cross

De ontwikkeling en de psychische functies van de mens: Gedrag.

1 / 43
volgende
Slide 1: Video
OpvoedkundeSecundair onderwijs

In deze les zitten 43 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Video

Waarover denk je dat het eerste thema in opvoedkunde zal gaan na het horen van het lied?

Slide 2 - Open vraag

GEDRAG

Slide 3 - Woordweb

Hoodstuk 1: Menselijk gedrag.

We onderzoeken het gedrag van de mens als individu, het gedrag in groepsverband en het gedrag van de samenleving op zich.

Slide 4 - Tekstslide

Waarom?
Zo zijn we in staat anderen in te schatten.
Zo kunnen we voorspellingen doen over iemands gedrag.
Het geeft ons de mogelijkheid verschillende maatschappelijke gebeurtenissen te verklaren.

Slide 5 - Tekstslide

1.2. Wat is menselijk gedrag?
Onder gedrag verstaan we:
Alle activiteiten van de mens, of ze nu uiterlijk waarneembaar zijn of niet.

Bewegen
Gevoelens zoals woede
Eten
...
Geef in de cursus zelf nog enkele voorbeelden van je eigen gedrag.

Slide 6 - Tekstslide

UITERLIJK WAARNEEMBAAR GEDRAG

Kunnen we rechtstreeks met onze zintuigen waarnemen

UITERLIJK NIET WAARNEEMBAAR GEDRAG

Kunnen we niet rechtstreeks met onze zintuigen waarnemen.

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Opdrachten
Oefening p 10
Oefening p 11
Oefening p 12
Oefening p 13
Oefening p 14
timer
20:00

Slide 9 - Tekstslide

We overlopen de oefeningen.
Jaloers zijn = niet waarneembaar.
bijpassend uiterlijk aspect: huilen, wegkruipen in hoekje,...

Vechten = waarneembaar.
bijpassend innerlijk aspect: verhoogde hartslag, gevoel van woede.

Iemand omhelzen = waarneembaar.
bijpassend innerlijk aspect: kriebels in de buik,...

De groep K3 een goede groep vinden = niet waarneembaar
bijpassend uiterlijk aspect: naar hun muziek luisteren.

Slide 10 - Tekstslide

Casus Meneer Verbiest
Waaraan kan je herkennen dat meneer Verbiest angstig is?
Hij stelt veel vragen, kan niet in bed blijven liggen, wordt onrustig, krijgt hartkloppingen en zweet enorm, vijandig tegenover verpleging, veel naar bed,...
Hoe komt dit?
Onwetendheid over verloop van de zaken.

Slide 11 - Tekstslide

Uiterlijk waarneembaar gedrag herkennen.

Slide 12 - Tekstslide

Vul in welk gedrag mensen vertonen die...
Aandacht willen trekken:
Zenuwachig zijn:
Jaloers zijn:
Verliefd zijn:

Slide 13 - Tekstslide

We moeten onthouden dat:
Het grootste gedeelte van het menselijk gedrag zich afspeelt binnen de mens en bijgevolg dus ook het moeilijkst waarneembaar is.

Slide 14 - Tekstslide

De invloed van persoonskenmerken en situationele kenmerken.
Als we het gedrag van mensen willen begrijpen zullen we moeten weten waardoor het gedrag van mensen veroorzaakt wordt.
Menselijk gedrag is door een combinatie van factoren bepaald. Er zijn 2 grote groepen:

Slide 15 - Tekstslide

PERSOONSKENMERKEN

Kenmerken eigen aan de persoon zoals karakter, intelligentie,...
SITUATIONELE KENMERKEN

Kenmerken van de omgeving zoals school, thuis, ...

Mensen reageren heel verschillend op prikkels afhankelijk van de situatie waarin ze zich bevinden.

Slide 16 - Tekstslide

Gedrag: door het rode licht rijden.
Mogelijke aanleiding?

Slide 17 - Open vraag

Gedrag: In de koelkast kijken?
Mogelijke aanleiding?

Slide 18 - Open vraag

Gedrag: Mijn kamer opruimen.
Mogelijke aanleiding?

Slide 19 - Open vraag

Gedrag: De baby oppakken
Mogelijke aanleiding?

Slide 20 - Open vraag

Gedrag: een bezoek brengen aan oma.
Mogelijke aanleiding?

Slide 21 - Open vraag

Opdracht Bert
Wat stel je vast ivm zijn gedrag?
Nu reageert Bert eens rustig en beleefd, later is hij opvliegend en kortaf, wat later weer vriendelijk.

Hoe komt dit?
Doordat de persoon zich in een andere situatie bevindt. Het gedrag wordt niet door 1 factor bepaald. Er zijn verschillende factoren die tegelijk een invloed hebben op het gedrag en het gedrag mee bepalen.

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Persoonskenmerken die het gedrag bepalen:
Het verleden.                                       
Persoonlijkheid. 
Gedachten.
Gevoelens.
Streefdoel.
Behoefte.
Uiterlijk.
Lichamelijke gebreken.
Voorbeeld
Wietse is ooit bestolen op een roltrap in Brussel door een Marokkanse jongen.
Gevolg:
Hij wantrouwt elke vreemdeling.
Voorbeeld
Anke is extravert.
Welk gedrag bij volgende situatie: Anke komt op een feestje waar ze weinig mensen kent.
Ze zal niet bang zijn iedereen aan te spreken.
Voorbeeld
Toon is 10 en denkt dat Sinterklaas niet meer bestaat.
Wat zal hij misschien doen op 5 september?
Zijn schoentje niet meer klaarzetten.
Voorbeeld
Lies is bang van onweer.
Wat zou ze kunnen doen als het begint te bliksemen?
Aan haar moeders rokken gaan hangen, in een hoeke wegkruipen,...
Voorbeeld
Leura wil echt slagen dit jaar.
Wat zal ze logischerwijze doen?
Veel studeren.
Voorbeeld
Cedric voelt zoch alleen.
Wat kan hij doen?
Hij gaat naar een jeugdhuis waar zijn vrienden samen zijn.
Voorbeeld
Kathleen heeft geen mooi gebid en ze schaamt zich daarover.
We invloed kan dit hebben op haar gedrag:
Ze durft niet breed te lachten,...
Voorbeeld
Thomas is doof.
Welke invloed kan dit hebben op zijn gedrag?
Hij praat heel raar, rageert soms niet als je iets naar hem roept.

Slide 24 - Tekstslide

Situationele kenmerken die het gedrag bepalen.
Vul de voorbeelden aan, ik kom bij jullie langs.
Andere mensen.
Opvoeding.
Groepen waarvan men lid is.
Cultuur.
Tijd waarin we leven.
Massamedia.
Fysieke factoren.

Slide 25 - Tekstslide

Interactie tussen situatie en persoon.
Opdracht p 22.
Opdracht p 23.
Lezen p 24
timer
10:00

Slide 26 - Tekstslide

Invloed persoonlijkheidkenmerken op gedrag.

LICHAMELIJKE FACTOREN
PSYCHISCHE FACTOREN

Slide 27 - Tekstslide

Lichamelijke factoren
Gezondheid is van cruciaal belang voor ons gedrag.

Opdracht p 25 (eigen mening)

Slide 28 - Tekstslide

Psychische factoren
Introvert
Extravert

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Video

Neem een foto van jezelf als introvert persoon.

Slide 31 - Open vraag

Neem een foto van jezelf als extravert persoon.

Slide 32 - Open vraag

Extravert versus introvert.

Introvert: Als je je gevoelens vooral voor jezelf houdt; binnenwaarts gericht, gesloten van aard, in jezelf gekeerd.
De introverte persoon is graag alleen, trekt zich in gezelschap terug.

Slide 33 - Tekstslide

Extravert versus introvert.

Extravert: Als je je op anderen richt en open tegen hen bent, extravert is een benaming voor personen die naar buiten gekeerd zijn, gericht zijn op de buitenwereld.
Extraverte personen zien zichzelf het liefst omringd door anderen en krijgen energie van dingen doen.

Slide 34 - Tekstslide

Persoonlijkheidstypen
Opdracht p 27

Slide 35 - Tekstslide

Slide 36 - Tekstslide

Big-5 !
E staat voor Extraversie. Dit gaat over hoe open of gesloten je bent van karakter.
M staat Mildheid (meegaandheid). Dit gaat over hoeveel rekening je houdt met anderen.
Z staat voor Zorgvuldigheid (consciëntieusheid).
S staat voor Stabiliteit.
O staat voor Openheid

Slide 37 - Tekstslide

BIG FIVE ONLINE
https://www.123test.nl/persoonlijkheidstest/

Slide 38 - Tekstslide

Welke uitslag had de test voor jou?

Slide 39 - Open vraag

Vind je dat het resultaat van de persoonlijkheidtest past bij jou?
A
Heel goed
B
Goed
C
Redelijk
D
Niet goed

Slide 40 - Quizvraag

DE SPIEGELOEFENING

Slide 41 - Tekstslide

Gedrag: persoonlijkheid
Opdracht p 30
timer
30:00

Slide 42 - Tekstslide

Slide 43 - Tekstslide