MYP2_LA French_P2_ Cours 1 20251212

1 / 36
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 36 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Startklaar
Enlevez votre manteau. 
Mettez votre téléphone portable dans votre sac à dos.
Écouteurs dans vos sacs à dos.
Posez vos sacs à dos par terre.
Posez votre ordinateur portable ouvert sur la table.
Mettez votre matériel scolaire sur la table.
timer
5:00

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welkom bij VAK
Unit 2: What do you do all day?/ 
Quelle est ta routine?
Learner Profile: ....
Reflective/ Reflectief
ATL: ....
Organisation/ Reflection
Related concepts: ....
Communities; Time & Place
Key concept: ....
Culture 
Statement of Inquiry : We use language with the purpose to express our culture through our daily routines, as part of a community, adapting to time and place.
Global context: ....
Personal and cultural expression.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Programma
  • Voorkennis/ Connaissances préalables 
  • Leerdoelen opstellen/ Objectifs d’apprentissage
  • Instructie/ Instructions
  • Aan de slag/ Connaissance d'aujourd'hui
  • Reflectie en leerdoelen check/ Réflexion et vérification des objectifs d'apprentissage

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Overzicht periode 3
Week 1
Week 2
Week 3
Week 4
Week 5
C'est quoi une routine?
What is a routine?

Vocabulaire
Quelle est ma routine?
What is my routine?

Verbes pronominaux
Quelle heure est-il?
What time is it?
Pourquoi mesure-t-on le temps? 
Why do we measure time?

Les caractéristiques d'un article
Quel est ton emploi du temps?
What is your schedule?

Faire et aller

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Overzicht periode 3
Week 6
Week 7
Week 8
Week 9
Week 10
En quoi notre routine définit-elle notre culture?
How does our routine define our culture?

Les repas
Est-il important d'avoir une routine?
Is it important to have a routine?


Adverbes de fréquence.
Quels sont les avantages et les inconvénients d'une routine?
What are the advantages and disadvantages of a routine?
Révision/
Content review

Examen/
Test

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Terugblik opdracht
Complète la phrase:
Je ______ (manger) une pizza.

Slide 7 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Terugblik opdracht
Complète la phrase:
Tu ______ (aimer) le foot.

Slide 8 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Terugblik opdracht
Complète la phrase:
Elle ______ (s'appeler) Ana.

Slide 9 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Terugblik opdracht
Complète la phrase:
Ils ______ (être) Français.

Slide 10 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Terugblik opdracht
Complète la phrase:
Vous ______ (avoir) un chien.

Slide 11 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

What activities can we do during the day?
Quelles activités pouvons-nous faire pendant la journée ?

Slide 12 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
  • I know what a routine is.
  • I use a variety of vocabulary and verbs to talk about routine.

 
 

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Instructie
  • se lever,/ opstaan, 
  • prendre son petit-déjeuner, / ontbijten,
  • aller au travail/école, / naar het werk/school gaan,
  • manger, / eten
  • et se coucher. / en naar bed gaan.
La routine, c'est l'ensemble des actions habituelles, des gestes répétés chaque jour, comme:
De routine is het geheel van gewone handelingen, de handelingen die je elke dag herhaalt, zoals:

Slide 14 - Tekstslide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische, herkenbare voorbeelden die aansluiten bij de Global Context, waardoor leerlingen deze kunnen relateren aan hun eigen leefwereld en ervaringen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.

Instructie
Pour fomer une phrase:/ Om een zin te vormen:

         Je   vais   à l'école. 
Sujet + Verbe (aller) + complément

        I'm going to school.
Subject + Verb (to go) + complement

Slide 15 - Tekstslide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische, herkenbare voorbeelden die aansluiten bij de Global Context, waardoor leerlingen deze kunnen relateren aan hun eigen leefwereld en ervaringen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.

Instructie
Verbes de la routine:
Werkwoorden van de dagelijkse routine:

Slide 16 - Tekstslide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische, herkenbare voorbeelden die aansluiten bij de Global Context, waardoor leerlingen deze kunnen relateren aan hun eigen leefwereld en ervaringen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.

Instructie
Verbes de la routine:
Werkwoorden van de dagelijkse routine:

Slide 17 - Tekstslide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische, herkenbare voorbeelden die aansluiten bij de Global Context, waardoor leerlingen deze kunnen relateren aan hun eigen leefwereld en ervaringen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.

6

Slide 18 - Video

Deze slide heeft geen instructies

00:52
se lever
tôt
le matin
opstaan
vroeg
’s morgens

Slide 19 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

01:05
Se brosser les dents
Faire des exercices physiques
de tanden poetsen
lichamelijke oefeningen doen

Slide 20 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

01:24
Complète:
Elle va:
A
au cinéma
B
à la plage
C
au travail
D
à l'école

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

01:50
"Jouer" betekent:
A
slapen
B
werken
C
spelen
D
eten

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

02:14
Wat betekent "Je fais mes devoirs"?
A
Ik eet
B
Ik maak mijn huiswerk
C
Ik ga slapen.
D
Ik kijk tv

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

02:26
Wat betekent
"vingt-deux heures et demie"?
A
21.30 uur
B
20.20 uur
C
22.30 uur
D
21.00 uur

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

FAIRE de la gym. 
ÉCOUTER de la musique.
LIRE
NAGER
DESSINER
MANGER

Slide 25 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

REGARDER des séries à la télé.
JOUER AUX jeux vidéo.
VISITER DES musées.
CUISINER
PEINDRE
DORMIR

Slide 26 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Controle activiteiten
Vocabulaire des activités quotidiennes - JEU.
Vocabulary of daily activities - GAME.

Slide 27 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Controle activiteiten
Écrivez le nom de chaque activité quotidienne sur papier.

Write the name of each daily activity on paper.
timer
5:00

Slide 28 - Tekstslide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische, herkenbare voorbeelden die aansluiten bij de Global Context, waardoor leerlingen deze kunnen relateren aan hun eigen leefwereld en ervaringen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.

Controle activiteiten
Vocabulaire des activités quotidiennes - JEU.
Vocabulary of daily activities - GAME.

https://www.lesfeesdufle.com/learningapps-activites-de-la-routine-apprenant.html

Slide 29 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Controle activiteiten

Slide 30 - Tekstslide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische, herkenbare voorbeelden die aansluiten bij de Global Context, waardoor leerlingen deze kunnen relateren aan hun eigen leefwereld en ervaringen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.

Controle activiteiten

Slide 31 - Tekstslide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische, herkenbare voorbeelden die aansluiten bij de Global Context, waardoor leerlingen deze kunnen relateren aan hun eigen leefwereld en ervaringen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.

Il se brosse les dents.
A
B
C
D

Slide 32 - Quizvraag

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de verschillende lesfasen gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt leerlingen willekeurig met open vragen. Hierbij stimuleert de docent het kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen werk met elkaar te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden in te zetten.

Il se reveille.
A
B
C
D

Slide 33 - Quizvraag

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de verschillende lesfasen gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt leerlingen willekeurig met open vragen. Hierbij stimuleert de docent het kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen werk met elkaar te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden in te zetten.

Elle s'habille
A
B
C
D

Slide 34 - Quizvraag

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de verschillende lesfasen gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt leerlingen willekeurig met open vragen. Hierbij stimuleert de docent het kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen werk met elkaar te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden in te zetten.

Reflectie
I know what a routine is.
I use a variety of vocabulary and verbs to talk about routine.

Slide 35 - Tekstslide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende Unit. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag op basis van het Learner Profile en de ATL-skills. Dit wordt vastgelegd in Toddle. Samen blikken docent en leerlingen vooruit aan de hand van de JdW-planner.

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies