Ondersteunen bij de mobiliteit - 1

1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
Zorg en WelzijnMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoelen
Aan het einde van les 2 over mobiliteit, kan ik:
  • in eigen woorden uitleggen wat het belang is van ergonomisch verantwoord werken en welke maatregelen je kunt nemen om ergonomisch verantwoord te werk,
  • in eigen wooorden uitleggen wat de termen praktijkrichtlijnen, mobiliteitsklassen en transferprotocol inhouden
  • uitleggen wat de algemene regels en adviezen zijn bij transfers
  • uitleggen wat de aandachtspunten zijn bij de meest gebruikte technieken / hulpmiddelen om een zorgvrager in bed en in de rolstoel te verplaatsen en om een transfer in of uit bed te maken
  • maatregelen nemen om vallen te voorkomen

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

2 lessen mobiliteit
Onderwerpen les 1:                                                                                                                                                                  
Begrippen: Mobiliteit, zelfredzaamheid, lean, ergonomisch, ergocoach;         
Praktijkrichtlijnen fysieke belasting;                                                                                   
Mobiliteitsklassen;                                                                                                                      
Het transferprotocol.                                                                                                                 

Onderwerpen les 2:                                                                                                                                                                  
Andere disciplines inschakelen;                                                                                                
Hulp bieden bij staan, lopen en zitten;                                                                                     
Hulp bieden bij de lichaamshouding in bed;                                                                         
Actieve en passieve lift;                                                                                                                     
Valpreventie: voorkomen van vallen, oorzaken van vallen en gevolgen van vallen.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stop!!! 
Maak jij contact????
Bekijk het filmpje en bespreek jouw reacties in de groep.

Slide 4 - Tekstslide

Wat zie je hier?
Mobiliteit
Veel zorgvragers hebben ondersteuning nodig bij het opstaan en                    verplaatsen;                                                                                                                                  

Welk type ondersteuning je biedt hangt af van de mobiliteitsklasse van de zorgvrager.                                                                                                                                    

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat verstaan jullie onder mobiliteit?

Slide 6 - Open vraag

Mobiliteit: hoe kan iemand bewegen, hoe minder mobiel hoe groter de gevolgen voor het lichaam, zo neemt spierkracht af, contracturen, decubitus, andere aandoeningen kunnen ontstaan. Daarnaast gevolgen op geestelijk en sociaal vlak, geïsoleerd, eigenwaarde verliezen, depressief, etc.


Wat verstaan jullie onder zelfredzaamheid??

Slide 7 - Open vraag

Mobiliteit en daarmee de zelfredzaamheid, bepaalt voor een belangrijk deel de lichamelijke hulp die iemand nodig heeft. Dit bepaalt dus ook de lichamelijke belasting voor de zorgverleners. Hoe minder mobiel, hoe meer hulp en uiteindelijk hulpmiddelen iemand nodig heeft.

Methodisch werken bij mobiliteitsproblemen
   Als je een zorgvrager  helpt bij mobiliteitsproblemen, schat je zijn                        zorgbehoefte in en stem je daar jouw zorg  op af. Je coördineert en                      evalueert alle zorg rondom de mobiliteit van de zorgvrager. Je neemt de        juiste beroepshouding aan, als je een zorgvrager tilt  of verplaatst.                

Slide 8 - Tekstslide

Bij de zorg voor de mobiliteit zijn veel mensen betrokken:
de naasten, die helpen bij de mobiliteit en goede voorlichting nodig hebben over hulpmiddelen en tiltechnieken;
de mantelzorgers, die bijvoorbeeld wandelen met de zorgvrager en voorlichting nodig hebben over het gebruik van hulpmiddelen en hun eigen lichaamshouding en plaats ten opzichte van de zorgvrager;
de huisarts, revalidatiearts of orthopedisch chirurg, die operaties en een behandeling inzetten om de mobiliteit te verbeteren;
de fysiotherapeut, ergotherapeut, mensendiecktherapeut of cesartherapeut, die helpen bij het adviseren van de juiste hulpmiddelen, deze aanleren en therapie geven in verband met de mobiliteit of lichaamshouding;
de orthopedisch instrumentmaker, die hulpmiddelen maakt om de lichaamshouding te corrigeren en te verbeteren, zoals speciale korsetten, speciale kussens voor in de (rol)stoel, aangepaste schoenen.
Het inschatten van de zorgbehoefte:
Welke vragen zou je kunnen stellen om te weten te komen hoeveel ondersteuning de zorgvrager nodig heeft bij mobiliteit?

Slide 9 - Open vraag

Hoeveel ondersteuning de zorgvrager nodig heeft bij de mobiliteit hangt o.a. af van:
  • Wat is het visueel vermogen van de zorgvrager?
  • Hoe is het met zijn kracht, energie, balans en coördinatievermogen?
  • Wat kan de zorgvrager nog zelf? (Zelfredzaamheid)
  • Welke klachten beïnvloeden zijn mobiliteit?
  • Welke houding is voor deze zorgvrager geschikt of voorgeschreven?
  • Welke wensen en gewoonten heeft hij?
  • Is de zorgvrager eerder gevallen; zijn er valrisico’s?
  • Zijn er geschikte hulpmiddelen aanwezig voor zijn mobiliteitsprobleem? (ouderen stimuleren tot beweging)
  • Welke voorlichting heeft de zorgvrager nodig over zijn mobiliteit en hulpmiddelen? (Voorlichting is heel belangrijk. Je blijft observeren; kan dit hulpmiddel nog wel. Inschatten of het nog doeltreffend is, heeft de zv voldoende capaciteiten dit te gebruiken, dan kom je weer bij methodisch werken (plan-do-act)

Mobiliteitsklassen
De mobiliteitsklassen zeggen iets over hoe mobiel de zorgvrager is en hoe belastend de zorg voor deze zorgvragers is voor de verpleegkundige

De zorgvragers zijn ingedeeld in vijf mobiliteitsklassen

Bij elke categorie staat aangegeven hoe en wat de mogelijkheden zijn met betrekking tot het tillen en verplaatsen van de zorgvragers

Slide 10 - Tekstslide

Bij het kiezen van de juiste hulpmiddelen en transfertechniek is de mobiliteit van de zorgvrager belangrijk. In de mobiliteitsklassen worden op grond van hun mogelijkheden zorgvragers ingedeeld in vijf mobiliteitsklassen A tot en met E.
Indeling in mobiliteitsklassen
Vijf mobiliteitsklassen           A             B                   C               D               E 
1. Wat is de mate van mobiliteit en zelfstandigheid van de zorgvrager?
2. Wat is het risico van overbelasting voor de zorgvrager?
3. Kan de zorgvrager een lichamelijke bijdrage leveren?
4. Is het stimuleren van mobiliteit van de zorgvrager van belang?

Slide 11 - Tekstslide

A De zorgvrager kan de handeling zelf uit voeren, met of zonder het gebruik van hulpmiddelen of aanpassingen.

B De zorgvrager kan de handeling niet zelfstandig uitvoeren. De hulp die nodig is, brengt geen fysieke overbelasting met zich mee. Het kan bestaan uit aanwijzingen, maar ook uit lichte hulp. Bij de transfers kunnen hulpmiddelen en aanpassingen worden gebruikt, bijvoorbeeld een papegaai.

C De zorgvrager kan de handeling niet zelfstandig uitvoeren. De hulp kan (zonder maatregelen) risico van fysieke overbelasting met zich meebrengen. Het is nodig om gebruik te maken van hulpmiddelen. De zorgvrager kan zelf een fysieke bijdrage leveren. De hulp die gegeven wordt, is bijvoorbeeld de transfer met een actieve tillift of stalift.

D De zorgvrager kan de handeling niet zelfstandig uitvoeren. De hulp brengt, zonder speciale maatregelen, risico van fysieke overbelasting met zich mee. Het is nodig gebruik te maken van hulpmiddelen die de taak (deels) overnemen. De zorgvrager kan een zeer beperkte of vrijwel geen fysieke bijdrage leveren. Toch blijft het belangrijk activiteit van de zorgvrager te stimuleren. De hulp die nu gegeven wordt, is bijvoorbeeld de transfer met een passieve tillift.

E De zorgvrager kan de handeling niet zelfstandig uitvoeren. De hulp brengt risico van fysieke overbelasting met zich mee. Het is nodig gebruik te maken van hulpmiddelen. De zorgvrager wordt niet gestimuleerd om mee te werken. Het kan gaan om zorgvragers die terminaal zijn of zo moe dat het belangrijk is hun energie te sparen om bijvoorbeeld bezoek te kunnen ontvangen of te lezen. Transfers vinden meestal plaats met behulp van een passieve tillift of een glijzeil.

Voor zorgvragers in de mobiliteitsklassen A t/m D is het stimuleren of onderhouden van mobiliteit belangrijk. Dit geldt niet voor categorie E.
Wat staat er beschreven in de praktijkrichtlijnen over fysieke belasting?

Slide 12 - Open vraag

Er staat in beschreven:
  • wanneer fysieke belasting overgaat in fysieke overbelasting;
  • welk type (til)hulpmiddel er dan gebruikt moet worden;
  • welke hulpmiddelen je kunt gebruiken om te checken of je volgens deze richtlijnen werkt

Praktijkrichtlijnen
Zie hier enkele voorbeelden van praktijkrichtlijnen en praktijksituaties 

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Praktijkrichtlijnen fysieke belasting
Er staat in beschreven:

1. Wanneer fysieke belasting overgaat in fysieke overbelasting;                                                             
2. Welk type (til)hulpmiddel er dan gebruikt moet worden;                                                                        
3. Welke hulpmiddelen je kunt gebruiken om te checken of je volgens deze richtlijnen werkt.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Praktijkrichtlijnen fysieke belasting
  1.  Niet meer tillen dan 23  kilo onder ideale omstandigheden;                                                                                   
  2.  Neem meer trekken/duwen dan 15 kilo per hand of  kilo per twee handen                                                 
  3.  Niet meer trekken dan 5 kilo wanneer kracht uit de vingers  moet komen                             

  4. Niet langer dan een minuut met gedraaide of meer dan  graden met gebogen en/of gedraaide romp                                                                                                                                                                                               

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Tillen is transfer
Bij de zorgverlening aan een zorgvrager met beperkte mobiliteit bestaat het risico dat je jezelf overbelast;

Als je moet 'tillen' moet je hulpmiddelen gebruiken. Je mag niet tillen. Denk niet alleen aan de belasting van grote spieren, maar vooral ook aan de belasting van je vingers en handen;




Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorwaarden voor een transferprotocol
1. Aanwezigheid van voldoende hulpmiddelen;
2. Goede en haalbare afspraken;
3. Begeleiding door een ergotherapeut of ergocoach;
4. Afstemmen protocol op de specifieke situatie;
5. Simpele uitleg van het protocol, zodat het voor iedereen duidelijk is;
6. Opnemen van het protocol in het zorgdossier / zorgmap;
7. Zorgvrager betrekken en zo nodig bijsturen.

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Transferprotocol en hulpmiddelen bij het tillen
Het transferprotocol is een onderdeel van het zorgdossier en geeft  per zorgvrager precies aan hoe de transfers moeten verlopen. Het moet op de juiste manier door zorgverleners worden ingevuld en regelmatig worden besproken en geëvalueerd.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het is belangrijk om bij het tillen en verplaatsen zo min mogelijk kracht te gebruiken. Wanneer ben je in balans?
A
Als je je voeten uit elkaar zet en een beetje naar achteren leunt
B
Als je je voeten uit elkaar zet en zo recht mogelijk staat
C
Als je je voeten tegen elkaar zet en een beetje naar voren leunt
D
Als je je voeten tegen elkaar zet en zo recht mogelijk staat.

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

NIOSH-methode 
  • Meetmethode.
  • Kijkt niet alleen naar het gewicht van het voorwerp maar ook omstandigheden waaronder het wordt verplaatst.
  • Op basis hiervan wordt het gewicht van tillen berekend.

Slide 20 - Tekstslide

De NIOSH-methode is een meetmethode om te bepalen hoeveel een werknemer per keer mag tillen.
De NIOSH-methode kijkt niet alleen naar het gewicht van het voorwerp, maar ook naar de omstandigheden waaronder het wordt verplaatst. Zoals de frequentie, de afstand van de verplaatsing, de hoogte tot de vloer en de draaiing van het lichaam. Op basis van deze gegevens berekent de NIOSH-methode het aanbevolen gewicht. Maximaal is dat 23 kilo, maar bij extra zware omstandigheden kan dat dus nog lager zijn. Over het algemeen luidt de uitkomst maximaal 12 kg of zelfs nog veel minder.
De NIOSH-methode is verwoord in een ISO-norm en wordt beschouwd als de stand van de wetenschap. Het toepassen van de norm is wettelijk niet verplicht voor werkgevers, maar bij extra zware omstandigheden kan dat dus nog lager zijn. Over het algemeen luidt de uitkomst maximaal 12 kg of zelfs nog veel minder.

Wat is het maximale tilgewicht?
A
15
B
20
C
17
D
23

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Kritische beoordeling









Wat kan de verpleegkundige anders doen in dit filmpje?

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is ergonomie?

Slide 23 - Woordweb

Wetenschap die ernaar streeft gebruiksvoorwerpen en (werk)omstandigheden zo te ontwerpen dat mensen ze op een veilige, gemakkelijke en efficiënte manier kunnen gebruiken.
Wat is een ergocoach?

Slide 24 - Open vraag

In veel organisaties vervult een aantal medewerkers een extra taak als ergo-coach. Het zijn collega’s die zich, naast hun gewone werk, richten op de preventie en vermindering van fysieke belasting.
Hierbij gaat de aandacht niet alleen uit naar tillen of transfers, maar ook naar fysieke belasting in bredere zin.
De ergo-coach vervult de rol van contactpersoon, deskundige en motivator: samen met het team wordt bijvoorbeeld gekeken hoe bepaalde handelingen en werkzaamheden minder belastend kunnen worden gemaakt, of voorkomen kunnen worden.  
Wat zijn kenmerken van dynamische belasting?

Slide 25 - Woordweb

Dynamische belasting, de belasting waarbij sprake is van beweging, wat vaak voorkomt in je werk. Vooral problematisch is het tillen van zorgvragers of materiaal.
Wat zijn kenmerken van statische belasting?

Slide 26 - Woordweb

Statische belasting, de belasting zonder zichtbare bewegingen. Dat wil zeggen: de spieren zijn gespannen maar er worden (bijna) geen bewegingen gemaakt. Een belangrijk deel van de statische belasting speelt zich af rondom het wassen, baden en douchen. Zo kan de statische belasting bij het wassen van de zorgvrager aan de wastafel groot zijn, zeker als dat gebeurt in een kleine ruimte. Een ander voorbeeld van statische belasting is de wondverzorging op bed, waarbij je meestal in een voorovergebogen houding werkt. Ook het aantrekken van therapeutisch elastische kousen kan een aanzienlijke statische belasting geven.
Welke vorm van belasting zie je hier?

Slide 27 - Tekstslide

Welke vorm van belasting zie je hier?

Statische belasting 
 
Wat wordt er verstaan onder de
afkorting KANS?

Slide 28 - Woordweb

Als je regelmatig voor een beeldscherm zit, loop je het risico op diverse (pijn)klachten in de nek, schouders, armen, polsen en handen. Dit gevaar is er alleen als er sprake is van chronische belasting. Deze klachten als gevolg van veel beeldschermwerk worden samengevat in de term KANS. Dat staat voor klachten aan de arm, nek en/of schouder.
De vijf W's
Werkplek: zorg voor een goede werkplekinrichting en een goede lichamelijke werkhouding.

Werktaken en werktijden: wissel computerwerk af met werk waarin je beweegt.
Werkwijze: probeer spieren zo min mogelijk statisch te belasten.
Werkdruk: op tijd pauzeren en piekdrukte zoveel mogelijk voorkomen kunnen helpen om overmatige spierspanning (met daardoor een groter risico op KANS) te voorkomen.       


Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Arbo wetgeving 
  • Aandacht voor veiligheid, gezondheid en welzijn.
  • Helder wettelijk kader; minder regels en zo weinig mogelijk administratie lasten. 
  • Samen met werkgevers en werknemers afspraken over hoe te voldoen aan voorschriften. 


Slide 30 - Tekstslide

In de wet staan algemene aanwijzingen die ervoor zorgen dat er in een organisatie aandacht is voor veiligheid, gezondheid en welzijn.
Met de Arbowet zorgt de overheid voor een helder wettelijk kader, met minder regels en zo weinig mogelijk administratieve lasten.
Werkgevers en werknemers in de zorgbranches maken samen afspraken over hoe ze kunnen voldoen aan de voorschriften in de Arbowet.      
Ik kan aangeven waarom de beste transfer met de handen op de rug staan is

Slide 31 - Tekstslide

Vraag aan student wat er hiermee bedoeld wordt