1. Bij binnenkomst ga je direct op je plek zitten en pak je: laptop, boek, schrift, etui en agenda.
2. Je blijft op je plek en loopt niet door de klas.
3. We blijven van elkaar af.
4. Als de docent praat is de klas stil.
Vraagt de docent om stilte, dan stop je met praten.
5. Wanneer je aan het werk moet, ga je ook aan het werk.