Formuleren H4

Programma
Toets: donderdag a.s.
(Toetsstof Woordenschat H1 en H2 + Formuleren H2 en H4)
1) Bespreken opdracht 2 en 4 van Formuleren H4
2)  Theorie Formuleren H4
3) Opdacht 1 maken
4) extra oefenen
2e uur: Klassenpost en worldweek!



 
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Programma
Toets: donderdag a.s.
(Toetsstof Woordenschat H1 en H2 + Formuleren H2 en H4)
1) Bespreken opdracht 2 en 4 van Formuleren H4
2)  Theorie Formuleren H4
3) Opdacht 1 maken
4) extra oefenen
2e uur: Klassenpost en worldweek!



 

Slide 1 - Tekstslide

Maken opdracht 1
timer
5:00

Slide 2 - Tekstslide

Opdracht 2

  • 1 Heeft deze onderneming haar werknemers een bonus gegeven?
  • 2 Vanwege de kunstroof heeft het museum zijn deuren moeten sluiten.
  • 3 Op 3 januari zal de vereniging haar leden een receptie aanbieden.
  • 4 Waarom gaat deze international zijn Nederlandse vestiging sluiten?
  • 5 Mijn familie heeft haar bezittingen in Spanje van de hand gedaan.
  • 6 Dit land stuurt zijn militairen naar brandhaarden overal op de wereld.

Slide 3 - Tekstslide

Opdracht 4

  • 1 Dat artikel over inbraken vind ik interessant, maar dit hier over economie niet.
  • 2 Wil het leger extra geld, omdat het steeds vaker vredesmissies moet uitvoeren?
  • 3 Met haar vriendinnen deelt Esther veel van haar geheimen, maar toch kan ze/zij niet alles aan hen/ze vertellen.
  • 4 Werkgevers mogen hun personeel niet zonder goede reden ontslaan.
  • 5 Toen meneer De Hoogh op vakantie zijn buren tegenkwam, is hij meteen met hen/ze uit eten gegaan.
  • 6 De politie zoekt naar een crimineel die uit de gevangenis ontsnapt is.

Slide 4 - Tekstslide

Hoe heb je je huiswerk gemaakt?
😒🙁😐🙂😃

Slide 5 - Poll

Theorie Formuleren H4
In H2 heb je al geleerd dat je naar de-woorden verwijst met die en deze
en dat je naar het-woorden verwijst met dit en dat.
Je hebt ook geleerd dat zelfstandige naamwoorden in het Nederlands 3 woordgeslachten kent: mannelijk, vrouwelijk en onzijdig.

mannelijk (de-woord)
die, deze
vrouwelijk (de-woord
die, deze
onzijdig (het-woord)
dit dat

Slide 6 - Tekstslide

Meer verwijswoorden
Er zijn natuurlijk meer verwijswoorden dan die, deze, dit en dat.
Naar Mohammed  (een mannelijk zelfstandig naamwoord) verwijs je bijvoorbeeld met hij, hem of zijn.
Mohammed moest typen. Hij moest zijn handen op zijn rug houden. Het is hem gelukt.
Naar vrouwelijke en onzijdige zelfstandige naamwoorden verwijs je met andere verwijswoorden en dan heb je ook nog zelfstandige naamwoorden in het meervoud.

Slide 7 - Tekstslide

Een overzicht van de verwijswoorden
Zelfstandige naamwoorden enkelvoud:





Zelfstandige naamwoorden meervoud:

mannelijk (de-woord)
hij, hem, zijn
die, deze
vrouwelijk (de-woord)
zij, ze, haar
die, deze
onzijdig (het-woord)
het, zijn
dit, dat
alle woorden
zij, ze, hen en hun
deze, die

Slide 8 - Tekstslide

Maak opdracht 1
Klaar: ga dan lekker lezen!!!!

Slide 9 - Tekstslide

Opdracht 1
  • 1 Omdat de universiteit minder geld krijgt, neemt hij/ze minder studenten aan.
  • 1 Omdat de universiteit (v) minder geld krijgt, neemt ze minder studenten aan.

  • 2 De feestcommissie vindt dat het bestuur haar/hem niet serieus neemt.
  • 2 De feestcommissie (v) vindt dat het bestuur haar niet serieus neemt.

  • 3 Ik heb in mijn tuin een vijver aangelegd, maar hij/het/ze loopt steeds leeg.
  • 3 Ik heb in mijn tuin een vijver (m) aangelegd, maar hij loopt steeds leeg.


Slide 10 - Tekstslide

Maak je nog veel fouten?
Zo pak je het aan:
1) Kijk naar welk woord je verwijst. Is dat woord een mannelijk, vrouwelijk of onzijdig zelfstandig naamwoord of staat het in het meervoud?
2) Zoek in de tabel naar het juiste verwijswoord.
3) Leer deze tabel uit je hoofd!!!!


Slide 11 - Tekstslide

Heeft de bibliotheek (v) al ... leden een brief gestuurd?
A
haar
B
zijn

Slide 12 - Quizvraag

Het waterschap vergadert vanavond, omdat ... een belangrijke beslissing moet nemen.
A
hij
B
ze
C
het

Slide 13 - Quizvraag

Ik heb de dienst (m) ingeschakeld, omdat ... deze klus goed kan uitvoeren.
A
hij
B
ze
C
het

Slide 14 - Quizvraag

De familieleden hebben ... cadeautjes tijdens het kerstdiner uitgepakt.
A
hen
B
hun

Slide 15 - Quizvraag

Het bureau heeft de zaak onderzocht en .. bevestigt nu dat er vals is gespeeld.
A
hij
B
ze
C
het

Slide 16 - Quizvraag

Huiswerk voor morgen
Leer de toetsstof! Morgen krijg je een diagnostische toets!

Slide 17 - Tekstslide

Tweede lesuur 
Klassenpost en world week

Helaas ontbreken er nog twee brieven.......




Slide 18 - Tekstslide

opdracht voor de tweede brief
Deze week heb je world week. De week staat in het teken van 'vluchtelingen'.
Het is de bedoeling dat je in de brief die je terug gaat schrijven een verslag schrijft van deze week. Wat heb je bij de verschillende vakken gedaan. Maak dus deze week aantekeningen! Volgende week maandag krijg je een lesuur de tijd om een (klad-)brief te schrijven.




Slide 19 - Tekstslide

Lezen!!!!

Slide 20 - Tekstslide