Revalidatie BBL Geriatrische zorg

Revalidatie
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 61 min

Onderdelen in deze les

Revalidatie

Slide 1 - Tekstslide

LEERDOELEN
JE KUNT:
- doelen en kenmerken van een revalidatietraject benoemen
- vertellen wat een revalidatieprogramma is
- je kunt uitleggen wat coping is

Slide 2 - Tekstslide

Revalidatie?

Slide 3 - Woordweb

Revalidatie
Wanneer een zorgvrager door een ziekte of ongeval met lichamelijke of cognitieve beperkingen te maken heeft, kan hij gaan revalideren = weer valide worden.

Slide 4 - Tekstslide

De revalidatiebehandeling
Er wordt gestreefd naar:
  • Optimaal herstel,
  • Zelfredzaamheid,
  • Deelname aan de maatschappij.

Klinische en poliklinische revalidatie

Slide 5 - Tekstslide

Doel 
  • Thuis kunnen functioneren (prothese, rolstoel, )
  • Aan het werk kunnen (aanpassing werkplek, werktijden, werkinhoud enzovoort)
  • Zich weer onder de mensen kunnen begeven (mobiliteit per auto/openbaar vervoer; vaardigheden om de eigen regie te voeren enzovoort)
  • Voor zichzelf kunnen zorgen (wassen, aankleden, koken, eten enzovoort)

Slide 6 - Tekstslide

De revalidatiebehandeling
Dus...
  • bij klinische revalidatie is een zorgvrager 24 uur intramuraal.
  • bij poliklinische revalidatie slaapt de zorgvrager thuis.

Poliklinisch: bij chronische pijn, klachten aan het bewegingsapparaat.
Klinisch: veel therapieën volgen, specifieke therapie of sterk afhankelijk van zorg.

Slide 7 - Tekstslide

Revalidatiebehandeling
  • Kan zeer intensief en langdurig zijn
  • Afhankelijk van meerdere factoren.

Revalidatie:
De zorgvrager leert omgaan met zijn/haar beperking of ziekte.

Doel is zoveel mogelijk eigen regie geven

Slide 8 - Tekstslide

Wat houdt 'eigen regie' in?

Slide 9 - Open vraag

Wat is het doel van revalidatie?
A
leren omgaan met de ziekte/beperking en zoveel mogelijk eigen regie bij de cliënt
B
hoge kwaliteit van leven zonder pijn
C
volledig genezen
D
mantelzorgers ontlasten

Slide 10 - Quizvraag

Klinische revalidatie is...
A
De zorgvrager verblijft in een revalidatiecentrum
B
De zorgvrager komt dagelijks naar een revalidatiecentrum

Slide 11 - Quizvraag

Verschillende soorten revalidatie
3 hoofdgroepen revalidatie:

  • Neurologische aandoeningen --> CVA, dwarslaesie, Parkinson
  • Niet neurologische aandoeningen --> amputatie, reuma, hartrevalidatie, been letsel, chronische pijn
  • Geriatrische revalidatie --> in een verpleeghuis, ouder wordende mens (65+), oudere kwetsbare doelgroep

Slide 12 - Tekstslide

Welke taken heb je als VPK/VZ bij revalidatie?

Slide 13 - Woordweb

Taken vpk/vz
  • zelfredzaamheid t.a.v. ADL-handelingen
  • optimaal ontwikkelen van het zelfstandig functioneren
  • maatschappelijke participatie van de zorgvrager

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Video

Welke disciplines kunnen betrokken zijn?

Slide 16 - Open vraag

Revalidatie bestaat uit de volgende fasen:
A
Acute fase, observatiefase, revalidatiefase, zelfstandige fase
B
beoordeling, behandelfase, afrondingsfase (ontslagfase)
C
Observatiefase, revalidatiefase, afrondingsfase (ontslagfase)

Slide 17 - Quizvraag

Wat is het doel van revalidatie?
A
leren omgaan met de ziekte/beperking en zoveel mogelijk eigen regie bij de cliënt
B
hoge kwaliteit van leven zonder pijn
C
volledig genezen
D
mantelzorgers ontlasten

Slide 18 - Quizvraag

Wat is revaliderend werken
A
een zorgvrager zo veel mogelijk ondersteuning bieden bij zijn dagelijks functioneren
B
met een zorgvrager op zoek gaan naar hulp van anderen in de thuissituatie
C
een zorgvrager zo min mogelijk zorg uit handen nemen en zo veel mogelijk verantwoordelijkheid geven.
D
vraaggericht werken dwz ondersteuning bieden waar de zorgvrager om vraagt

Slide 19 - Quizvraag

KENMERKEN REVALIDATIETRAJECT

- individueel
- leerstijl
- kort of langdurig
- eerst medisch (bijv medicijnen)
- later participatiedoelen (is iets wat iemand graag weer wil kunnen doen)
- haalbaar

Slide 20 - Tekstslide

Wat zouden factoren kunnen zijn waardoor een revalidatieperiode langzamer verloopt?

Slide 21 - Open vraag

Wat is coping?
A
Samen met een ander oplossingen zoeken
B
Instanties om hulp vragen
C
Gedrag van een ander kopiëren
D
Hoe iemand omgaat met problemen of stress

Slide 22 - Quizvraag

Coping mechanisme 

Slide 23 - Tekstslide

Rouw en emoties in het revalidatieproces
- Cliënt moet zich aanpassen aan de nieuwe situatie
- Kan proces van rouw doormaken




Slide 24 - Tekstslide

Welke competenties
moet een Verpleegkundige en Verzorgende volgens jou beheersen?

Slide 25 - Woordweb

Kwetsbare ouderen
  • Hoge leeftijd (ouder dan 70 jaar)
  • Multimorbiditeit
  • Vatbaar voor complicaties
  • Minder in staat nieuwe dingen te leren
  • Minder draagkracht
  • Soms cognitie of gedragsproblemen

Slide 26 - Tekstslide

LEERDOELEN

JE KUNT:
- doelen en kenmerken van een revalidatietraject benoemen
- vertellen wat een revalidatieprogramma is
- je kunt uitleggen wat coping is
BEHAALD?

Slide 27 - Tekstslide

Vragen
Zijn er nog vragen??

Slide 28 - Tekstslide