch
mich
dich
ihn/sie/es
uns
sie/Sie

Slide 11 - Sleepvraag

Persoonlijk voornaamwoord 4e naamval
Hoe vertaal je 'zonder jou' in het Duits?
A
für dich
B
um dich
C
ohne dich
D
ohne ihn

Slide 12 - Quizvraag

Persoonlijk voornaamwoord 4e naamval
Hoe vertaal je 'om jullie' in het Duits?
A
für dich
B
um euch
C
ohne mich
D
ohne ihn

Slide 13 - Quizvraag

Persoonlijk voornaamwoord 4e naamval
Hoe vertaal je 'voor hem' in het Duits?
A
für ihn
B
um dich
C
ohne Sie
D
für sie

Slide 14 - Quizvraag

Persoonlijk voornaamwoord 4e naamval
Hoe vertaal je 'tegen mij' in het Duits?
A
für mich
B
gegen mich
C
ohne uns
D
durch euch

Slide 15 - Quizvraag

Persoonlijk voornaamwoord 4e naamval
Hoe vertaal je 'door ons' in het Duits?
A
durch euch
B
durch uns
C
ohne uns
D
ohne euch

Slide 16 - Quizvraag

Persoonlijk voornaamwoord 4e naamval
Hoe vertaal je 'voor jou' in het Duits?
A
für dich
B
um dich
C
ohne dich
D
durch dich

Slide 17 - Quizvraag

Persoonlijk voornaamwoord 4e naamval
Hoe vertaal je 'voor jou' in het Duits?
A
für du
B
vor dich
C
für dich
D
vor du

Slide 18 - Quizvraag

Persoonlijk voornaamwoord 4e naamval
Hoe vertaal je 'zonder haar' in het Duits?
A
ohne sie
B
ohne Sie
C
bis sie
D
bis Sie

Slide 19 - Quizvraag

Persoonlijk voornaamwoord 4e naamval
Hoe vertaal je 'om jullie' in het Duits?
A
ohne ihr
B
um euch
C
ohne euch
D
um ihr

Slide 20 - Quizvraag

(Haus)aufgaben
Aufgabe 18, Seite 150
Klaar --> slim stampen Veranstaltungen

Slide 21 - Tekstslide

Het persoonlijk voornaamwoord in de 3e naamval

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Uitleg

Slide 24 - Tekstslide

Voorzetsels 3e naamval

Slide 25 - Tekstslide

Aufgaben machen
Aufgabe 11, Seite 143 
Aufgabe 18, seite 150
Aufgabe 20, Seite 150
Aufgabe 21, Seite 151
Aufgabe 22, Seite 151
Aufgabe 23, Seite 152
Verder met brief 2, let op waar je brief aan moet voldoen?
Schrijf minimaal 15 zinnen. Je brief is ongeveer 80–100
      woorden.


Slide 26 - Tekstslide