Les 3 (14 september 2026) woordstrategieen onderwerp tekstdoelen

Les 3 (14 september 2026)
1 / 37
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsSecondary EducationAge 12

In deze les zitten 37 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Les 3 (14 september 2026)

Slide 1 - Tekstslide

Hoe ging het met huiswerk maken?
😒🙁😐🙂😃

Slide 2 - Poll

Hoe lang duurde het huiswerk maken ongeveer?
minder dan 1.5 uur
meer dan 1.5 uur

Slide 3 - Poll

Slide 4 - Video

Onbekende woorden?

Slide 5 - Woordweb

Vocabulaire
conciërge       huisbewaarder, portier van een openbaar gebouw, bv. een school
handhaven     in stand houden, laten voortbestaan  de politie handhaaft de orde
per se              1. met alle geweld hij wou per se mee 2.  'noodzakelijkerwijs' dat hoeft                              niet per se het geval te zijn
het beleid       1. gedragslijn voor de verwezenlijking van bep. doelstellingen:                                               inkomensbeleid,  2. overleg, tact: met beleid handelen
belijden           1. openlijk uitkomen voor: zijn geloof belijden; 2. bekennen: zijn zonden                              belijden
algeheel           totaal, volkomen
verdampen    1. tot damp worden, van vloeistof in gas overgaan: het water verdampt
                         2. tot damp maken: de zon verdampt het water

Slide 6 - Tekstslide

Zinsdelen (herhaling)
Zinnen zijn opgedeeld uit woorden. Sommige woorden horen bij elkaar omdat ze in de zin een bepaalde functie uitoefenen. Bijv.: De kat zit op de mat.   

Een zinsdeel kan een woord, maar ook een groepje woorden zijn. 

Grofweg: Ieder 'stukje' van de zin dat je voor de PV kunt plaatsen is een apart zinsdeel.

Het opdelen van zinnen in zinsdelen noem je: "redenkundig ontleden". 

Slide 7 - Tekstslide

Onderwerp
Bijna elke zin heeft een onderwerp.
Het onderwerp is de persoon, dier of het ding die iets dóét.
Het onderwerp staat bijna altijd naast de persoonsvorm (pv).

Wat is in deze zin het onderwerp?
Mijn hond ligt te slapen.


Slide 8 - Tekstslide

Hoe vind ik het onderwerp?
Manier 1. Stel de vraag: wie (wat) + persoonsvorm
Bv. De vogels vliegen hoog in de lucht
        Wie (wat) vliegt?

Manier 2. Verander de zin van enkelvoud naar meervoud (of andersom), nu veranderen de persoonsvorm en het onderwerp.
Bv. De vogels vliegen hoog in de lucht
        De vogel vliegt hoog in de lucht.


Slide 9 - Tekstslide

Wat is het onderwerp in deze zin:
Ik liep naar school.
A
Ik
B
liep
C
naar
D
school

Slide 10 - Quizvraag

Wat is het onderwerp in deze zin:
Inge en Lucy moesten hard rennen om droog binnen te komen.
A
Inge en Lucy
B
moesten rennen
C
hard
D
Inge

Slide 11 - Quizvraag

Wat is het onderwerp in deze zin:
Was de paarse krokodil achter gebleven in het zwembad?
A
Was
B
de paarse krokodil
C
krokodil
D
in het zwembad

Slide 12 - Quizvraag

Herhalen regels lagere school
"molen" regel

Lange klank: aa oo uu ee 
korte klank:  a o i e u 

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Link

Les 3 Wat doen we vandaag? 

1. Hoe ging het met huiswerk?

3. Herhalen grammatica par. 1 (zinsdelen, persoonsvorm) 
4. Introduceren grammatica par. 3 (onderwerp)

6. Introduceren  Cursus 1 §3 (tekstdoelen en soorten)
5. Herhalen Cursus 1 §1 (woordstrategieën)

Slide 15 - Tekstslide

LEES- EN LUISTERSTRATEGIE
  • Oriënterend - waar gaat het over (onderwerp)?
  • Globaal - wat zijn de deelonderwerpen?
  • Precies - nauwkeurig, een tekst goed begrijpen
  • Zoekend - bruikbare informatie zoeken

Zie p.10 Nieuw Nederlands

Slide 16 - Tekstslide

lees- en luisterstrategieën

Cursus 1 Meer dan lezen par. 1 (blz 10). 

Slide 17 - Tekstslide

Tekstsoorten
Recept: Komkommersoep met spinazie en plukbrood.

Slide 18 - Tekstslide

Tekstdoelen en -soorten

- Er zijn verschillende soorten tekst. 
- Wat wil de schrijver met de tekst? (Wat wil de schrijver bereiken?)
- Vaak kiest de schrijver het type tekst dat past bij het beoogde doel (maar niet altijd).

Slide 19 - Tekstslide

TEKSTDOELEN

Slide 20 - Tekstslide

Het tekstdoel van een schoolboek is:
A
Amuseren
B
Informeren
C
Activeren
D
Overtuigen

Slide 21 - Quizvraag

Wat is het tekstdoel bij een betoog?
A
Informeren
B
Overtuigen
C
Opiniëren
D
Activeren

Slide 22 - Quizvraag

HALLO JUMBO
Kies de juiste strategie of het juiste doel.

Slide 23 - Tekstslide

Voor het avondeten maak je een recept uit het tijdschrift. Je leest...
A
oriënterend
B
globaal
C
precies
D
zoekend

Slide 24 - Quizvraag

Voor het avondeten maak je een recept uit het tijdschrift. Het tekstdoel is...
A
informeren
B
instrueren
C
overtuigen
D
amuseren

Slide 25 - Quizvraag

RECLAME

Slide 26 - Tekstslide

In het boekje staan ook veel reclames. Het tekstdoel is...
A
informeren
B
instrueren
C
activeren
D
amuseren

Slide 27 - Quizvraag

Je bladert in de winkel door het boodschappenblaadje heen. Je leest...
A
oriënterend
B
globaal
C
precies
D
zoekend

Slide 28 - Quizvraag

INHOUDSOPGAVE

Slide 29 - Tekstslide

2.a. Je leest de inhoudsopgave. Je leest...
A
oriënterend
B
globaal
C
precies
D
zoekend

Slide 30 - Quizvraag

Zeg eens euh
Werkwijze:
Je probeert een minuut vol te praten. 
Wanneer je EUH of het VERBODEN WOORD zegt moeten de anderen hun hand opsteken. Ik noteer dan een streepje. Ga gewoon door. 

Slide 31 - Tekstslide

Zeg eens euh
a Gamen is verslavend.

Verboden woord: Computer 
timer
1:00

Slide 32 - Tekstslide

Zeg eens euh

b Gamen vergroot je concentratievermogen.

Verboden woord: Computer en Ipad
timer
1:00

Slide 33 - Tekstslide

Lesafsluiting
Huiswerk: 
- Cursus 1 Meer dan lezen   
▪ §3 Tekstdoelen en tekstsoorten: theorie en opdracht 1, 2 en 3 
 
- Cursus 5 Grammatica   
 ▪ §3 Onderwerp: theorie en opdracht 1 en 2   

Slide 34 - Tekstslide

Huiswerk VO1
Huiswerk voor volgende week (fysieke les): 
▪ Cursus 1 Meer dan lezen §1 Strategieën:  lees de theorie op blz. 10 en 12 - maak opdracht 2.        
▪Cursus 3 Grammatica §3 Onderwerp: lees de theorie en maak opdracht 1 en 2        
▪ §3 Tekstsdoelen en tekstsoorten: lees de theorie en maak opdracht 1.         
        

Slide 35 - Tekstslide

Slide 36 - Tekstslide

Slide 37 - Tekstslide