In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.
Lesduur is: 60 min
Onderdelen in deze les
A2 3.10 + 3.11 Nieuwsbrief
Slide 1 - Tekstslide
Doel
Ik kan de de -ng, -n en de -nk goed uitspreken
Ik kan de woorden juist schrijven
Ik kan een nieuwsbrief begrijpen
Ik kan een kort stukje schrijven voor de nieuwsbrief
Slide 2 - Tekstslide
Programma
Nieuws in makkelijke taal
Spreekoefening
Dictee
Nieuwsbrief + vragen
Schrijfopdracht nieuwsbrief Combitraject
Zing een liedje voor me Frans
Slide 3 - Tekstslide
Slide 4 - Video
Welke woorden ken je met -ng?
Slide 5 - Open vraag
Welke woorden ken je met -nk?
Slide 6 - Open vraag
spreekoefening
ding flink zwanger
bang blank belangrijk
zingen bedankt
vinger winkel
jongen stinken
hangen denken
drinken vertraging
Slide 7 - Tekstslide
dictee
1. Ik ben het niet eens met die MENING.
2. Het is BELANGRIJK om goed te DRINKEN.
3. Die JONGEN rijdt LINKS op de weg.
4. Mijn tante is ZWANGER, ze krijgt een TWEELING.
5. Marloes DENKT dat ze niet goed kan ZINGEN.
Slide 8 - Tekstslide
woorden
A2 B1
Slide 9 - Tekstslide
Nieuwsbrief mei 2026
Slide 10 - Tekstslide
Wanneer is er een zomerbar van de oudervereniging
A
4 juni
B
30 juli
C
19 juni
D
25 juni
Slide 11 - Quizvraag
Wanneer is de laatste schooldag
A
15 juni
B
30 juni
C
10 juli
D
15 juli
Slide 12 - Quizvraag
Welke juf neemt afscheid?
A
Helin
B
Marije
C
Corry
D
Linda
Slide 13 - Quizvraag
Welke methode werkt goed bij het bestrijden van luizen
A
droogmethode
B
wasmethode
C
shampoomethode
D
natkammethode
Slide 14 - Quizvraag
A2: schrijf een nieuwsbrief
Schrijfopdracht: Bericht voor de nieuwsbrief
De school maakt een nieuwsbrief voor cursisten. Jij schrijft een kort bericht over een activiteit.
Opdracht: Schrijf een bericht van 80-120 woorden voor de nieuwsbrief.
Schrijf over:
de naam van de activiteit;
de datum en tijd;
de plaats;
wat mensen gaan doen;
waarom de activiteit leuk of interessant is.
Slide 15 - Tekstslide
B1: schrijf een nieuwsbrief
Je bent lid van een buurtcentrum, sportvereniging of school. Elke maand verschijnt er een nieuwsbrief. Volgende maand wordt er een speciale activiteit georganiseerd. Jij schrijft een artikel voor de nieuwsbrief.
Opdracht: schrijf een nieuwsbrief
welke activiteit er plaatsvindt;
wanneer en waar de activiteit is;
waarom de activiteit georganiseerd wordt;
wat bezoekers kunnen verwachten;
waarom mensen moeten deelnemen.
Doelgroep: Leden van de vereniging, school of buurtbewoners.